Twintig jaar cel in zaak gifmoorden

Verdachte Ada S., advocaat Mirjam de Vilder en haar assistent tijdens de behandeling van de zaak bij de rechtbank in Leeuwarden. ANP / Aloys Oosterwijk

Ada S. is door de rechtbank veroordeeld tot een gevangenisstraf van twintig jaar. Het OM wilde de 52-jarige vrouw veroordeeld zien voor de moord op haar twee ex-echtgenoten. S. zou de mannen met gif om het leven hebben gebracht.

In de zaak werd vandaag uitspraak gedaan door de rechtbank in Leeuwarden. Deze concludeerde dat S. “berekenend en planmatig te werk is gegaan” toen zij voor de dood van haar tweede echtgenoot een valse levensverzekering opmaakte. Hoewel er geen direct bewijs is dat zij de giftige stoffen toediende, vindt de rechtbank alle omstandigheden rond de dood voldoende om moord te bewijzen.

Haar man was gezond en had een aversie tegen medicijnen. In zijn lichaam werden resten van medicatie en giftige stoffen aangetroffen. S. zocht voor de dood van haar man ook een aantal keer op haar computer naar stoffen en de dodelijke werking daarvan.

550.000 euro uitgekeerd

De 52-jarige vrouw uit het Brabantse Vortum-Mullem heeft volgens de rechtbank haar man in 2012 met een giftig mengsel van medicijnen gedood. De familie van het slachtoffer uit Franeker kreeg argwaan toen de vrouw weinig emotie toonde na de dood van haar echtgenoot en snel financiële zaken wilde afhandelen.

Ada S. is vandaag tevens veroordeeld voor verzekeringsfraude en brandstichting. Ze bekende de handtekening van haar tweede man te hebben vervalst voor een levensverzekering ter waarde van 250.000 euro. Voor het overlijden van haar eerste man kreeg ze eerder al drie ton uitgekeerd.

Moord op derde man niet bewezen

Voor de moord op haar eerste echtgenoot in 2004 werd S. vrijgesproken. De rechtbank vond dat voor deze aanklacht te weinig bewijs geleverd werd door het OM. Ze wordt wel veroordeeld voor het achterlaten in hulpeloze toestand van haar eerste echtgenoot omdat ze geen arts belde terwijl hij duidelijk zeer ziek was. Justitie oordeelde eerder zelf al dat te weinig bewijs verzameld kon worden om S. ook voor een moord op een derde man te vervolgen.