De president van de armen

Na vijf jaar zit zijn termijn erop. De president van Uruguay liep op sandalen, legaliseerde de wietteelt en gaf 90 procent van zijn salaris weg.

President Mujica rijdt zijn Volkswagen Kever over een landweg terug naar huis in de omgeving van Montevideo. Foto AP

Als jonge revolutionair pleegde hij overvallen en bedreigde hij zijn tegenstanders met vuurwapens. Als politieke gevangene zat hij daarna dertien jaar in eenzame opsluiting. Niemand verwachtte in die tijd dat José Mujica ooit president van Uruguay zou worden. En dat hij daarbij zijn revolutionaire ideeën zou weten om te zetten in een constructieve manier van regeren, en iets voor de armen wist te doen zonder de middenklasse van zich te vervreemden.

Zondag neemt Uruguay na vijf jaar afscheid van een markante president. Geroemd en verguisd om zijn progressieve beleid: Uruguay was het eerste land ter wereld dat zowel het gebruik en de verkoop van wiet als ook de teelt legaliseerde. Onder Mujica legaliseerde Uruguay ook abortus en het homohuwelijk.

Maar boven alles viel de nu 79-jarige Mujica op door hoe hij eruit zag: wollen sokken in versleten sandalen, een fleecetrui over zijn corpulente lijf. Hij werd al snel ‘de armste president ter wereld’ gedoopt. Mujica tuft het land door in zijn karakteristieke Volkswagen Kever uit 1987. En hij koos ervoor niet in het presidentiële paleis, maar in zijn eigen, eenvoudige huis te blijven wonen. Zo’n negentig procent van zijn salaris staat hij af aan een project voor sociale huisvesting. Zelf leefde hij van zo’n negenhonderd euro per maand.

Hij haalde vaak uit naar het hyperconsumisme, naar een economisch model waarin de markt alles bepaalt en alles in termen geld wordt uitdrukt. Beroemd is zijn uitspraak: „Arm is niet iemand die weinig heeft, nee, echt arm is iemand die oneindig veel nodig heeft en meer en meer wil en wil en wil.” Een andere gevleugelde uitspraak van ‘el viejo’, het oudje, zoals Uruguayanen hem liefkozend noemen, is: „Ik bezit de grootste rijkdom ter wereld, maar die koop je niet met geld. Ik heb iets waardevollers. De affectie van mijn volk.”

Land van het Jaar

Mujica zette Uruguay, het kleine Latijns-Amerikaanse land met 3,4 miljoen inwoners, ingeklemd tussen de grootmachten Brazilië en Argentinië, stevig op de kaart. Vorig jaar riep het Britse blad The Economist Uruguay uit tot land van het jaar. En dit jaar werd José ‘Pepe’ Mujica genomineerd voor de Nobelprijs voor de Vrede.

Vooral de wietwet trok veel aandacht en werd in binnen- en buitenland fel bediscussieerd. „Veel erger dan drugsgebruik is de drugshandel”, was het vaste antwoord van de president op zijn critici. Door legalisering behoudt de staat de controle, in plaats van criminelen. Zelf zegt Mujica nooit een jointje te hebben gerookt.

Met zijn pragmatische houding en nadruk op sociale verbeteringen droeg hij bij aan stabiele groei en een significante afname van de armoede van het land – zijn grootste verdienste, vindt hij zelf. Tegelijk, en dat is zeldzaam, stemde Mujica ook de groeiende middenklasse tevreden.

Hij vond een balans tussen sociale hervormingen voor de armen en het tegelijkertijd tevreden houden van mensen die het al wat beter hebben. Andere populistische leiders in Latijns-Amerika proberen dit al jaren, maar geen van hen is er zo goed in geslaagd als Mujica, die gedurende zijn hele termijn populair bleef. Op de index voor ongelijkheid die de Wereldbank bijhoudt, staat Uruguay er van alle Latijns-Amerikaanse landen het beste voor. Het land heeft de laagste Gini-coëfficient, een internationaal gebruikte indicatie voor de mate van inkomensongelijkheid.

Die nadruk op eerlijke verdeling van welvaart stamt uit Mujica’s revolutionaire tijd. Was Uruguay aan het begin van de twintigste eeuw nog een welvarend land met een progressief beleid, halverwege de vorige eeuw raakte het land in het slop. Om daar iets tegen te doen sloot Mujica zich in de jaren zestig aan bij de Tupamaros, een linkse stadsguerrillabeweging die zich liet inspireren door de Cubaanse revolutie.

De eerste jaren gedroegen de Tupamaros zich als Robin Hood: ze beroofden banken en verdeelden dat geld onder de armen. Na verloop van tijd verhardde het karakter en ging de groep bomaanslagen plegen en mensen ontvoeren. Ook Mujica deed mee. Hij werd vier keer opgepakt, maar wist telkens te ontkomen. Zo ontsnapte hij uit de beruchte gevangenis Punta Carretas, nu een winkelcentrum in Montevideo. In zijn cel groef hij een tunnel, die uitkwam in de huiskamer van een nabijgelegen woning.

In 1972 werd hij voor het laatst opgepakt, met onder zijn jas een uzi en handgranaat. Vlak na zijn arrestatie pleegden militairen een coup. Dertien jaar eenzame opsluiting en marteling volgden. Die jaren hebben hem gevormd. „We vechten nog steeds voor dezelfde dingen als toen, maar met andere middelen”, heeft Mujica vaak gezegd.

Zijn revolutionaire jaren hebben niet alleen zijn doelen als regeringsleider bepaald, ook zijn stijl van regeren, zegt Adolfo Garcé, hoogleraar politicologie aan de Universiteit van de Republiek. „Als Tupamaro leerde hij zich snel aanpassen aan nieuwe situaties. Hij werd een kameleon. Die stijl past hij toe als regeringsleider”, zegt Garcé. „Hij creëerde een soort personage van zichzelf, iemand die met de armen praat als een gelijke, maar elders juist in volzinnen spreekt.” Mujica is een ouderwets politicus - charismatisch, met een revolutionair verleden - maar de thema’s die hij kiest zijn heel modern.

Charlatan

Waar veel andere regeringsleiders mooie vergezichten schetsen voor hun politieke ideologie, leeft Mujica die idealen voor. Hij leeft eenvoudig, omdat de meerderheid van zijn volk eenvoudig leeft. Hij verzet zich tegen het idee dat rijkdom en macht leiders vervormt tot valse schaduwen van de democratie. Het is hem gelukt om zelf niet zo te worden.

Het conservatieve volksdeel vindt de wietwet niks. Het is bang voor drugstoerisme en ziet geen heil in legalisatie. Tegenstanders zien in Mujica een charlatan, met mooie praatjes van weinig gewicht. Zij bekritiseren de verslechtering van onderwijs en gezondheidszorg onder zijn bewind. Maar de kritiek blijft altijd vriendelijk.

Onder regeringsleiders op het continent ligt Mujica goed, al roept hij ook controverse op door zijn onomwonden uitspraken. Hij noemde de Argentijnse president vorig jaar ‘een oude tang’, toen hij niet wist dat zijn microfoon nog openstond. Vorige week omschreef hij Mexico in de Latijns-Amerikaanse editie van het tijdschrift Foreign Policy als een „soort gefaalde staat”. Onder druk van de Mexicaanse regering bood hij zijn excuses aan.

Mujica heeft nooit een blad voor de mond genomen. „Wat zou er met deze planeet gebeuren als hindoes hetzelfde aantal auto’s per familie zouden hebben als in Duitsland?” vroeg hij het publiek tijdens een VN-top over duurzaamheid in 2012 in Rio de Janeiro. „Hoeveel zuurstof zouden we dan nog over hebben?” Zijn speech werd op YouTube meer dan een miljoen keer bekeken.

Wat gaat Mujica nu doen? Rustig leven. En senator worden in het parlement. Voor zijn ruim een kwart eeuw oude blauwe Kever bood een Arabische sjeik hem onlangs een miljoen dollar. Dat aanbod sloeg Mujica af – vanzelfsprekend.