Heus, zó veel veelplegers zijn er nu ook weer niet

Heeft Rotterdam echt zo veel draaideurcriminelen? De gemeente zette de cijfers op een rijtje.

Ophef in Rotterdam, vorige maand, toen RTL Nieuws de landelijke ‘veelplegerskaart’ publiceerde. Daarop stond per gemeente aangegeven hoeveel draaideurcriminelen er wonen. Rotterdam zou er volgens RTL 2.050 tellen, oftewel 41 per 10.000 inwoners – liefst 171 procent meer dan het landelijke gemiddelde. Dat leidde tot vragen van de gemeenteraad. Waarom lag het Rotterdamse gemiddelde zoveel hoger dan het landelijke?

Draaideurcriminelen vormen al jaren een probleem in Rotterdam. In de zomer van 2012 stuurde burgemeester Aboutaleb een brief naar vierhonderd Rotterdamse misdadigers, onder wie veelplegers: dat de gemeente regelmatig op huisbezoek zou komen, en dat ze bij goed gedrag hulp zouden krijgen bij het zoeken naar werk of huisvesting. Die persoonsgebonden aanpak leek succesvol: zo nam het aantal overvallen binnen een jaar af met 33 procent. Maar door de cijfers van RTL ontstond twijfel. Was de nieuwe aanpak dan toch niet effectief?

Jawel, verkondigt de gemeente nu. Die cijfers van RTL waren gebaseerd op 2012 en dus verouderd. In 2014 is het aantal Rotterdamse veelplegers teruggeschroefd tot 1.526 volwassen: zo’n 25 per 10.000 inwoners. Nog steeds boven het landelijk gemiddelde, maar niet meer zo’n groot verschil. In Amsterdam woont een vergelijkbaar aantal veelplegers, en een kleinere gemeente als Deventer telt ook nog altijd 22 veelplegers per 10.000 inwoners.

Landelijk gezien is iets meer dan de helft van de veelplegers ‘gespecialiseerd’ in vermogensdelicten zonder geweld – bijvoorbeeld inbraken. Daarnaast zijn er ook veelplegers die zich vooral schuldig maken aan vernielingen, geweld of verkeersovertredingen, maar vaak zijn het generalisten: ze maken zich schuldig aan verschillende soorten misdrijven. Hoe de verhouding in Rotterdam is, is niet bekend.

Dat het aantal Rotterdamse veelplegers binnen een jaar zo is afgenomen, illustreert volgens een woordvoerder van de gemeente juist het succes van de persoonsgebonden aanpak. „We richten ons vooral op daders van high impact crimes: delicten die grote gevolgen hebben voor het slachtoffer, zoals overvallen, straatroven en woninginbraken. Er vindt onder de mensen bij wie wij de aanpak toepassen vrijwel geen recidive plaats.”

Ook gaat de gemeente in gesprek met broertjes en zusjes van veelplegers, „om te voorkomen dat ze het criminele pad opgaan.” Er wonen nu in de gemeente 51 veelplegers tussen de 12 en 17 jaar.

Dat Rotterdam toch nog boven het landelijk gemiddelde zit, is „waarschijnlijk een gevolg van de Rotterdamse demografie”, aldus de gemeente. Zo wonen er relatief veel jonge mensen, en dat past goed bij het profiel van de veelpleger: die is gemiddeld 33, en begint rond zijn 18de.

Ook zou het kunnen zijn dat veel veelplegers zich toeleggen op kleinere vergrijpen, de zogenoemde vvc-delicten (veel voorkomende criminaliteit), zoals winkeldiefstal, autokraak of fietsenheling. Voor die daders is de aanpak minder intensief.