Wat is er aan de hand tussen Nederland en Turkije?

Premier Mark Rutte en zijn Turkse collega Erdogan tijdens een ontmoeting in Nederland, maart 2013. Foto ANP/Martijn Beekman

Turkije dat Nederland beschuldigt van racisme, de Nederlandse vicepremier die hard uithaalt naar Turkije en de ministers van Buitenlandse Zaken die het vermeende racisme van de Nederlandse regering met elkaar bespreken. Vier vragen over de diplomatieke spanningen tussen Nederland en Turkije.

Wat is er aan de hand tussen Nederland en Turkije?
Het Turkse ministerie van Buitenlandse Zaken heeft de Nederlandse regering gisteren beschuldigd van racisme. Het ministerie schrijft in een verklaring op zijn website dat de Turkse gemeenschap in Nederland “wordt gediscrimineerd” en dat ze “het doelwit wordt van xenofobe, islamofobe en racistische beschuldigingen”.

“De agressieve taal en racistische beschuldigingen tegen Turken die deel uitmaken van de Nederlandse samenleving en een bevriende bondgenoot kunnen op geen enkele manier worden geaccepteerd of vergeven. [...] Het kost ons moeite te begrijpen wat het doel is van het op de agenda zetten van deze racistische aanvallen.”

Het is een reactie op twee recente uitlatingen van minister Asscher (Sociale Zaken, PvdA). Twee weken geleden omarmde Asscher een onderzoek waarin staat dat veel Turkse jongeren Syriëgangers als ‘helden’ zien. Vorige week plaatste Asscher vier Turkse religieuze organisaties onder toezicht omdat ze de integratie van Turken zouden belemmeren. Daarop stapten twee Turks-Nederlandse Kamerleden uit Asschers partij, de PvdA. De Turkse regering noemt de “ongegronde racistische aanvallen van de laatste tijd” onaanvaardbaar.

Wat vindt de Nederlandse regering van de kritiek?
De regering vindt dat Turkije zich niet moet bemoeien met het Nederlandse integratiebeleid. Minister Asscher noemde de Turkse verklaring “ongeïnformeerd, onjuist en ongepast”. De minister die over de betrekkingen met Turkije gaat, Bert Koenders (Buitenlandse Zaken, PvdA), belde gisteravond zijn Turkse ambtgenoot.

Ook Koenders noemde “de directe inmenging” door Turkije “ongepast”. Volgens hem heeft de Turkse minister in het telefoongesprek afstand genomen van enige kritiek op de Nederlandse overheid of politiek. Maar de beschuldigende verklaring staat nog steeds op de site van het Turkse ministerie. Een woordvoerder van het Turkse ministerie van Buitenlandse Zaken laat telefonisch weten:

“De verklaring blijft zoals die is. Wij hebben gezegd wat we denken. Het is heel duidelijk en ik geloof dat het begrepen is.”

GroenLinks en de VVD willen dat de verklaring wordt afgezwakt.

Laatst was er toch ook al een diplomatieke rel tussen Nederland en Turkije?
Vorig jaar maart, tijdens een bezoek van toenmalig premier Erdogan aan Nederland, bemoeide Turkije zich ook met het Nederlandse beleid. Toen ging het om de 9-jarige Turks-Nederlanse jongen Yunus, die wegens verwaarlozing uit huis werd geplaatst en bij lesbische pleegouders werd ondergebracht.

De voorzitter van de Turkse parlementaire commissie voor mensenrechten eiste dat Yunus bij zijn lesbische pleegouders weg wordt gehaald. Kinderen van Turkse afkomst zouden volgens hem “niet moeten worden weggegeven aan mensen met een andere cultuur”. Het pleeggezin van Yunus dook op advies van jeugdzorg onder. Ook toen veroordeelde minister Asscher de bemoeienis van Turkije als “ongepast” en “aanmatigend”.

Wat betekent dit voor de relatie tussen Nederland en Turkije?
De relatie tussen Nederland en Turkije staat goed bekend – vorig jaar vierden de twee landen 400 jaar diplomatieke betrekkingen. Maar de recente incidenten zetten de relatie onder druk. Volgens politiek redacteur Mark Kranenburg komt dat door een botsing tussen de Turkse bedoeling om zich steeds verder naar buiten te keren en de Nederland koers om zich naar binnen te keren:

“De conservatieve islamitische regering van president Erdogan wil de duizenden lokale Turkenclubjes in Europa omsmeden tot een assertieve diaspora van mensen die weten hoe ze voor hun rechten op moeten komen in de landen waar ze wonen.”

Daarbij gooit minister Asscher olie op het vuur met zijn veroordelingen van de Turkse bemoeienis, zegt Kranenburg:

“Asscher kiest voor de confrontatie. Hij wordt hierin gedreven door een binnenlands politieke bedoeling. Het is een uiting van de hardere toon die zijn partij de PvdA in het integratiedebat aanslaat.”

In Turkije is er overigens “heel weinig aandacht” voor de rel, zegt correspondent Marloes de Koning vanuit Turkije. Prominente media hebben het er niet over, alleen enkele kleine nieuwssites plaatsten een bericht.

Lees vanmiddag in NRC Handelsblad wat de diplomatieke rel nog meer betekent voor de relatie tussen de twee landen.