Glasgow is net zo hip als historisch. Echt!

Er zijn van die steden die je denkt te kunnen overslaan. Denkt, want eigenlijk zijn ze een bezoek waard. Neem Glasgow. De stad van Franz Ferdinand is nu net zo leuk als in de Victoriaanse tijd. Dit is waarom je er juist nu een weekendje naartoe moet.

Glasgow telt twee universiteiten, dus aan goede uitgaansplekken geen gebrek. Links de University of Glasgow, rechts de Clyde auditorium.

Waarom Glasgow?

Glasgow is tegelijk hip en kosmopolitisch. Je kunt je laven aan prachtige gebouwen, chique winkelpassages en historische musea, maar ook onderdompelen in de alternatieve kunst- en studentencultuur. Een kwart van de genomineerden voor de Turner Prize, de belangrijkste Britse kunstprijs, studeerde in Glasgow.

In de Victoriaanse tijd was het de tweede stad van het Britse rijk. Dankzij de vele fabrieken (katoen, textiel, glas, papier en zeep) en de scheepsbouw groeide Glasgow uit tot een miljoenenstad. Tussen 1840 en het begin van de Eerste Wereldoorlog was het een van de rijkste steden van Europa.

Dat veranderde in de jaren zestig: de industrie kon niet concurreren met die in goedkopere landen, in de Thatcher-jaren werden de scheepswerven gesloten. Glasgow werd synoniem voor enorme wijken met sociale woningbouw. En voor een van de meest linkse steden in het Verenigd Koninkrijk. Dat anarchisme valt onmiddellijk op: sinds jaar en dag draagt het standbeeld van de Duke of Wellington een verkeerspylon. Iedere keer als de politie de pylon verwijdert, komt hij terug.

Waarom nu?

Echt warm wordt het nooit in Glasgow, echt koud ook niet – dankzij de ligging aan zee. Dus het hele jaar door is de stad goed te bezoeken. Neem wel een paraplu mee!

Aankomst

Zowel KLM als Easyjet vliegt rechtstreeks naar Glasgow. Vanaf Glasgow International is er een speciale bus naar het centrum, een retourtje kost 8,50 pond (10,70 euro). De bus komt aan op Buchanan Street, niet het mooiste deel van de stad. Maar binnen vijf minuten sta je op George Square, het hart van de stad. Omringd door de standbeelden van Schotse grootheden als James Watt (stoommachine) en Robert Burns (dichter) genieten de Glaswegians van de zon. Of in elk geval van een bankje en wat groen.

Drankje en dansje

Glasgow telt twee universiteiten en een kunstacademie, dus aan goede uitgaansplekken geen gebrek. Probeer Inn Deep (onder een brug en met uitzicht op het water) en Drygate (in bierbrouwerij Tennent) voor bijzonder bier, de Corinthian Club voor chique cocktails en The Lane Vinyl Bar voor hippere versies. Glasgow is bovendien de stad van Franz Ferdinand, Belle & Sebastian, Primal Scream, en talloze dj’s. Doe ABC aan voor muziek, en The Sub Club als je van dansen houdt. En check de agenda van Òran Mór, een pub/club/theather/whiskybar in een kerk. Hun A Play, A Pint and A Pie-deal is beroemd.

Goede nachtrust

Het stikt van de hotels en B&B’s in Glasgow, van goedkoop (Alexander Thompson), ‘pod hotel’ (Citizen M, Z-Hotel) tot vijfsteren (Hotel du Vin) .

Culturele ochtend

Dit is de stad van art nouveau-architect Charles Rennie Mackintosh (1868- 1928). Hij ontwierp onder meer de beroemde Glasgow School of Arts (helaas wegens een brand nu in de steigers), het gebouw van de Glasgow Herald, (nu bekend als The Lighthouse, waar Schotlands Centre for Design en Architecture zit), en de Willow Tea Rooms, waarvoor hij niet alleen het gebouw maar ook de meubels, kopjes en theelepels ontwierp. Zijn eigen huis werd in 1963 gesloopt en is opnieuw opgebouwd in het Hunterian Museum, dat ook de moeite waard is. Maar Mackintosh’ mooiste gebouw staat op een uurtje treinen buiten Glasgow, in Helensburgh. Hij creëerde het voor uitgever Walter Blackie, tot aan de straatlantaarns toe, en zijn echtgenote Margaret ontwierp alle gordijnen en kussenovertrekken. Het is moeilijk voor te stellen dat er echt iemand in Hill House heeft gewoond, zo prachtig zijn de kamers.

Lunchbroodje

Als je in Helensburgh bent: The Buffet Shop. In Glasgow: Riverhill tegenover Central Station. Het is piepklein, maar zeker de moeite waard om te wachten tot een van de krukken vrijkomt, en als dat niet lukt een picknick te bestellen. Of ga naar Where the Monkey Sleeps, even klein, eveneens de moeite waard.

Middagje winkelen

Alle grote Britse ketens zitten in en rondom Buchanan Street, de chique wereldmerken vind je in Ingram Street.

Voor originelere en eclectische winkels moet je rondom metrostation Hillhead, achter de University of Glasgow zijn, of in Finnieston. In laatstgenoemde wijk vind je onder meer The Stop of Interest, een soort galerie/cadeauwinkel, talloze platenwinkels, en We Love to Boogie voor vintagekleding. In beide wijken kun je makkelijk blijven plakken, in de talloze pubs in Ashton Lane bijvoorbeeld, of de restaurantjes van Argyll Street.

Uit eten

Als je toch in Finnieston bent, is het veganistische eetcafé 78 zeker aan te raden. Dit heeft niets meer met geitenwollensokken te maken, wel met heerlijk eten. Sowieso kun je uitstekend vegetarisch eten in Glasgow: Stereo (ook in een Mackintosh-gebouw) heeft nog een beetje een krakerssfeer, maar de vegetarische (!) haggis is uitstekend, bij Mono kun je onder het genot van een maaltijd en zelfgebrouwen bier naar bands luisteren (Franz Ferdinand bijvoorbeeld). Vleeseters hoeven overigens niet te treuren. Salty’s doet moderne fish ’n chips en pies, het barst (net zoals elders in het Verenigd Koninkrijk) van de hamburgertenten, en The Gannet serveert heerlijke Angus Steak.

Zondagochtend brunch

Je kunt ook heerlijk dineren bij Café Gandolfi, dat modern Schots eten bereidt. Maar hun brunch is helemaal de moeite waard: een ‘full Scottish’ bijvoorbeeld met bloedworst, of Eggs Benedict. Zondagskrantje erbij, koffie…

Flaneren

Op een mooie dag zijn de Botanic Gardens een aanrader. Of dwaal door Necropolis: een gigantische begraafplaats achter de kathedraal met heel veel Victoriaanse grafmonumenten. En wie nog wil winkelen: de Barras-vlooienmarkt.

Een laatste blik

Ga opnieuw terug naar Mackintosh en beklim de trap in de Lighthouse voor een prachtig uitzicht over Glasgow.