Franse ‘kerstfilm’ bevat eerste optreden van Sint in fictiefilm

Een Kerstfilm uit 1905 blijkt niet over de kerstman, maar over Sinterklaas te gaan, ontdekte de Belgische filmwetenschapper Vito Adriaensens.

Still met de Sint uit Miracle de Noël (1905) Beeld Deens Filminstituut

Sinterklaas was al een filmster anno 1905. Dat de legende van de goedheiligman al enige eeuwen meegaat, weten we van Jan Steens schilderij Het Sint-Nicolaasfeest (1665-1668) en vele andere prenten in de collectie van het Rijksmuseum. Niet bekend was dat de Sint reeds zijn intrede op het witte doek maakte in 1905, in de korte fictiefilm Miracle de Noël (of Kerstmirakel) van het Franse Pathé.

De film is van kleurtinten voorzien, duurt om en bij de vijf minuten, en maakt allicht al sinds 1905 deel uit van de Corrick-collectie, de uitvoerige filmverzameling van de gelijknamige rondreizende Australische familie die integraal bewaard wordt in het National Film & Sound Archive. In 1905 vierde film ongeveer zijn tienjarig bestaan, en waren hoogtepunten als Le Voyage dans la Lune (Georges Méliès, 1902) en The Great Train Robbery (Edwin S. Porter, 1903) slechts een paar jaar oud.

Miracle de Noël ging al meer dan 100 jaar door het leven als een kerstfilm, tot ik afgelopen jaar, als Belgische filmwetenschapper op een besneeuwde decemberavond in het Deense Filminstituut in Kopenhagen op een stukje van de film stuitte. Het lijkt misschien vreemd de Sint in een Franse film te zien, maar de firma Pathé was in 1905 niet alleen een van de wereldleiders op productioneel vlak, de sinterklaastraditie bestaat ook in grote delen van Noord-Frankrijk en Luxemburg.

Een optreden van de Sint in een fictiefilm blijft verder nogal uitzonderlijk. Vanaf de jaren 1920 werden stedelijke intredes documentair vastgelegd op film, maar in fictie zien we pas een sterke aanwezigheid op televisie vanaf de jaren 1970, met uitzondering van een Kerstman die eigenlijk Sinterklaas blijkt te zijn in Miracle on 34th Street (George Seaton, 1947) en de Bergmaneske sinterklaasfilm Makkers, staakt uw wild geraas (Fons Rademakers, 1960). In Miracle de Noël zien we dat de typering van de Sint en zijn knecht ingegeven werd door Jan Schenkmans invloedrijke boek St. Nikolaas en zijn knecht (1850).

In de film zien we hoe een uitgehongerd straatschoffie ’s avonds met zijn ezeltje staat te wachten aan een kerk. Wanneer de dienst gedaan is, glipt de jongen binnen voor wat warmte, maar stort hij meteen uitgeput neer voor een glas-in-loodraam van Sint-Nicolaas, uitgedost zoals we hem kennen. Deze glazen Sint komt vervolgens tot leven om zich over de stakker te ontfermen. Hij neemt hem mee buiten en tovert de jongen tussen de dwarrelende sneeuwvlokken om tot een piet. De huidskleur van het kind is onduidelijk, maar een pofbroek, wijd hemd, en versierde muts met veer over een bos kroeshaar laten weinig aan de verbeelding over.

De Sint neemt plaats op het ezeltje en samen trekken ze over de daken. We zien de nieuw gerekruteerde piet een schoorsteen inkruipen met een speelgoedpaard en een pop, die hij op het bed van een meisje legt. Hij geeft haar zacht een kus en kruipt terug naar boven, waarna de twee hun tocht over de besneeuwde daken voortzetten.