‘Bospolder lijkt een soort treinongeluk’

Wouter Vanstiphout (47) is directeur van Crimson, een architectuurhistorisch bureau aan de Mathenesserlaan. Maandag krijgt hij de prijs voor kunstkritiek, de Pierre Bayleprijs. Vanstiphout over zíjn Rotterdam.

BOSPOLDER

„Mijn favoriete plek is Bospolder. Een krankzinnig gebied. Het ligt achter een dijk, met aan de kop die gigantische Marconitorens. Het industriegebied erachter is verlaten, want herbestemmingsplannen zijn nooit uitgevoerd. Vlakbij hebben ze nu de Megashops gemaakt, zo’n enorm Amerikaans ding, met ToysXL en Albert Heijn. Daarbovenop zit het Dakpark, waar niemand weet van heeft. Het gebied ziet eruit als een soort treinongeluk. Een opeenstapeling pogingen om het helemaal opnieuw te doen.”

VIERHAVENGEBIED

„Toen ik in Bospolder woonde, was het Vierhavengebied daarachter in verval aan het raken. Uren fietste ik door dat gebied. Met oude verlaten gebouwen en overal aluminiumbroodjes op de kades. Het was aluminiumcrisis, dat raakten ze aan de straatstenen niet kwijt. Het voormalige spoorwegemplacement is een soort urban farm geworden.”

BOERDERIJTJE

„Gebroken dromen trekken mij aan. In de lelijkheid zit schoonheid, het is zoals het is. Het project Uit je Eigen Stad is een prachtig voorbeeld. Op die plek dachten ontwikkelaars en gemeentelijke projectleiders: hier gaan we knallen, hier gaan we een enorm project neerzetten. En nu zit er een boerderijtje, waar je lekker kan gaan eten met andere hipstergezinnen.”

HONDENSPEELTUIN

„Ook Hoogvliet past in dit rijtje, ons moeilijk opvoedbare kind. Met Crimson hebben wij daarvoor allerlei plannen bedacht en uitgevoerd. Ik ging heel lang niet kijken, bang dat het mislukt was, dat niemand onze parken en gebouwtjes zou gebruiken. Inmiddels durf ik te zeggen dat de plek beter is geworden. Sommige dingen worden wel anders gebruikt dan voorzien. Zo hadden wij een natuurspeeltuin, met leuke bosjes, waar je vuurtjes kan maken. Bezuinigingen zorgden voor verval, want in Hoogvliet mis je de betrokken yuppen. Nu is het een hondenspeeltuin geworden. Het is confronterend, en hilarisch, maar ook dat is mooi.”

BLAAKMARKT

„Of ik ook dingen in de binnenstad mooi vind? Ja, de Blaakmarkt. Het gaat tegen alle esthetische wetten van de stedenbouw in, maar het is gedaan uit de gedachte van deze stad. Met de achterkanten van de gebouwen die bijna per ongeluk een plein lijken te maken. Mooi vind ik dat. En het werkt, de Blaakmarkt is een echte volksmarkt, echt goedkoop.”