Hun werk? Zij makenkunst en verspreiden het

De directeuren van de Kunsthal en Maas theater en dans over cultuur in Rotterdam. „Rotterdams publiek is snel tevreden, de lat ligt te laag.”

Kunst was voor Moniek Merkx (links) enEmily Ansenk (rechts) van jongs af aan heel belangrijk. Foto Andreas Terlaak

Emily Ansenk heeft zich net aangemeld voor de opening van het Maaspodium, over twee weken. Niet vanwege deze afspraak, zegt ze. „Ik kwam graag bij OT, ik ben benieuwd hoe het gebouw er nu uitziet.”

Twee directeuren van culturele instellingen in Rotterdam. Tevens beheerders van twee opmerkelijke gebouwen. De Kunsthal heropende begin dit jaar, na enkele noodzakelijke aanpassingen aan het ontwerp van Rem Koolhaas uit 1992. De werkkamer van directeur Ansenk is nog steeds bescheiden en zonder uitzicht.

Het Maaspodium van Moniek Merkx, net verbouwd en nu met twee zalen, staat een stukje verder aan de Westzeedijk. Na de opheffing van Onafhankelijk Toneel werd het theater in de glazen doos het huis van Maas theater en dans, een gezelschap dat in 2013 ontstond uit drie jeugdgezelschappen. Het Maaspodium wil een „theatrale ontmoetingsplek” zijn voor alle kinderen, jongeren en jongvolwassenen van Rotterdam.

Ze kennen elkaar niet, afgezien van een geschudde hand bij een overleg. Zijn beeldende kunst en podiumkunst gescheiden werelden? Volgen Ansenk en Merkx de discipline van de ander?

Ansenk zag onlangs een jeugdvoorstelling van het Hofpleintheater. „Een klasgenootje van mijn dochter speelde mee. Ze hadden allemaal liedjes van David Bowie gebruikt. De kinderen realiseerden zich dat niet, maar voor de ouders was dat iets extra’s.” Merkx is vol lof over de Gaultier-tentoonstelling van vorig jaar in de Kunsthal. „Mijn man en zoon hadden er geen zin in, maar waren na afloop heel enthousiast. Het theatrale ontwerp van de tentoonstelling was interessant. Ik kijk nu ook naar modeshows, ter inspiratie voor voorstellingen.”

Ansenk: „Wat ik fascinerend vind is dat modeshows zo snel gaan. Ik zag een show van Gaultier, in twaalf minuten was het voorbij.”

De kunst

Kunst was voor Merkx en Ansenk van jongs af aan heel belangrijk. Na hun opleiding werden ze museumdirecteur en theatermaker, en dat zijn ze – min of meer – nog steeds. Hun werk bestaat uit het aanbieden en verspreiden van kunst. Waarom eigenlijk? Wat is het nut van kunst?

Merkx neemt vaak als eerste het woord. Ze begint over „intrinsieke waarden”. „Voor mij gaat het om dingen in twijfel trekken, achterkanten van het gelijk laten zien, nieuwe werelden openen. Vragen stellen, daar komt het op neer. En dat dan in het theater, live en interactie met het publiek, waardoor de impact enorm is.”

Ansenk, meer beschouwer dan maker, ziet ook de maatschappelijke waarde. „Kunstenaars kunnen verbeelden wat we nog niet kunnen zien. Ze dragen bij aan kennis en wetenschap, kunnen problemen oplossen omdat ze anders naar dingen kijken.” En dan is er de economische waarde van kunst, zegt Ansenk; „Ik was vorig weekend in Liverpool. Die stad was verpauperd, maar heeft als Culturele Hoofdstad in 2008 enorm geïnvesteerd in de culturele infrastructuur. Dat heeft sociale problemen opgelost, en zorgt voor hordes toeristen die veel geld uitgeven. Het Bilbao-effect: één populair museum trekt een hele stad omhoog.”

Merkx: „Ik vind dat we dat economische belang als kunstsector de afgelopen jaren wel erg hebben benadrukt. Het was een reactie op politiek wantrouwen, een defensieve reactie op de kaalslag. Ik ben er nu aan toe om naar de kunst zelf te kijken.”

De stad

Toen Ansenk in 2008 aantrad als directeur van de Kunsthal verhuisde ze met haar man en drie jonge kinderen naar Rotterdam, een stad die ze niet kende. „Ik wilde hier wortelen, en naar mijn werk kunnen fietsen.” Na enige aarzeling zegt ze dat ze in Kralingen woont. Geneert ze zich voor mooi wonen? „Nee nee, dat is het niet, maar sommige dingen hou ik graag privé.”

Merkx woont in Amsterdam. „Voor theater is dat nu eenmaal het Mekka. Daar kan ik alles zien en mensen ontmoeten. We hebben het binnen het bestuur besproken, de zakelijk directeur is wel verhuisd, zij doet ook de politieke contacten in Rotterdam.”

Wat politieke contacten betreft heeft Ansenk een voorsprong. Cultuurwethouder Adriaan Visser – die ook financiën, binnenstad en sport in zijn portefeuille heeft – was eerder als directeur van het Ontwikkelingsbedrijf Rotterdam eigenaar van de Kunsthal en dus haar huisbaas. Ze kan hem makkelijk bereiken. Merkx heeft Visser nog niet ontmoet.

Rotterdam onderscheidt zich qua cultuurklimaat door subversiviteit, vindt Merkx. „In Amsterdam kijken theatermakers erg naar elkaar, het is ons kent ons. Dat houdt mensen klein. Hier zijn meer durvers. Ze zijn niet met elkaar bezig, het is losser.”

Ansenk: „Ik zie daar wel een keerzijde van. Alles wat nieuw is wordt omarmd, en de stad vergeet soms om te investeren in bestaande merken. Ik merk ook dat het Rotterdamse publiek snel tevreden is, minder verwend. De lat ligt daardoor comfortabel laag.” Het culturele aanbod is minder dan in Amsterdam.

„Ik ben ook bang dat we veel te tevreden zijn over die positieve score van Rotterdam in toeristische lijstjes, dat we achterover gaan leunen”, zegt Ansenk. „Terwijl we nu juist moeten doorpakken met samenwerken tussen culturele organisaties, het bedrijfsleven en de gemeente om de aantrekkelijkheid van de stad te vergroten.”

...En het geld

‘Cultureel ondernemerschap’ is de titel van de cultuurparagraaf in het coalitieakkoord van Leefbaar Rotterdam, D66 en CDA. Een van de afspraken is dat het budget voor cultuur gelijk blijft, ruim 77 miljoen euro.

De Kunsthal ontvangt jaarlijks daarvan 1,8 miljoen euro subsidie van de stad en niets van het Rijk, op een begroting van 4,8 miljoen. Eigen inkomsten uit entree en fondsen zorgen voor 55 procent van het budget.

Maas ontvangt iets minder, 1,6 miljoen euro van Rotterdam, 532.000 euro van het Rijk en 383.000 euro van het Fonds Podiumkunsten. De begroting is 3,5 miljoen, de eigen inkomsten bijna 30 procent.

Merkx, die ook voorstellingen regisseert, laat de financiën goeddeels over aan haar zakelijk directeur. Ansenk is verantwoordelijk voor de fondsenwerving en sponsoring van de Kunsthal en besteedt naar eigen zeggen 80 procent van haar tijd aan zakelijke kwesties.

Beide vrouwen voelen zich ondernemer. Merkx in afgeleide zin: „Ik voel de inhoudelijke drive om steeds nieuwe vormen te ontdekken.” Voor Ansenk is de term letterlijker. „Als we onverstandig zouden programmeren valt de Kunsthal om. Risico lopen, dat vind ik ondernemen. Maar daar gaat het nooit over in de politiek, ze kijken vooral naar het genereren van eigen inkomsten.”

Dat de Kunsthal, met aansprekende exposities over James Bond en volgend jaar Keith Haring, geen moeite zou hebben om sponsors te vinden is volgens Ansenk een misverstand. „Voor 2015 staat de teller nog op nul. Na zes jaar proberen zoek ik niet langer naar structurele sponsoren, dat lukt bijna niet. Sponsoring werkt vooral per tentoonstelling. Het wc-papier betaal ik uit entreegelden, zo fragiel is de financiering.” Ansenk verwacht wel een recordaantal bezoekers dit jaar. Het aantal wil ze nog niet prijsgeven. „We krijgen de kerstvakantie nog, dan hopen we op 30.000 bezoekers.”

Opgewekt voldoen Merkx en Ansenk na het gesprek aan de verzoeken van de fotograaf. Tussendoor spreken ze af om elkaar nog een keer te ontmoeten, om te kijken hoe de Kunsthal en het Maaspodium kunnen samenwerken.