We sporten ons suf, maar wel minder bij een sportvereniging

Veel sportclubs zien leden vertrekken. Wat kunnen ze doen om te overleven?

Een individuele mountainbiker rijdt bij de Lage Vuursche door een greppel. Mensen sporten vaker, maar sluiten zich minder snel aan bij sportverenigingen. Foto ANP

Jarenlang stegen de ledenaantallen van sportbonden die zijn aangesloten bij NOC*NSF, maar daar is vorig jaar een einde aan gekomen. Dat blijkt uit de laatste ledentallenrapportage van de nationale sportkoepel.

De daling is niet zorgwekkend – 64.000 leden minder in tien jaar tijd, op een totaal van zo’n 4,8 miljoen – maar de trendbreuk is er. En die zet zich de komende jaren door, zo verwacht Richard Kaper, hoofd sportparticipatie van NOC*NSF.

Bij de tennisbond vallen de hardste klappen. Tennis blijft de tweede sport van het land, met zo’n 625.000 leden, maar in 2009 had de tennisbond KNLTB er nog ruim 697.000. De bond verwacht ook dat de krimp aanhoudt: dit jaar met zo’n 22.000 leden.

Hardloopvereniging

De daling van ledentallen bij sportverenigingen vloeit grotendeels voort uit strengere registratie door NOC*NSF. Maar wat Kaper belangrijker vindt: sporten bij een club die is aangesloten bij NOC*NSF, is niet vanzelfsprekend. Nederlanders gaan hardlopen, maar sluiten zich niet aan bij een vereniging. Dat geldt ook voor wielrenners, wandelaars en bootcampers. Die beginnen eigen clubjes of sporten individueel.

En dan wordt juist duidelijk dat steeds meer Nederlanders sporten. En vaker, aldus onderzoek van GfK Intomart. Dit marktonderzoeksbureau houdt, in opdracht van de sportbonden en NOC*NSF, de sportdeelname bij. Daaruit blijkt dat 47 procent van de Nederlanders in 2013 regelmatig sport. Dat wil zeggen: vorig jaar hebben zij veertig keer of vaker gesport. Maar ja, wel vaker buiten de sportbonden om. Dat is ook helemaal geen probleem, vindt Kaper. „Maar bonden en verenigingen moeten zich wel aanpassen aan deze ontwikkelingen.”

Vooral het „verdienmodel” moet op de schop. Doordat ledentallen teruglopen bij clubs, krijgen zij minder contributie, minder subsidie en is de club minder interessant voor sponsors. Van die drie inkomstenbronnen moeten bonden en clubs het wel hebben.

Het is daarom nodig dat clubs nieuwe manieren vinden om aan geld te komen. NOC*NSF heeft dat de bonden vorige week nog eens op het hart gedrukt tijdens de ledenvergadering. Zo zouden ze nieuwe abonnementen en diensten kunnen aanbieden.

Daar ligt volgens Maarten van Bottenburg, hoogleraar sportontwikkeling aan de Universiteit Utrecht, de oplossing. Verenigingen moeten, vindt hij, glashelder maken dat het lidmaatschap „meerwaarde” biedt. Ze kunnen bijvoorbeeld veel competities en toernooien organiseren: iets wat je als individu niet kan. Ook zomeravondvoetbal is populair, en kabouterhockey voor kinderen die kennis willen maken met de sport.

Is dit voor clubs een manier om extra inkomsten en leden te verwerven, bonden levert dit niks op. Tenzij ze ook in de organisatie van deze evenementen een rol kunnen spelen.

In ieder geval zal de rol van clubs en bonden moeten veranderen, zegt SCP-onderzoeker Annet Tiessen-Raaphorst. Volgens haar zijn de sportverenigingen vaak nog traditioneel in hun aanbod. Je traint op maandag en in het weekend heb je een wedstrijd. „Maar mensen willen sporten waar en wanneer het uitkomt.”

Verenigingen moeten tegemoetkomen aan de wensen van de sporters, zegt sportprofessor Van Bottenburg. Hoewel de leden misschien nog niet massaal weglopen, moeten clubs zich afvragen: wat willen mijn leden? En daar moeten zij op inspelen. „Clubs moeten het traditionele lidmaatschap achter zich laten.” Immers, mensen worden geen lid als zij er niets voor terugkrijgen.

Kaper is het met hem eens. „Mensen zien lid worden als een investering. Daar willen ze wat voor terug.”

De Nederlandse Triathlon Bond (NTB) is met zijn tijd meegegaan, vindt Kaper. Die bond verloor de helft van zijn reguliere leden, maar wist dat ruimschoots te compenseren door daglidmaatschappen te introduceren. Sporters betalen dan alleen om aan een evenement mee te doen en daarbij verzekerd te zijn.

Het afgelopen jaar trok de NTB zo’n 16.000 dagleden, zegt directeur Rembert Groenman. „Het werkt goed.” De bond heeft nu ook aspirant-licenties, licenties voor individuen en verenigingen: „We hebben voor iedereen wel een lidmaatschap.”

Andere grote organisaties hebben al langer problemen met ledenbinding, blijkt uit een SCP-rapport dat vandaag gepubliceerd is. In dat rapport zijn de laatste gegevens van NOC*NSF niet meegenomen.

Lang niet alle sportbonden hebben dalende ledentallen. Voetbal en hockey doen het nog steeds goed. Kaper hoopt toch dat bonden een voorbeeld nemen aan de NTB. „Anders gaan we de omroepen en kerken achterna.”