Mijn eerste reflex was om Thierry Baudet te verscheuren

Wie is er bang voor Thierry Baudet? Sinds hij op The Post Online en in De Wereld Draait Door steun betuigde aan de gevreesde ‘versiercoach’ Julien Blanc, viel half Nederland over hem heen. Of althans het Nederland dat in mijn tijdlijn verscheen.

Als verklaard feminist kreeg ik de afgelopen week sms’jes. Of ik Baudet niet in elkaar wilde rossen? Eén iemand stuurde er een emoji van een drol bij.

Natuurlijk vind ik het een onzinnig idee dat onzekerheid bij vrouwen moet worden aangewakkerd om mannen slagingskans te gunnen in de liefde. Mijn eerste reflex was ook om hem te verscheuren, want het verbroedert heerlijk om allemaal dezelfde kant op te schreeuwen. Maar de golf aan haatdragende columns die over Baudet en Blanc heen kwam, was wel heel hongerig.

Op Twitter vond zo’n schreeuworgie plaats: er werd een bladzijde uit Baudets debuutroman gedeeld waarin ik-verteller Gregor het seksuele gelijk van verkrachters bepleit. Jammer genoeg werd er geen onderscheid gemaakt tussen Baudet en zijn romanpersonage. Een wel heel klassieke fout voor progressieve feministen. Het boek eindigt bovendien met een doorgedraaide Gregor die zijn vriendin laat besnijden en niemand beweert dat islamscepticus Baudet nu ook ineens voor besnijdenis is.

Dus ging ik Thierry achterna. Hij wilde best afspreken, maar beval wel dat ik van tevoren zijn roman Voorwaardelijke liefde zou lezen. Fair enough. Ik leende een exemplaar om direct te kunnen beginnen en bleef de halve nacht wakker om het boek uit te lezen.

Koffie dus. We bestelden. De ober zette zijn koffie verkeerd bij mij neer en mijn zwarte koffie bij hem. We ruilden om.

Ik zei Thierry dat het ook weer niet zo gek was dat mensen hem met zijn personage Gregor verwarren: hij schreef immers een opiniestuk, schoof aan bij DWDD en zijn naam staat groter op de kaft van zijn roman dan de titel. Maar Baudet zegt dat hij vooral wil aankaarten dat mannen onzeker zijn. „Mensen horen en lezen meer dan ik zeg. Zo zou ik ook ineens tegen vrouwelijke masturbatie en voor verkrachting zijn.”

Ik verweet hem dat hij moderne moeilijkheden (veranderende rollen op de liefdesmarkt, een individualisme dat verbindingen losser maakt) met oude patronen wil oplossen (de man als sterke jager, de vrouw onzeker en passief). Zijn verweer: „Dat moet ieder voor zichzelf invullen. Ik zeg gewoon wat ik om me heen zie.” Hij noemt dat empirisch, ik vind dat een gebrek aan idealisme.

Toen hij vertrok, betaalde ik de koffie. Baudet: „Ik dacht dat je me zei dat je mijn boek had geleend omdat je mijn roman uit principe niet in huis wilde halen.”

Daar moest ik om lachen. Even vond ik hem een lieve drol.