Straks bepalen ouderen trend in de stad

Stad trekt jongeren aan, maar bevolkingsgroei komt van 70’er, aldus Jan Latten en Dorien Manting.

Steden zijn überhip. Jongeren stromen massaal toe. Anders dan vroeger blijven ze vaker in de stad wonen zodra ze een partner hebben en kinderen krijgen. Geen wonder dat de meeste aandacht van bestuurders uitgaat naar jonge mensen. De stad past zich snel aan deze trendsettende jonge gezinnen aan. Maar als de kinderen straks uit huis gaan en de hippe stedelijke gezinnen in hun ‘lege nest’-fase belanden, staat onze steden een nieuwe transformatie te wachten. Oudere stedelingen zullen andere eisen stellen aan wonen, voorzieningen en publieke ruimte. Kleine signalen daarvan worden nu al zichtbaar.

Steden worden doorgaans geassocieerd met jongeren en niet met ouderen. Dat komt door de enorme instroom van twintigers die nu de sfeer in de steden bepalen. Toch zal in de komende decennia ruim de helft van de groei in Amsterdam van de 70-plussers komen. Tussen nu en 2040 neemt hun aantal volgens de regionale PBL/CBS-bevolkingsprognose alleen al in Amsterdam toe van circa 60 duizend naar bijna 140 duizend. In relatieve zin mag de vergrijzing in steden dan minder groot zijn dan op het platteland, maar in absolute zin is het aantal ouderen vooral in de steden in de Randstad ‘booming’. Dat komt niet omdat de komende jaren ouderen vaker dan vroeger naar de stad zullen verhuizen, maar omdat de stedelingen-van-nu in de stad zullen blijven. Daaronder bevinden zich juist ook de jonge middeninkomensgezinnen die de afgelopen decennia de stad verkozen boven het platteland. Daar komt bij dat volgens het CBS juist de midden- en hogere sociale lagen in de bevolking opvallend oud worden. De stad zal straks dus ook de leefwereld voor menig 100-plusser zijn.

Onderzoeker Lia Karsten van de Universiteit van Amsterdam beschreef onlangs hoe de nieuwe stedelijke gezinnen wijken van Amsterdam langzaamaan hebben getransformeerd. In de Amsterdamse wijk Middenmeer bijvoorbeeld veranderden de publieke en private voorzieningen vanwege de consumentenwensen van de jonge middeninkomensgezinnen. Fitnesscentra, speelgoedwinkels, kindvriendelijke horeca of nieuwe stadsparken deden hun intrede. Wijken als de Middenmeer zullen straks weer transformeren als de kinderen van deze vijftigers het huis uit gaan. De meeste vijftigers verhuizen immers niet zo graag meer, zo blijkt uit onderzoek van het Planbureau voor de Leefomgeving. Als ze al verhuizen dan meestal op korte afstand. Met andere woorden: men zal bij voorkeur in de buurt en dus ook in de stad willen blijven.

Tegelijkertijd zijn er zachte signalen die op opkomende nieuwe woonwensen van stedelingen duiden. Kijk bijvoorbeeld naar het Amsterdamse initiatief voor een tijdelijk onderdak voor gescheiden vaders. Of naar de Duitse steden, waarin al enige tijd geëxperimenteerd wordt met ‘Bauen für Frauen’, wooncomplexen voor oudere vrouwen gericht op de combinatie van zorg met een eigen appartement en gemeenschappelijke ruimten.

Of denk aan de restyling van hofjes voor alleenstaande jongeren en ouderen. De toenemende individualisering, het losser worden van familieverbanden, de toenemende nadruk op zelforganisatie van de zorg en het relatief grote aandeel singles in de stad vormen ingrediënten voor andere woonwensen in de nabije toekomst. Zo zal een terugtredende overheid steeds meer verantwoordelijkheden leggen bij de burgers zelf, zowel als het gaat om zorg en welzijn maar ook voor wonen en stedelijke ruimte. Dat zou er toe kunnen leiden dat de welvarende middeninkomensgezinnen van nu op zoek gaan naar nieuwe woonconcepten in hun stad of buurt waarin zelfstandig wonen en het zelf regelen van de zorg anders georganiseerd zijn. De hernieuwde aandacht voor hofjes (Hofjes als paleizen, Open en besloten: recent verschenen boeken bij uitgeverij Van Stockum) is slechts een van de indicaties. Zou een hofje voor vrijgezellen – zoals het in 1804 gebouwde Brienenhofje in Amsterdam – niet straks een aantrekkelijke optie zijn voor de ouder wordende trendsetters van weleer?

Beleid dat ruimte biedt aan nieuwe, kleine en onverwachte burgerinitiatieven is belangrijk. Zulke initiatieven kunnen een vliegwieleffect krijgen als ook andere senioren volgen. Zoals de wijk Middenmeer de afgelopen tijd getransformeerd is tot kindvriendelijke wijk, zullen dergelijke wijken zich in de toekomst aanpassen tot senior-vriendelijke wijken, eventueel met hulp van private partijen of maatschappelijke organisaties.

Dat vergt uiteraard Fingerspitzengefühl bij beleidsmakers marktpartijen en andere betrokkenen. Incidenteel wordt al ruimte geboden aan dergelijke initiatieven bij nieuwbouw. Maar waarom niet ook in de bestaande oudbouw? De langetermijnopgave om de ‘boom’ van 70-plussers in steden op te vangen wordt in onze ogen nog onderschat. Naast het aantrekken of behouden van jongvolwassenen en de kortetermijnopgave van de zorg voor ouderen nu, is er meer aandacht nodig voor het voorsorteren op vergrijzing in de stad.

Beter dan – zoals sommigen doen – te suggereren dat de stad niet geschikt is voor ouderen, zouden bestuurders en ook marktpartijen meer kunnen inspelen op initiatieven voor nieuwe en andersoortige woonvormen.