Het Paradijs

Eén van mijn beste vriendinnen riep op een doodgewone middag ineens dat de Kalverstraat haar lievelingsstraat was. Ik schrok me rot. „Echt hoor, er zijn daar sporen van de hele culturele geschiedenis van Amsterdam”, legde ze uit. Het klonk voor mij alsof ze zojuist had gezegd dat McDonald’s eigenlijk een Michelinster verdiende. Als er één straat is die ik probeer te vermijden – helemaal rond deze tijd – is het de Kalverstraat wel. Als ik alleen al denk aan die warme walm van nieuwe-kleren-lucht die er altijd hangt, of aan dat opdringerige draaiorgel dat er chronisch lijkt te staan of aan die mensen in regenjassen van goeie doelen die vragen of ze me iets mogen vragen, word ik al onwel. Blijkbaar zijn er genoeg anderen die daar geen last van hebben, want vorig jaar december moest de straat nog worden afgezet omdat het er te druk was.

„Je moet omhoog kijken”, verklaarde C.

En op je telefoon. Ze maakte uit puur enthousiasme namelijk een gratis app over de verborgen schatten van de Kalverstraat.

Ik verzamelde moed, downloadde de app en parkeerde mijn fiets tegen waar vroeger die fijne Fame zat. Het is druk, koud, lawaaiig en ongezellig in de straat, maar ik zet door. C. heeft me, sinds haar bekentenis, brokjes informatie over ‘de Kalver’ gevoerd die me toch hebben geprikkeld. Zoals dat er begin zestiende eeuw een broedplaats voor intellectuelen en kunstenaars was in het huis ‘Het Paradijs’ van koopman en mecenas Pompeius Occo. Hij had een enorme bibliotheek van meer dan 2.000 boeken waar mensen naar hartenlust in mochten komen studeren en soms gaf hij extravagante feesten waar hij een paar dozijn Amsterdamse maagden voor uitnodigde. Die combinatie van boeken en decadentie met maagden (specifiek Amsterdamse) vind ik onweerstaanbaar. Ik luister naar het verhaal op de app – waar helaas de maagden uit verdwenen zijn – en probeer ondertussen niet naar de etalage van de Forever 21 te kijken, aangezien die naam gewoon een pertinente leugen is.

Het is volkomen onnatuurlijk om met een koptelefoon op stil te staan midden in die drukke winkelstraat, maar daarom ook juist leuk. Mensen kijken me stuk voor stuk nieuwsgierig of geïrriteerd aan. Ik kijk over ze heen. En inderdaad, boven de winkels zie je knusse huizen en prachtige gevels en kan je je prima voorstellen dat dit ooit een landelijk weggetje was waar kalveren door naar de Dam werden vervoerd, zoals Geert Mak in mijn oor fluistert.

Ik loop verder en hoor tot mijn verbazing dat de Kalverstraat rond 1880 de literaire place to be was, vol boekhandels, en koffiehuizen waar men discussieerde en nieuws vergaarde, waar Jacques Perk en Willem Kloos ruzie zaten te maken. Zo’n beetje ter hoogte van waar nu T-Mobile, Blokker en McDonald’s zitten. Of de voormalige Slegte…

Aangekomen bij de Munt weet ik een hele hoop nieuwe sappige feitjes over deze straat en over de geschiedenis van Amsterdam. Helaas staat mijn fiets natuurlijk nog op de Dam. Ik stort me opnieuw in de massa. Gelukkig hebben mijn koptelefoon en mijn blik omhoog een prettige bijwerking: geen goededoelenregenjas waagt het om me aan te klampen.