We zoeken onze geliefden zelf wel

Familieleden van vermisten in Mexico gaan zelf op onderzoek uit. Forensisch experts helpen bij het verzamelen van DNA.

Familielid van een van de vermiste studenten in de heuvels bij Iguala waar zondag weer zes graven werden ontdekt. Foto AP

In de heuvels boven Iguala, in het zuidwesten van Mexico, werden zondag weer zes graven ontdekt. Niet door een forensisch onderzoeksteam van de regering, maar door inwoners van Iguala en familieleden van de 43 studenten uit het nabijgelegen Ayotzinapa die in september verdwenen in die stad. Ze werden geholpen door forensische deskundigen.

„Iguala is een testcase voor ons”, zegt forensisch expert Ernesto Schwarz-Marin. „De Mexicaanse staat heeft geen enkele politieke wil om de vele verdwijningen hier op te helderen. Sterker: vaak is de staat deel van het probleem. Wij willen het forensisch bewijs en de resultaten van onderzoek naar vermisten zoveel mogelijk in handen van de familie geven.”

Schwarz-Marin is de oprichter van Gobernanze Forense Ciudadana (GFC), een maatschappelijke organisatie die in Mexico een landelijke DNA-databank wil opzetten, zodat informatie over vermisten gekoppeld kan worden aan gevonden menselijke resten. Tegelijk fungeert GFC als wetenschappelijk experiment. Schwarz-Marin onderzoekt voor de universiteit van Durham in Engeland of zo’n door burgers gedragen bewijssysteem kan werken.

Opschudding

„Op een bijeenkomst die we een maand geleden in Iguala hielden, kwamen 250 familieleden af die allemaal iemand misten. Totdat de 43 studenten verdwenen en er zo’n opschudding ontstond, waren ze bang erover te praten. Honderd gezinsleden hebben hun DNA afgestaan.”

Hoewel er volgens officiële cijfers 27.000 mensen worden vermist in Mexico bestaat er geen landelijk DNA-register. President Enrique Peña Nieto heeft beloofd er één in te stellen, maar dat is nog niet gebeurd. Het feit dat lokale bestuurders en politie vaak betrokken zijn bij moord, ontvoering en verdwijningen maakt de politieke wil er niet groter op. In Iguala werden de 43 studenten, die een bijeenkomst van de burgemeestersvrouw wilden verstoren, op last van de burgemeester door de politie overgedragen aan een lokale drugsbende en vervolgens waarschijnlijk vermoord.

„In Mexico is het de staat die misdaden begaat of openlijk laat passeren”, zegt Schwarz-Marin. „Tegelijk is het de staat die het bewijs verzamelt en zijn hand op het dossier houdt. De staat produceert de officiële waarheid, de familie heeft maar te slikken.”

Doordat de politie vrijwel nooit echt onderzoek doet (95 procent van de misdaden in Mexico blijft onopgelost), ontwikkelen familieleden van vermisten zich vaak tot volbloed speurders, vertelt de onderzoeker. Zestien moeders van verdwenen kinderen werven in heel Mexico voor GFC andere familieleden van vermisten en sporen hen aan hun DNA af te staan.

Natuurkracht

„Deze vrouwen zijn een natuurkracht”, zegt Schwarz-Marin. „Sommigen leren zichzelf om via GPS-tracking de laatste signalen van de telefoon van hun geliefde te traceren. Of het lukt ze door omkoping inzage te krijgen in het politiedossier, als dat er is. Dat is nou het enige voordeel van corruptie”, voegt hij er aan toe. „Het werkt twee kanten op.”

De burgerdatabank voor DNA kan ook een instrument zijn om gaten in de Mexicaanse wetgeving te vullen, legt Schwarz-Marin uit. „Slechts twee van de 32 staten hebben een goede wetgeving betreffende verdwijning en ontvoering. In de meeste staten is het regel om eerst 72 uur te wachten of iemand vanzelf weer opduikt. Maar gezien het vele geweld in Mexico is dat absurd en heel contraproductief. Want juist in de eerste uren heb je de meeste kans iemand nog te redden.”

Het verdwijnen van de 43 jongens in Iguala heeft de apathie in Mexico over de vele verdwijningen doorbroken, zegt Schwarz-Marin. „Dit kan een keerpunt zijn. Misschien niet voor het land, maar wel voor de familie van al die andere 27.000 slachtoffers. De angst is doorbroken. Mensen durven openlijk om gerechtigheid en waarheid te roepen. Ook als ze zelf niet iemand verloren hebben, sluiten Mexicanen zich nu aan bij dit protest. Ze zijn doodmoe van het geweld, de corruptie en de straffeloosheid. Ze realiseren zich hoe vaak dit gebeurt en denken: nu moet ik ook de straat op, want ik kan zelf de volgende zijn.”