Niet elke ramp past in de spotlights

Tv-kijkers zijn niet altijd even vrijgevig: een ramp moet mediageniek zijn.

‘Ebola raakt alles.” En: „Ebola maakt onaanraakbaar.” Die zinnen worden steeds herhaald door de BN’ers in de spotjes voor Giro555. Waarom wordt er zo op dat aanraken gehamerd? Waarom gaat het niet meer over, zomaar een rampzalig voorbeeld, de economie, die in Sierra Leone door ebola op zijn gat ligt? Mensen moeten zich in de slachtoffers kunnen verplaatsen, dan zijn ze eerder bereid om geld te geven. Het is één van de wetten voor een succesvolle rampeninzameling.

Morgen hebben SBS6, RTL4 en de NPO vanaf zeven uur ’s ochtends een aangepaste programmering waarin de kijker wordt aangespoord om geld te geven. De slogan van Giro555: ‘Help de slachtoffers! Stop de ebola-ramp!’ Vaste programma’s, zoals Hart van Nederland, zenden items over ebola uit. Op NPO zijn speciale ‘actiebulletins’ en wordt geschakeld naar een belpanel met Bekende Nederlanders, dat in Hilversum in het Instituut voor Beeld en Geluid zit. Onder heb positiviteitsgoeroe Emile Ratelband, zangersvrouw Natasja Froger en politica Annie Schreijer-Pierik.

Begin november openden de Samenwerkende Hulporganisaties (SHO) Giro555 voor ebola. Sinds de oprichting in 1984 werd de rekening 41 keer voor een ramp gebruikt. Wanneer besluiten de SHO tot actie? „Het moet voor iedereen duidelijk zijn dat er een ramp is, mensen moeten bereid zijn om te geven”, zegt Jos de Voogd van SHO. Hoe wordt gemeten of de mensen vrijgevig gestemd zijn, is ook een gevoelskwestie. De samenwerkende hulporganisaties overleggen met elkaar en met omroepen.

Samen beslissen ze welk televisieformat bij een ramp past. „Alle zenders en programma’s kunnen vrijdag op hun eigen manier inhaken”, zegt Babet Verstappen van de NPO. Sommige zenders kiezen voor achtergrondgesprekken, anderen volgen hoe Nederland in actie komt.

Gaat de ebola-actie tippen aan de geldinzameling voor de tsunami in Zuidoost-Azië in 2004, toen er ruim 200 miljoen euro werd gestort? Of blijft de teller steken op 800.000 euro, zoals voor Soedan in 1998? Aan welke wetten moet een ramp voldoen voor een succesvolle tv-actie?

1 Timing is essentieel: pas bij veel doden is een ramp urgent genoeg

Of ebola gulheid opwekt? „Dat is lastig te zeggen”, zegt De Voogd van SHO. Het is de eerste keer dat Giro555 voor een ziekte-uitbraak opengesteld is. „Ebola is behoorlijk ingewikkeld. Het is niet erg zichtbaar. In feite zijn de zwaar zieke patiënten onzichtbaar in de behandelcentra.” Hoe ingewikkelder een ramp, hoe moeilijker het is ervoor te werven.

De timing van een Giro555 actie is belangrijk, zegt De Voogd. „Pas als er veel mensen doodgaan, is een ramp voor mensen urgent genoeg om te geven. Dat is de harde realiteit.” Voor ebola is de timing goed. „Toen de ziekte buiten Afrika trad, werd de media-aandacht sky high. Dat geeft een gevoel van urgentie en angst. De Wereldgezondheidsorganisatie verspreidde alarmerende berichten en voorspelde 1,4 miljoen besmettingen.” Begin deze maand werd Giro555 geopend.

2 Een ramp moet ‘eruit knallen’: het leed moet concreet zijn

Grote natuurrampen „knallen eruit”, zegt De Voogd van SHO. De schade is groot en het is meteen duidelijk dat je dan Giro555 opent. Zoals bij de tsunami in 2004. Er waren zo’n 200.000 doden en er werd 208,3 miljoen euro binnengehaald.” Voor natuurrampen wordt vaak veel geld gedoneerd omdat de slachtoffers onschuldig zijn.

Ebola kent een „glijdende schaal”. „Er zijn al jaren kleine uitbraken. Wanneer is dan het moment om Giro555 te openen? Dat is moeilijk.” Het leed was aanvankelijk niet concreet.

3 Geen beeld betekent geen verhaal: mensen willen bewijs kunnen zien

Is er voldoende beeld? Die vraag stelt de NPO voordat wordt besloten om de programmering om te gooien voor Giro555. Bij SBS geldt hetzelfde, zegt zenderbaas René Oosterman. „Je moet het bewijs kunnen leveren. Dat doe je door als omroep naar plek des onheils te gaan.” Als er „bewijs” is, kunnen mensen zich beter in een situatie verplaatsen.

Bij ebola is dat een probleem. Want veel mensen durven niet naar het rampengebied, zegt De Voogd. Bekende Nederlanders zien het niet zitten om naar West-Afrika af te reizen, zei SHO-woordvoerder Barbara Bosma eerder als in deze krant. BN’ers roepen wel op tot doneren in de actiefilmpjes. Er is in een zo’n filmpje een volgens De Voogd „uitzonderlijk” optreden van Mark Rutte, die ook zijn best doet om de ramp dichterbij te brengen. „Wat we zien op beelden en foto’s is slechts het topje van de ijsberg, miljoenen mensen zijn slachtoffer”, zegt de premier.

4 Het moet gevoelsmatig dichtbij zijn: liever Suriname dan Soedan

In 1998 was er een actie voor Soedan. De opbrengst: 800.000 euro. Acht jaar later waren er door een watersnood tienduizenden mensen dakloos geworden in Suriname. Daar werd 2,5 miljoen voor opgehaald. „Terwijl wat er in Soedan gebeurde eigenlijk twintig keer erger was – zonder Suriname te willen bagatelliseren.” Maar er was heel veel emotie binnen de Surinaamse gemeenschap in Nederland. Het voelde dichterbij.

5 Geen conflicten, aub: want wie zijn de goeden en wie zijn de kwaden?

Kunt u zich de avondshow van Jeroen Pauw en Tijs van den Brink nog herinneren? S.O.S Syrië! was vorig jaar op tv. Er keken een schamele 350.000 mensen. Ter vergelijking: in 2004 keken 4.443.000 mensen naar de tv-actie voor de tsunami. De Syrië-show, anderhalf jaar geleden, zou ook te journalistiek zijn geweest. De SHO werden kritisch ondervraagd.

Dat er weinig werd gegeven, heeft volgens De Voogd vooral te maken met de aard van de ramp: een conflict is altijd moeilijk. „Er zijn strijdende partijen. Wie zijn de goeden en wie de kwaden? Naar wie gaat je geld toe? Komt het geld wel goed terecht? Dat is dan onduidelijk voor kijkers.” Een ramp moet duidelijk zijn.

Lees vandaag ook in NRC Handelsblad: Hulpclubs leren van elke ramp (€)