Damrak altijd al de Rode Loper van de stad

Het Damrak, ca. 1905, nog zonder Bijenkorf. L.W.R. Wenckebach. Potlood en penseel in kleur over foto (‘photographie peinte’), 16,7 cm x 22,5 cm.

Zoals veel plaatsen een stationsstraat hebben, een rechte 19de-eeuwse weg van het spoor naar het centrum, zo heeft Amsterdam het Damrak. Na de opening van het Centraal Station in 1889 veranderde de straat in een bescheiden boulevard met grote monumentale gebouwen, moderne kantoren en een steeds wisselend winkelaanbod. Die ontwikkeling sloot naadloos aan op voorgaande eeuwen, waarin het Damrak altijd al de belangrijkste toegang van de stad was. Zelfs tijdens het eerste begin van Amsterdam, toen alles wat we op deze tekening zien nog water was en de brede Amstel tot aan de Nieuwendijk reikte – daar waar het dorpje van de eerste Amsterdammers lag, achter de huizen die we hier zien afgebeeld.

Tegenwoordig is het Damrak een onderdeel van de Rode Loper, een door de gemeente uitgestippelde route de stad in. Net opgeleverd oogt dit stuk nu nog erg grijs. Zo verandert het Damrak steeds mee met de stad – en is eigenlijk nooit klaar.

De tekening van Wenckebach laat een stille ochtend zien op het Damrak omstreeks 1905. Het lijkt of de stad nog half slaapt. In de verte passeren twee vroege trams elkaar. Aan de overzijde van de lege straat begint de stroom passanten langzaam op gang te komen. Van karren en koetsen geen spoor. En auto’s waren er rond 1905 bijna niet.

Even worden we opgenomen in de tijdloze slaperigheid die ook veel oude hoekjes in de stad kenmerkt, en die zich alleen op de vroege zondagochtend over de gehele stad uitstrekt.

In het ijle ochtendlicht is aan de einder een toren van het Centraal Station herkenbaar. Wenckebach varieert handig met lichte en donkere partijen in de gevelwand, tot aan het kantoorgebouw van de Buitenlandsche Bankvereeninging op Damrak 80-81. Hier is hij ineens opvallend precies en laat hij de ochtendzon schitteren tegen de natuurstenen gevel.

In deze jaren onderging het Damrak een ingrijpende transformatie. De Beurs van Berlage, rechts met toren, dateert van 1903. De met reclames beplakte schutting rechtsvoor staat om het terrein van de afgebroken Beurs van Zocher, waar in 1914 het gebouw van de Bijenkorf geopend werd. Echt stil zou het hier nooit meer worden.

De schilder Willem Wenckebach (1860-1937) kreeg vooral bekendheid als boekillustrator en vervaardiger van aquarellen voor de Verkade-albums. In Amsterdam is hij nog bekender door zijn ruim tweehonderd pentekeningen van schilderachtige hoekjes in de oude stad, die in de jaren 1898-1907 in het Nieuws van den Dag werden gepubliceerd en die later meermaals in boekvorm zijn uitgegeven. Voor die tekeningen gebruikte Wenckebach regelmatig prentbriefkaarten en foto’s als voorbeeld – waarschijnlijk ook foto’s van Breitner.

Voor deze tekening heeft hij wel heel letterlijk een foto als basis genomen: de tekening is namelijk een overgeschilderde fotoafdruk. Hoe die eruit ziet weten we niet zeker. Misschien heeft Wenckebach de drukte op straat wel weggewerkt en de dromerige sfeer gecreëerd die hij elders in de stad zo waardeerde. Maar waarschijnlijk heeft hij een opname gebruikt die we kennen van een reclamekaart van de Provinciale Brand- en Inbraakverzekering, een van de gebruikers van kantoorgebouw Rokin 80-81, en heeft hij de compositie iets aangepast. Die foto toont een winterse besneeuwde straat – helemaal leeg. Ineens valt nu het lichte vrijwel egale vlak op van weg en trottoir. Ook op de tekening is het winter en ligt er sneeuw. Het is de dromerigheid van een koude winterdag.