Het is alsof je naar de hersenen van de stad kijkt

Acht jaar lang fotografeerde Hans Wilschut de verbouwing van het centraal station van Rotterdam. Zijn fotoboek is net verschenen. Wilfried de Jong leidt het boek in met een fictief verhaal over een fotograaf die op grote hoogte werkt. Hier volgt een fragment.

‘Bent u de fotograaf?’ zei een heldere meisjesstem. ‘Ja’, zei hij weer. Dat klonk al beter, vond hij.

Hij bukte nog eens om door het gaatje te kijken. Haar hoofd was nu een halve slag gedraaid. Hij zag twee ver openstaande ogen onder het loshangende haar.

Wenkbrauwen als vrolijke accolades.

‘Ik heb uw papieren vliegtuigje.’

De fotograaf opende de deur.

‘Dag’, zei hij.

Het meisje priemde de punt van het vliegtuigje lachend in de richting van zijn gezicht.

‘Hoi. Gevonden op het plein. Ik kom het terugbrengen.’

Brutaal liep ze langs de fotograaf de kamer in. Ze droeg een skinny jeans en een vaal T-shirtje.

‘Mag ik uw uitzicht even zien?’

Ze trok de vitrage opzij en stak haar hoofd uit het nog openstaande raam.

‘Geweldig! Zo heb ik het station nog nooit gezien.’

Het meisje pakte haar telefoon en fotografeerde naar beneden. Met flits. De fotograaf schudde zijn hoofd.

‘Flitsen werkt niet op deze afstand.’

Hij zag hoe het meisje genoot van het uitzicht. Hij ging naast haar staan. Samen keken ze naar beneden. Het meisje deed een blonde streng achter haar linkeroor. Ze rekte zich uit om nog meer te kunnen zien.

‘Het is net of ik naar de hersenen van de stad sta te kijken’, zei ze. ‘Ongrijpbaar, steeds weer anders. Het leeft hier als een gek.’

Ze draaide zich om, nam haar telefoon en maakte een selfie: zij en de stad. Ze bekeek het resultaat en liet het schermpje aan de fotograaf zien.

‘Je zou hier maar wonen.’

De fotograaf glimlachte verlegen.

‘Ik moet weg. Hoi.’

Het meisje stak de telefoon in haar jeans en liep de kamer uit. De fotograaf sloot de deur achter haar en staarde een tijdje voor zich uit. Hij pakte de hoorn van de hoteltelefoon en bestelde een pizza, voor over een uur.

Een briesje blies de roze vitrage opzij. De fotograaf luisterde naar de geluiden uit de stad. Trams door de bocht, vastgelopen verkeer, een rammelende goederentrein. Hij opende zijn fotokoffer. Op de body van de camera deed hij een lange lens en liep naar het raam. Ongrijpbaar, steeds weer anders. De stad lag voor hem klaar.