Column

Een onverwachte feestdag

Gisteren gewoon college en werkgroep, zo hadden Alexander en ik het gepland. Mooi niet, gisteren was Thanksgiving en dan zit heel Amerika bij familie en vrienden. De laatste donderdag van november is de belangrijkste feestdag, belangrijker en algemener gevierd dan Kerstmis. „It’s about family„, zoals een collega uitlegde, „not about gifts.

Daar is Kerstmis dan weer voor en de jacht op cadeautjes en koopjes is, ook alweer traditie, vandaag begonnen. Op ‘Black Friday’ liggen mensen in slaapzakken voor de grote winkels om net als vroeger ook in Nederland op de eerste dag van de uitverkoop hun beste slag te kunnen slaan.

Thanksgiving is bij ons de dankdag voor het gewas, een protestants feest en dus is er weinig feestelijks aan. Hier is het nu een godsdienstneutraal gebeuren geworden, met als belangrijkste ritueel het moment dat Obama gratie verleent aan een kalkoen.

Op Thanksgiving staat overal kalkoen op het menu, maar die ene kalkoen op het Witte Huis mag blijven leven. In alle supermarkten lagen de diepvrieskisten al weken vol met tot gladde en bijna ronde kanonskogels samengeperste pluimvee. De prijs is zo’n vijf tot zes dollar per kilo en een beetje kalkoen is ook al gauw vijf tot zes kippen zwaar.

Bij Norman Rockwell, de schilder van het Amerika van Truman en Eisenhower, zien we op een van zijn mooiste schilderijen de hele familie glunderend kijken hoe oma kennelijk moeiteloos het kolossale gebraad op tafel neerzet. Oma zal er ook toen al aardappelpuree, sperzieboontjes en cranberries bij gepresenteerd hebben, met als dessert pecannotentaart. Dat toetje alleen al is voldoende om daarna werkelijk geen pap meer te kunnen zeggen.

De nationale mythe wil dat Thanksgiving al bijna 400 jaar geleden met de Pilgrim Fathers uit Nederland naar de nieuwe wereld kwam. Op de pecannotentaart na ziet het Thanksgiving-menu er inderdaad ook wel opvallend Nederlands uit. Het is ongeveer wat wij vroeger bij ons thuis met Kerstmis aten. Veel bewijs voor de Nederlandse herkomst is er niet, maar laten we toch maar doen alsof en er ook een beetje trots op zijn. Als maar niemand denkt dat wij ook begonnen zijn met die idiote gratieverlening aan een kalkoen.

Er zijn wel andere Nederlandse dingen hier om trots op te zijn. In de Neue Galerie is nu een heel druk bezochte tentoonstelling van het werk van de Oostenrijkse schilder Egon Schiele, met als hoogtepunt een fantastisch portret van zijn vrouw Edith. Het staat ook op de affiches afgebeeld, maar in het echt is het altijd te zien in het Haagse Gemeentemuseum. In het Museum of Modern Art zijn nu de knipselschilderijen van Henri Matisse te zien en verdomd, het mooiste is toch zijn zonnige ‘La perruche et la sirène’ uit het Stedelijk Museum.

Iets verderop in het Rockefeller Center maakt Christie’s zich op voor ‘the exceptional sale’ (11 december) met als een van de hoogtepunten een schitterend bronzen beeld van Adriaen de Vries, de grootste beeldhouwer die Nederland ooit heeft gehad. Ruim vierhonderd jaar oud, ongeveer een meter hoog, een soort Atlas met de wereldbol voorstellend. Adviesprijs: 15 tot 25 miljoen dollar. Het zal dus wel niet naar Nederland gaan, maar toch iets om trots op te zijn.

In de Metropolitan Opera is de Nederlandse sopraan Eva-Maria Westbroek weer terug met ‘Lady Macbeth van Mtsensk’, de dramatische opera van Sjostakovitsj, waarmee ze een paar jaar geleden in Amsterdam ‘doorbrak’. En de New York Philharmonic staat deze week onder leiding van een luid toegejuichte Jaap van Zweden, die woensdag opende met ‘Cyrano de Bergerac’ van Johan Wagenaar, na honderd jaar hier dan toch in première.

Het is niet moeilijk om je hier snel thuis te voelen.

Alexander Rinnooy Kan en Paul Schnabel bekleden dit najaar de Queen Wilhelmina Chair aan de Columbia University in New York en doen daarvan bij toerbeurt verslag in deze krant. Reageren? ps2830@columbia.edu