Ze voetbalde nog in lege stadions. Nu gaat ze naar het WK

Niemand straalde meer dan Manon Melis, gisteravond in de catacomben van stadion Marc’Antonio Bentegodi in Verona. De Nederlandse voetbalvrouwen hadden met 2-1 gewonnen van Italië en zich voor het eerst geplaatst voor het WK; in Canada, juni volgend jaar. Heel kort was daar een emotioneel moment. WK gehaald, waarschijnlijk haar laatste kans om met Oranje te spelen tegen de wereldtop. Vrouwenvoetbal in de lift. En als iemand ook de mindere tijd heeft meegemaakt, dan is het Melis (28). „Effe moeilijk uit te leggen”, zegt ze slechts.

Toen Melis in 2005 in het Nederlands vrouwenteam debuteerde, zaten op de tribune nooit meer dan 500 mensen, „ouders en kinderen en soms een journalist”. Tot de A-junioren speelde ze tussen de jongens bij RVVH in Ridderkerk. Watervlugge en veel scorende aanvalster, net als haar vader Harry Melis, oud-prof van FC Den Haag en Feyenoord. Maar vrijwel in de anonimiteit.

Negen jaar later is alles anders. Het vrouwenteam trok zaterdag een vol stadion in Den Haag, voor de thuiswedstrijd tegen Italië (1-1). Interlands zijn rechtstreeks op televisie en tot in Verona volgen veel media de ploeg van bondscoach Reijners. Een ploeg die opvalt door enthousiasme en aanvallend voetbal bovendien.

De topscorer van Oranje (53 goals in 118 interlands) geniet van de jeugdige speelsters om haar heen. Van de pas 18-jarige wonderspits Vivianne Miedema, die gisteren beide doelpunten maakte, en de 21-jarige dribbelaar Lieke Martens. Melis: „Die meiden zijn nog heel jong en nu al zo goed. Ze kunnen alleen maar beter worden.”