Asscher, de nieuwe anti-Wilders

Vicepremier strijdt tegen ‘ongewenste tweedeling’ met harde én uitgestoken hand

Minister Asscher (Sociale Zaken en Integratie) en staatssecretaris Klijnsma luisteren naar PVV-Kamerlid Machiel de Graaf tijdens het debat over de begroting in de Tweede Kamer, eerder deze week. Foto ANP

De grote tegenpool van Geert Wilders in Den Haag heet niet Diederik Samsom of Mark Rutte. En ook niet de opgestapte Turks-Nederlandse PvdA’ers Tunahan Kuzu of Selçuk Öztürk. Het is PvdA-minister van Sociale Zaken en Integratie Lodewijk Asscher die zich heeft opgeworpen als de man van het ándere verhaal over moslims, integratie en samenleven. Hij strijdt, zei hij gisteren, tegen de „ongewenste tweedeling” in Nederland – met harde én uitgestoken hand.

De PVV in de Tweede Kamer voerde woensdag een frontale aanval uit op de islam. Machiel de Graaf (PVV) eiste dat alle moskeeën dichtgaan. De Graaf, zei Asscher, doet alsof hij allerlei soera’s (Koranteksten) uit zijn hoofd kent. „Maar hij heeft geen enkel benul van wat in dit huis het belangrijkste geschrift is: de Grondwet van Nederland.” Want De Graaf wilde alle moslims die moslim willen blijven „het land uit” hebben. Het PVV-Kamerlid liep naar de microfoon: dát had hij nooit beweerd. „Dat zou mijn partij ook nooit beweren.”

Het was de val die Asscher (ook vicepremier) vaker voor Kamerleden zet: dus u bedoelde het tegenovergestelde? „Ik hoor De Graaf nu eigenlijk zeggen dat de PVV er geen bezwaar tegen heeft dat moslims in ons land wonen en een eigen geloof hebben. Dan heeft dit debat heel veel opgeleverd.”

Van tevoren was er door Asscher en zijn medewerkers goed over nagedacht of hij op deze manier antwoord moest geven. Alle niet-PVV’ers in Den Haag hebben het er van tijd tot tijd moeilijk mee: moeten ze in gaan op de provocaties waarmee de troepen van Wilders proberen het politieke debat te bepalen? Of beter van niet?

Rood vlees

Asscher noemde dat gisteravond na het debat een „schoolstrijd”. Hij had gekozen: ja, hij moest reageren. Want, zeggen zijn medewerkers, hij gelooft in wat hij zegt.

Er komt nog iets bij. De vicepremier is geen voorstander van de lijn die premier Rutte lang verdedigde: niet reageren op ‘elk stuk rood vlees’ dat Wilders in de politieke arena werpt. „Het is ingewikkeld om aan mensen die bang zijn uit te leggen dat je een tactiek volgt van zwijgen”, zei Asscher. „Ze denken: wie zwijgt, stemt toe. De roodvleesbenadering, laat maar waaien, daar heb ik nooit in geloofd.”

Eerder dit jaar, bij de Algemene Beschouwingen, koos PvdA-leider Samsom voor het gevecht met Wilders – na de belofte die de PVV-leider in een Haags café had gedaan over „minder Marokkanen”. Samsom eiste dat premier Rutte in de Kamer duidelijk afstand zou nemen van Wilders. De premier luisterde, hij zei dat Wilders de samenleving „zwakker” maakt met anti-islamretoriek. Samsom en Rutte kregen lof, maar er waren ook cynische reacties. Ze hadden zelf al aangekondigd dat ze politieke belangen hadden: Samsom wilde wat meer rode kleur op de wangen, Rutte wilde de benarde PvdA-leider helpen.

Rechtse Asscher

De PvdA-leider in het kabinet, Asscher, pakt het anders aan. Hij doet er alles aan te voorkomen dat zijn tweespalt met Wilders wordt gezien als opportunisme. Hij wil geen linkse vechtjas zijn zoals Samsom, maar staat te boek als een strenge, wat rechtse sociaal-democraat. Hij richt zich op thema’s als de verdringing op de arbeidsmarkt door migranten en de invloed van Turkije op Turkse Nederlanders.

Hij onderstreept dat het uit idealisme is, maar intussen richt hij zich daarmee op dezelfde kiezersgroep als Wilders: vaak laagopgeleiden die zich onzeker en bedreigd voelen door Europa en de wereld.

Tweede Kamerleden kwamen deze week niet veel verder dan verontwaardigde reacties. Meestal is het D66-leider Pechtold die inhoudelijk en fel reageert op de PVV. Hij was er nu niet bij, het debat van deze week ging over de begroting van Sociale Zaken en werd gedaan door de woordvoerders op dat terrein. Asscher is nu samen met D66-leider Pechtold de grootste concurrent van de PVV om de toon te bepalen in het debat, dat de komende maanden steeds meer in het teken zal staan van de verkiezingen voor de provinciale staten (in maart).

Het mág trouwens wel, zei Asscher na het debat: met een voorstel komen dat tegen de Grondwet in gaat. „Pas als meneer De Graaf een moskee dichttimmert met een plankje, bellen we 112.”