In Texas heeft zelfs Harry Mulisch onderdak gevonden

‘Hopelijk hebben ze er ook een paar kilo merca pura tussen gestopt.’ Behalve de minister van Cultuur konden ze er in Colombia wel om lachen, de lucratieve verkoop van het archief van Gabriel García Márquez aan het Harry Ransom Center in Austin, Texas. Tien manuscripten, 2000 brieven, een onvoltooide roman, twee typmachines, vijf Applecomputers – alles ligt straks in het land waar de schrijver jaren niet welkom was wegens zijn politieke opvattingen. Ook de brieven van García Márquez’ vriend Fidel Castro gaan naar de Lone Star State.

Er zit een prachtig kort verhaal in, over een groep Colombiaanse literatuurwetenschappers die vanuit Mexico een tunnel naar Texas graven om daar in de oerversie van Honderd jaar eenzaamheid te lezen hoe de United Fruit Company namens het Amerikaanse grootkapitaal een continent onderdrukte. Eigenlijk is het meer een verhaal voor Borges dan voor García Márquez, maar dat komt goed uit, want ook Borges’ archief ligt er – net als dat van James Joyce, William Faulkner en talloze anderen. Don’t mess with Texas: het Harry Ransom Center is de literaire hemel op aarde.

Zelfs Harry Mulisch is present, zij het uitsluitend als onderwerp van research materials uit 1997 in doos 66.8 van het Coetzee-archief. Heel bang hoeven we niet te zijn dat de literaire cowboys uit Austin ook hier literair erfgoed komen opkopen: de simkaarten van Arnon Grunberg, de papierversnipperaar van Hella Haasse, de correspondentie tussen Leon de Winter en Bram Moszkowicz – het is allemaal nog veilig. (Intussen hoorde ik dat het Harry Mulisch Huis in Amsterdam al een tijdje wacht op toestemming om een lift te mogen bouwen – en niet eens naar de hemel)

Misschien kan Winnie-the-Pooh ook asiel aanvragen in Texas, de beer die wegens halfnaaktheid (ik verzin dit niet) uit een Pools dorp verbannen dreigt te worden. Al weet ik niet zeker of ik, gekleed in slechts een rode trui, een saloon in Austin binnen zou durven stappen. Deze week was er ineens post uit Polen, geen halfnaakt stukje erfgoed dat naar het buitenland gesmokkeld moest worden, maar een Nederlands boekje. Ik las over de stand van de literatuur: ‘Zich ergens opsluiten en afzonderen en als persoon versterven, om alleen in het gedrukte werk te leven, is niet meer geheel van deze tijd […] Schrijvers uit deze tijd zijn internationaal georiënteerd.’ Het leek een analyse van de literaire cultuur in digitale tijden, maar het was een halve eeuw oud. Het boekje heette De moderne roman in opspraak van dr. C. Rijnsdorp. Uit de tijd dat alle critici nog oude witte mannen waren die bezorgd schreven over ‘het jonge meisje uit de brede lagen van de bevolking en dat komt uit een milieu, waar de bewarende invloed van de religie ontbreekt.’ Maar, eerlijk is eerlijk, geen slechte stukken. Ik ga het aanbieden aan het Harry Ransom Center: ruilen voor een stukje ijs uit de eerste zin van Honderd jaar eenzaamheid.