Al 50 jaar baas van de grootste centrale van hulpsinterklazen

Voor 5 december staan tot nu toe 240 visites gepland. Een bezoek van een half uurtje van de Sint en 2 tot 4 van zijn Pieten kost 65 euro. Een gekleurde Piet kan ook, maar dat is duurder. Want die moet dan terug om opnieuw te worden geschminkt.

Henk van der Kroon (72) begon op zijn 22ste Sinterklaas te spelen. Dit jaar viert zijn Sinterklaas Centrale Amsterdam het vijftigste jubileum. Er zijn 35 hulpsinten in dienst en nog veel meer Pieten. Foto Anaïs López

Het is moeilijk te zeggen wanneer Henk van der Kroon (72) een grapje maakt. Zijn lage stem klinkt serieus, zijn gezichtsuitdrukking is steeds ernstig. Alleen zijn blauwe ogen vertonen af en toe een twinkeling. Terwijl hij fronsend door een klein, vierkant brilletje tuurt dat op het puntje van zijn neus balanceert, belt hij met Annemieke, zijn secretaresse. Er is een probleem. Er is een last minute Sint geboekt, maar er zijn geen Pieten beschikbaar.

Van der Kroon zet de telefoon op luidspreker zodat hij zijn beide handen vrij heeft. Onverstoorbaar gaat hij verder met het dichtvouwen van de enveloppen die op een grote stapel voor hem op het bureau liggen. Hij vouwt en zucht. „Weet je wat, Miek? Vraag of Sandro het doet. Ik weet het, hij gaat zich natuurlijk nooit zwart verven voor één bezoekje, maar ik betaal hem wel dubbel. Zeg maar tegen hem dat we gewoon geen andere Piet hebben. En anders: pech gehad.”

Hij had het nooit zo bedoeld, maar Henk van der Kroon runt al jaren het grootste uitzendbureau voor hulpsinterklazen van Nederland. De geschiedenis van de Sinterklaas Centrale Amsterdam gaat terug tot 1964, het jaar dat de Amsterdamse scoutinggroep Petrus & Paulus werd opgeheven. De 22-jarige Van der Kroon was er als vrijwilliger Sinterklaas en werd gevraagd om bij gezinnen te blijven langskomen.

Daarna ging het snel. De vraag naar Sinterklaas werd zo groot dat hij een tweede Sinterklaas moest aantrekken. Na twee jaar had de centrale er zes in dienst. Dit jaar viert de Sinterklaas Centrale Amsterdam haar vijftigste jubileum. Van der Kroon heeft inmiddels zo’n 35 Sinten en nog veel meer Pieten in dienst. Advertenties hoeft hij al jaren niet te zetten. Zodra het november is, loopt het storm.

De centrale gaat verhuizen

Op de dag van dit interview komt Van der Kroon al bellend in een kleine, zwarte Lancia de straat ingereden. Hij is een kwartier te laat: er moest een nieuw toetsenbord en een nieuwe muis worden aangeschaft, de oude hadden het plotseling begeven. Al pratend opent hij de voordeur. Over een paar dagen verhuist de centrale naar een ruimte in de kantine van de korfbalvereniging Allen Weerbaar in de Watergraafsmeer. Tot die tijd doet zijn huis dienst als kantoor annex opslagruimte.

We beklimmen de drie trappen naar de woning. Om de paar treden staat Van der Kroon even stil om op adem te komen – hij is hartpatiënt en heeft al zijn hele leven diabetes. Binnen lijkt het alsof we in een levensgroot rariteitenkabinet terecht zijn gekomen: de gele muren zijn behangen met ingelijste foto’s, tekeningen, krantenknipsels en oorkondes. Overal staan en liggen er beeldjes en kleedjes. In de kast staat een verzameling harige poppen. Ergens in een hoek hangt een koninklijke onderscheiding – gekregen toen hij 35 jaar Sinterklaas was.

De spullen zijn geschenken, legt Van der Kroon uit. Hij kreeg ze tijdens zijn vele reizen als voorzitter van de Federation of European Carnival Cities, een vereniging voor organisatoren van massa-evenementen. „Troep”, noemt hij het zelf. „Als ik dood ben, mag het allemaal naar het museum.”

We drinken koffie en eten pepernoten in het kleine kantoortje dat aan de woonkamer grenst. Op tafel liggen stapels papierwerk en lijsten met namen en adressen, het draaiboek voor de komende weken. „Als ik ernaar kijk, krijg ik al de kriebels”, verzucht Van der Kroon. Op 5 december zijn tot nu toe zo’n 240 visites gepland en de nieuwe aanvragen blijven binnenstromen. Sinterklaas valt gunstig dit jaar, op een vrijdag, ook op zaterdag 6 en zelfs op zondag 7 december is de centrale behoorlijk volgeboekt.

Ook dit jaar is hij weer Sinterklaas, hij moet wel, hij is de bekendste

Henk van der Kroon maakt zich zorgen om zijn gezondheid, maar ook dit jaar zal hij zelf weer Sinterklaas spelen. Hij zal wel moeten, zegt hij. „Ik ben de bekendste Sint van Amsterdam-Zuid.” In een hoek van de kamer hangt zijn kleding al klaar: de tabberd, de staf, de mijter, de mantel en het ondergewaad.

Een gesprek voeren met de bekendste Sint van Amsterdam-Zuid valt niet mee, want om de paar minuten rinkelt de telefoon. Daarna volgt een vast ritueel: na elk telefoontje van een bedrijf of een particulier staat Van der Kroon op en loopt hij naar de andere kant van de woonkamer. Naar de ‘Sinterklaascomputer’, een stokoud, geel uitgeslagen apparaat met slechts één programma, een speciaal ontworpen administratiesysteem om huisbezoeken te registreren.

Van der Kroon laat zien hoe het werkt. Hij opent het programma en voert een naam in, waarop de prehistorische printer begint te ratelen en een document uitdraait. Er verschijnt een keurig briefje op ouderwets kettingpapier: ‘Hierbij bevestigen wij uw reservering voor SINTERKLAAS op zaterdag 1 december a.s. U kunt de goedheiligman tussen 16.00 en 17.00 verwachten.’ Een bezoek van een half uurtje van de Sint en „2 tot 4 van zijn Pieten” kost 65 euro, volgens de bijgevoegde acceptgiro. Inclusief strooigoed, exclusief 6 procent btw.

Op de zijkant van het bureau zit een magneetsticker met het logo van de Sinterklaascentrale: twee olijke Pietjes flankeren een lachende Sint. ‘Sintmobiel’, staat erboven. „Tegen de parkeerpolitie”, legt Van der Kroon uit. Die sticker heeft hij laten maken uit noodzaak: er is vaak gedoe geweest. De Sintmobiel heeft al eens een wielklem gehad en Sinterklaas had geen geld bij zich, dus ze konden ’m niet laten verwijderen.

Dit jaar opereert Van der Kroon middenin de Zwarte Pietendiscussie. Hoe hij daar mee omgaat? „Daar kan ik een makkelijk antwoord op geven. Als de mensen mij bellen, dan is het eerste wat ze vragen: krijg ik wel een echte Zwarte Piet? Ik heb maar één gezin gehad dat om een gekleurde Piet vroeg. Maar een gemiddelde Piet doet tien bezoeken op een avond, zie je. Die moet dan terug naar de centrale om zich om te schminken en dan mist-ie zo vijf bezoeken. Dus dan zeg ik: het kost 50 euro extra. En ja, dan hoeft het ineens niet meer.” Principieel heeft hij er niets op tegen.

Een gekleurde pruik kan toch ook?

Laatst was er nog een aanvraag van een buurtcentrum waar 80 procent van de kinderen allochtoon is. „Daarvoor heb ik een goede oplossing gevonden. Ik zei: weet je wat we doen, als jullie graag kleurtjes willen zien, dan kunnen we ze gekleurde pruiken opzetten. Rood, roze, turkoois. Dat zijn toch prachtige kleuren?”

Over wat een Sinterklaas moet kunnen heeft Van der Kroon een duidelijke opvatting. Hij is boven de veertig, heeft de juiste lengte, geen lichamelijke afwijking, gevoel voor kinderen, overwicht, is stressbestendig, spreekt beschaafd Nederlands zonder dialect, kan goed improviseren en drinkt niet. Dat laatste is een strikte eis. „Ik krijg weleens klachten van mensen die zeggen: Sinterklaas was dronken. Dat was-ie dan helemaal niet, waarschijnlijk zat zijn kleding niet goed en liep hij daardoor een beetje te waggelen. Er zijn genoeg beunhazen. Zo’n ome Piet van driehoog die een deken omknoopt en wat watten op zijn kin plakt, en die het leuk vindt daarin mee te gaan. Dat soort mensen bestaat, maar bij ons vind je ze niet.”