De vrouwen komen eraan, ook in andere landen

Duitsland is niet het eerste land dat bedrijven verplicht een minimum aantal topvrouwen te benoemen. Maar de meeste landen discussiëren er nog over. Ook de Europese Commissie wil een quotum.

Illustratie Fotodienst NRC

Als we het doen, dan ook maar meteen gründlich, moet de Duitse regering gedacht hebben toen ze deze week besloot om zich actief te bemoeien met het aantal topvrouwen. De eerste ingreep is namelijk meteen een forse: een vrouwenquotum mét een pittige sanctie voor bedrijven die zich daar niet aan houden. Als in 2016 30 procent van de raden van commissarissen niet uit vrouwen bestaat, geldt: die stoelen blijven leeg. Er komt een vrouw, of er komt niemand. En nee, niet eerst een waarschuwing of een boete.

Dat er in Duitsland een vrouwenquotum komt, is niet zo uitzonderlijk. Meer Europese landen hebben dat. En de Europese Commissie werkt aan wetgeving die voor alle EU-landen geldt. Maar de Duitse straf is wel direct hard, al geldt de maatregel vooralsnog slechts voor de 108 grootste beursgenoteerde bedrijven.

Om aan het quotum te voldoen, moet het aantal vrouwelijke commissarissen in Duitsland ongeveer verdubbelen, volgens cijfers van de Europese Commissie. Dat zijn veel lege stoelen. En de weerstand tegen de vrouwen die op die stoelen gaan zitten zal groot zijn, zegt Mijntje Lückerath, hoogleraar corporate governance aan Tilburg University. Een (bij)baan dankzij een sanctie is „niet de leukste start van je commissariaat”.

Nederland heeft een streefgetal

In Nederland wordt al langer gediscussieerd over het aantal vrouwen aan de top. Dat leidde in januari 2013 tot een wettelijk streefgetal, dat eraan moet bijdragen dat de raden van bestuur en commissarissen van grote bedrijven voor minimaal 30 procent uit vrouwen bestaan. Lukt dat niet, dan moeten ze dat uitleggen in hun jaarverslag. Of het nu wel of niet daaraan ligt, als het gaat om de vrouwelijke commissarissen gaan we dat streefcijfer in Nederland volgens Lückerath volgend jaar op z’n minst naderen.

En ook andere Europese landen waren er sneller bij dan de Duitsers. Noorwegen (geen EU-lid) liep voorop: daar werd al in 1981 over quota gepraat. Sinds 2008 moet daar 40 procent van de commissarissen van beursgenoteerde bedrijven vrouw zijn. Lukt dat niet, dan volgt een waarschuwing en dan een geldboete. Echt hardleerse bedrijven kunnen daarna zelfs van de beurs gehaald worden. Het leidde tot resultaat: volgens cijfers die de Europese Commissie eerder dit jaar publiceerde, zijn in geen enkel ander Europees land zoveel commissarissen vrouw als in Noorwegen (44 procent).

Italië hanteert een vergelijkbaar systeem. Ook daar krijgen bedrijven eerst een boete als in de top niet minimaal eenderde vrouwen zetelt. Daarna volgt een boete, en uiteindelijk vervallen de functies van alle bestuursleden. In België verliezen de bestuursleden hun beloningen als het quotum van eenderde vrouwen niet wordt gehaald, in Frankrijk wordt de benoeming van een bestuurder ongeldig verklaard als die niet overeenkomt met het quotum (20 procent vrouwen in 2014, 40 procent in 2017). En de Spaanse overheid maakt het bedrijven lastig met, bijvoorbeeld, het verkrijgen subsidies en contracten als ze niet evenveel vrouwen als mannen in hun bestuurstop hebben.

Veel landen hebben nog niks

Toch wordt in de meeste Europese landen alleen nog gediscussieerd over een quotum. De weerstand ertegen is groot, constateerde de Europese Commissie eerder. Op initiatief van eurocommissaris Viviane Reding wordt een quotum waarschijnlijk verplicht gesteld in Europese wetgeving. Maar intussen is het, zo staat in het rapport, „de grootste uitdaging” van veel landen om uit te vinden hoe „die weerstand van het publiek en van bedrijven kan worden overwonnen.” Misschien door naar Noorwegen te kijken, suggereert de Commissie. Want die koploper heeft bewezen dat de weerstand snel genoeg verdwijnt als dat quotum eenmaal is doorgevoerd. En ook de besturen gaan daarna „gewoon weer verder met hun zaken, precies zoals daarvoor”.

Of in Nederland ook een quotum volgt op het huidige streefgetal – dat in 2016 afloopt – is nog niet duidelijk. Het poldermodel is in elk geval niet dreigend genoeg gebleken als het gaat om vrouwen in de raden van bestuur: dat blijft met 6 procent ernstig achter. De eis dat bedrijven zich daarvoor moeten verantwoorden in hun jaarverslag, wordt ook genegeerd. „Misschien moeten we dáár eerst eens mee beginnen”, zegt Lückerath. „Als de wet zegt dat bedrijven het moeten uitleggen, moet de wetgever ervoor zorgen dat die wet wordt nageleefd.”