Geacht publiek, zie hier een domme Laplander

Oordelen op basis van iemands uiterlijk is al zo oud als de oermens, maar een probleem werd die beoordeling pas toen ze wetenschappelijk verantwoord werd. Hebben we iets van de gevolgen geleerd?

Wasmasker van overleden verkrachter, 22 jaar. Onder: portretfoto’s van gewelddadige criminelen Foto’s uit besproken boek

In 1874 zag de Duitse dierenhandelaar Carl Hagenbeck de inkomsten van zijn dierentuin in Hamburg, waar hij shows organiseerde met wilde dieren, hard teruglopen. Om meer bezoekers te trekken bedacht hij een circus waarin niet de dieren kunstjes deden, maar waarin mensen getoond werden. Hij haalde voor dit plan een Samifamilie uit Lapland naar Duitsland. Het gezin, uitgestald met rendieren en huisraad, werd een succes dat smaakte naar meer.

Tussen 1874 en 1931 toonde Hagenbeck in zijn eigen circus de ‘wereldwonderen’ uit alle delen van de wereld: ‘giraffenhalsvrouwen’ uit Birma, fakirs uit India, dansende meisjes uit China en ‘lippennegerinnen’ uit Afrika. Het circus reisde heel Europa door, waarbij twee eskimogezinnen, Inuït, uit Canada een hoogtepunt vormde.

Een probleem was echter dat de gezinsleden niet waren ingeënt tegen het pokkenvirus waardoor alle Inuït nog voor het einde van de tournee waren overleden. Dat was een wijze les: voor de volgende tournee werden de ‘Vuurlandindianen’ wél ingeënt, toch overleden vijf van de acht tentoongestelde indianen nog datzelfde jaar aan andere ziektes. Het mocht de pret niet drukken: wetenschappers vonden de shows van belang en Carl Hagenbeck kondigde zijn shows voortaan aan als ‘antropologische spektakels’.

Achterhoofden

Het is een van de vele mooie voorbeelden die fotografe en schrijfster Linda Roodenburg aanhaalt in haar boek Zie de mens. Daarbij gaat het niet alleen om de vraag hoe de mens altijd al naar andere volken heeft gekeken om de overeenkomsten en vooral de verschillen te registeren, maar vooral om een breder verhaal: wat is er af te lezen aan iemands uiterlijk?

Uiteraard komen daarbij alle wetenschappers ter sprake die zich uitgesproken hebben over schedelvormen, lengtes, voor- en achterhoofden. Hoewel het beoordelen van iemand op basis van zijn uiterlijk waarschijnlijk zo oud is als de mens zelf, verscheen het eerste werk waarin de fysionomie systematisch werd bestudeerd pas in 1586. De Italiaan Giambattista della Porta vergeleek in De humana physiognomonia de gelaatstrekken van de mens met dieren om te zien welke dierlijke eigenschappen de mens had. Zo sluw als een vos, hondsbrutaal, de adelaarsblik en schaapachtig kijken werden zo geboren.

De fysionomie werd in later eeuwen uitgebreid dankzij onderzoekingen van onder anderen de Zwitser Lavater (1741-1801). Hij koppelde karaktertrekken aan de vorm van de schedel, het voorhoofd, neus, lippen, kin, kleur van ogen en tanden. Zijn boek Physiognomische Fragmente werd na zijn dood aangepast met hoofdstukken over de domheid van Laplanders, de lelijkheid van Tartaren en stinkende negers. Waar die verwetenschappelijking toe geleid heeft – ook al waren Lombroso met de typeringen van het criminele hoofd (en epilepsie voor de man met flaporen), Darwin en anderen hier niet op uit – en wat de relatie tussen ras en innerlijk teweeg kan brengen weten we allemaal. De rassenleer werd de goedkeuring van het kolonialisme en de wetenschappelijke bodem voor de Holocaust.

Jimmy Nelson

Hebben we van de Jodenvervolging iets geleerd, vraagt Roodenburg zich terecht af. Een tijdje wel, maar vooroordelen verdwijnen niet zomaar. Daar moet je moeite voor doen, bepleit ze. Je kan stellen dat criminaliteit onder Marokkanen hoger is, maar onderzoek wees uit dat er geen etnisch verband is. Het is dan ook een kwestie van perspectief. Na de bankencrisis schreef niemand: ‘Blanke mannen roven pensioenen’ of iets van vergelijkbare strekking wanneer de LIBOR gemanipuleerd wordt. Het is niet zozeer een kwestie van benoemen als wel zorgvuldiger oordelen, en daar ligt een belangrijke taak voor het onderwijs, aldus Roodenburg. Ze geeft zelf toe dat dat een weinig opzienbarende conclusie is, maar de voorbeelden die ze aanhaalt spreken voor zichzelf.

Wie denkt dat we er op vooruit zijn gegaan omdat er nu geen rondreizende circussen zijn met Laplanders, komt van een koude kermis thuis. ‘De populariteit van de foto’s van de tribale volken in Jimmy Nelsons koffietafelboek Before They Pass Away zijn daar een mooi voorbeeld van. ‘Nelson ensceneerde en manipuleerde net als Edward Curtis ruim honderd jaar geleden deed met zijn beroemde foto’s van indianen naar zijn hand zette en ook die vinden we nog steeds prachtig. Ieder enigszins geïnformeerd en visueel ontwikkeld mens doorziet de manipulatie en toch is Nelsons boek wereldwijd een bestseller.’ Een pijnlijke, maar ware conclusie.