Mislukken is niet erg op de Rijksakademie

Bezoeker van RijksakademieOPEN bij werk van Nathan Azhderian. Foto Olivier Middendorp

Vergeet de hectiek, de asbakken vol half opgerookte sigaretten, het zweet. Dat is de boodschap van Louis Els van Odijk in het voorwoord van de catalogus van de open dagen. Vergeet de duizenden nieuwsgierigen die zich door de smalle gangen van Nederlands enige internationale topopleiding voor beeldende kunst dringen: de Rijksakademie. Vergeet de gretige verzamelaars die ‘vroeg’ willen kopen, de galeriehouders op zoek naar vers kunstbloed, hun hoop voor de toekomst.

Denk niet alleen maar aan de zoektocht naar die nieuwe topkunstenaar, bedoelt de directeur van de Rijksakademie, niet alleen aan het straffe eindproduct. Omarm het proces, de mislukking, de twijfel, de transformatie die iedere kunstenaar ondergaat als hij wordt uitverkoren om twee jaar lang op de Rijksakademie te werken. Want ook dát, zegt Van Odijk, is de Rijksakademie. Ook dát is te zien op de jaarlijkse open dagen.

Dit weekeind openen 49 kunstenaars uit binnen- en buitenland de deuren van hun atelier, waar twee vipdagen aan voorafgaan. Ongeveer de helft van de kunstenaars zwaait binnenkort af, de anderen staan aan het begin van hun leertijd. En het is wonderlijk te zien hoe de woorden van Van Odijk op deze open dagen resoneren.

Want als er iets algemeens valt te zeggen over de lichting van 2014, dan is het dat ze minder opzien baart dan die van vorig jaar. Er wordt veel en veilig nagedacht over de eigen positie, de overdracht van informatie van ‘object’ naar ‘subject’, en de status van kunst. Het levert werk op dat – hoe zal ik het zeggen – nog erg in de beginfase blijft hangen. De brieven die de Nederlandse kunstenaar Nickel van Duijvenboden het klokje rond voorleest, zijn een moedig voorbeeld van zo’n mislukking. Het videowerk van de Russische Masha Ru, die vorig jaar nog bewondering oogstte met een speelse ceremonie waar eetbare kleien kommetjes de hoofdrol speelden, stelt nu erg teleur.

Gelukkig zijn er alternatieven, kunstenaars die wel een draad spinnen, een verhaal durven te vertellen en dat omzetten in visuele poëzie. De Griekse filmmaker Janis Rafa(ilidou) betovert net als vorig jaar met een tweeluik, waarin kwesties van leven en dood even indrukwekkend als terloops worden vormgegeven tegen de achtergrond van een majestueus landschap dat regelrecht uit de Ilias afkomstig lijkt. De Britse stuntkunstenaar Fraser Stewart stort zich na een aantal performances waarin hij met een betonnen helm op zijn hoofd een meer overzwom, nu op de tragische esthetiek van het auto-ongeluk, zoals dat ook in films als Les Choses de la Vie bezongen wordt. Stewart splitste zijn atelier in twee ruimtes die als echo van elkaar functioneren. In de ene ruimte draait een film waarin vertraagd het rondtollen van een auto is te zien. De achterliggende ruimte is veranderd in een gitzwarte juwelendoos waar een halve auto lawaaiig in beweging komt.

Absoluut hoogtepunt van deze open dagen is het werk van de Duitse Felix Burger. In een van de ‘verborgen ateliers’ ontvouwt zich het aan William Kentridge herinnerende totaaltheater Shell Shock Syndrome. Burger verbindt Bachs Matthäus Passion aan het ongeluk met de Hindenburg, gipsen poppen aan elektronica, liefde aan gekte en ongeluk. De kunstenaar doet alles zelf: hij zingt alle stemmen, hij filmt, acteert en boetseert. Burgers werk is betoverend, broos en toch zeer krachtig. Burger wil niet weg van de Rijksakademie, niet weg uit Amsterdam, maar hij móét, want zijn leertijd zit erop. Weet hem te vinden.