Als je zelf schrijft denk je na over wat je doet

Aan de Universiteit Utrecht willen ze dat je liever geen collegeaantekeningen meer maakt op je laptop. Verstandig? Ja, want wie met een pen schrijft, onthoudt meer.

Onvermogen om diep na te denken, een korte aandachtspanne, geringe parate kennis: er wordt tegenwoordig veel gesproken over de negatieve effecten van computergebruik op het geestelijk leven van de moderne mens.

Er is nog weinig onderzoek, maar een paar zaken staan inmiddels wel vast. Zoals dat het maken van college-aantekeningen met pen en papier duidelijk superieur is aan hetzelfde met een laptop.

Paradoxaal genoeg is de belangrijkste reden daarvoor het feit dat studenten tegenwoordig zo goed kunnen typen. Want wie typend aantekeningen maakt, typt meestal vrij letterlijk op wat hij hoort. De trage handschrijver moet noodgedwongen keuzes maken, nadenken dus.

Het is die mentale verwerking tijdens het schrijven die het geheugen van de aantekeningenmaker versterkt. Er is onmiddellijke verwerking. Zou de student in de collegezaal trager tikken op zijn toetsenbord, dan zou het verschil waarschijnlijk kleiner zijn. Dan zou hij beter nadenken over de informatie die hij typt.

Aantekeningen bij TED-lezingen

Dit verschil in aantekeningen maken werd eerder dit jaar vastgesteld met een elegant onderzoek in Psychological Science (23 april). Daarbij moesten studenten aantekeningen maken bij een aantal TED-lezingen (onder andere over Indiase geschiedenis, sociale ongelijkheid en computeralgoritmes). Eerdere onderzoeken waren vooral gericht op de afleiding (Facebook, Twitter) die de laptop biedt tijdens het college (die is inderdaad enorm), maar hier werd zuiver het verschil met handmatig aantekeningen maken onderzocht.

De laptoptikkers bleken per lezing veel meer woorden te noteren dan de schrijvers (gemiddeld zo’n 550 tegen minder dan 400). Ze tikken ook vaker precies dezelfde woorden op als hun collega-tikkers. De handschrijvers vertoonden veel meer onderlinge verschillen in woordkeuze – allemaal aanwijzingen voor een intensievere verwerking. En hoe letterlijker deelnemers de woorden uit de lezing hadden opgeschreven, hoe slechter hun score bij de controlevragen achteraf.

Schrijvers beter in begripsvragen

De typisten zitten niet te slapen. Want een half uurtje na de lezing is er niet veel verschil in feitenkennis tussen hen en de schrijvers. Het gaat dan om vragen als: ‘Waarvoor werden oude Indiase zegels gebruikt?’ Of ‘Waar ligt het belangrijkste internetdistributiepunt in New York?’ Maar in begripsvragen scoren de schrijvers dan wel veel beter dan de typisten. Dat zijn vragen als: ‘Wat is het probleem als belangrijke functies beheerst worden door algoritmes?’ Of: ‘Welke bewijzen zijn er dat de Indiase tekens een echt schrift vormen?’

Het treurige is verder dat het enige voordeel dat de tikkers hebben – een completer verslag van wat er gezegd is – niet helpt bij het leren. Toen de deelnemers een week later terug kwamen en een minuut of tien hun aantekeningen mochten bekijken, scoorden de schrijvers op begripsvragen daarna opnieuw hoger dan de tikkers.

Er zijn meer negatieve effecten van computergebruik op het geheugen. Het belangrijkste onderzoek stond een paar jaar geleden in Science (15 juli 2011). Dat onderzoek stelde vast dat wie weet dat hij iets op internet kan opzoeken dat feit veel makkelijker vergeet (bijvoorbeeld welke acteur de hoofdrol speelt in de film Gladiator).

Minder filmfeitjes onthouden

Internetgebruik is dus vrij slecht voor de parate kennis. Maar die ‘uitbesteding van geheugen’ is geen typisch interneteffect. Wie een huisgenoot of een collega heeft die alles van film weet, onthoudt zelf ook minder filmfeitjes. Je kunt het tenslotte altijd vragen. Het effect is oud: in Plato’s dialoog Phaedrus (ca. 370 v. Chr.) wordt al geklaagd dat de uitvinding van het schrift het geheugen heeft vernietigd. „Want mensen die leren zullen vertrouwen op die externe letters en zichzelf vergeten.”

In de Verenigde Staten woedt op scholen en onder onderwijsdeskundigen al langer het ‘handschriftdebat’: moeten leerlingen nog wel leren schrijven? Geef ze een toetsenbord!

Het positieve effect van handgeschreven aantekeningen is natuurlijk belangrijk in dat debat. Maar ook dragen voorstanders vaak aan dat handschrijven door de motorische complexiteit meer geheugensporen in het brein achterlaat dan het simpelere drukken op toetsenbordknoppen.

Wie met de hand schrijft, leert daarom bijvoorbeeld sneller lezen: de letters komen ‘dieper’ in het geheugen. Computerschrijven gaat weer sneller en maakt herziening van geschreven tekst veel makkelijker. In dit ‘Handwriting debate’ beval de vooraanstaande schrijfonderzoeker Virginia Berninger daarom ‘tweetaligheid’ aan: ontwikkel een goed handschrift én leer goed typen.