Memoires van een muziekfan

Humberto Tan stelde een ‘soundbook’ samen met zijn favoriete muziek: soul. Zijn reis door de soulhistorie combineert hij met openhartige anekdotes over zijn jeugd in de Bijlmer. „Ik hoop dat anderen zich hieraan optrekken.”

‘Míjn muziek. Daar ben ik heel streng in.” Vanaf de start van zijn talkshow RTL Late Night heeft tv-presentator Humberto Tan gehamerd op het draaien van zijn eigen playlist voor de show, tijdens de reclameblokken in de uitzending en na afloop. Aan die lijst voegt hij elke dag een nieuw nummer toe na de repetitie van de uitzending. „Vandaag is het dít nummer, zeg ik dan tegen mijn geluidstechnicus. Gisteren was dat Come Into My Life van Joyce Sims. Dan vraag ik mijn publiek, het zijn veel jonge mensen, wie dat liedje kent. Dan vertel ik er wat over. En dan gaat-ie aan. Ojááá, hoor je dan om je heen. Dan zie je hoe zo’n nummer meteen veel losmaakt. Zo’n sfeermaker heeft meteen effect.”

Volgend jaar wordt tv-presentator Humberto Tan, vorige maand nog winnaar van de Zilveren Televizier-Ster, vijftig jaar. Maar hij voelt zich „nog altijd in staat om op een kinderlijke manier van muziek te genieten”, zegt hij in een restaurant in Amstelveen. Daar is volgens hem het soundbook Let’s Dance, met op vier cd’s zijn favoriete dansnummers vol elastische baslijntjes en four-to-the-floor ritmes met daarbij een uitgebreide uitleg, het bewijs van. Sister Sledge, Marvin Gaye, Earth Wind & Fire, KC & The Sunshine Band staan tegenover een actuele artiest als Pharrell Williams.

Maar ook zeer veel namen die voor de meeste mensen pas een bel doen rinkelen bij de eerste maten van de disco- en soulhits: Oliver Cheatham (Get Down Saturday Night), First Choice (Dr.Love) of Joe Smooth (Promised Land). „Neem Cheryl Lyn met Encore. Dat zullen niet veel mensen kennen”, zegt Tan. „Maar als je het hoort, is het zó lekker. Wil ik een gids zijn? Nou, ja best wel. Al die oude nummers haal ik weer naar voren. Met als voorwaarde dat je op de songs moet kunnen dansen.”

Twee jaar geleden, nog voor RTL Late Night begon, is Humberto Tan benaderd door platenmaatschappij Universal of hij, in navolging van The Sound of the West Coast 1965-1979 van Leo Blokhuis, een box wilde samenstellen. Tan verbindt zijn naam al aan maatpakken, schoenen en brilmonturen. Hij publiceerde onlangs zijn sportcolumns en exposeerde zijn foto’s. Kansen moet je zien en pakken, is zijn laconieke antwoord op de vraag hoever zijn expansiedrift gaat. Want: hij is ook ondernemer. „Maar bovenal vind ik het gewoon mooi om deze muziek delen. Mijn dochters van 17 en 14 jaar kennen deze muziek niet. Ja, door mij nu een beetje, maar hun vriendinnetjes niet.”

Bellen met Pharrell

Samen met de Rotterdamse dj Peter Gelderblom selecteerde hij zo’n 200 nummers, waarvan er 120 afvielen. „Om liedjes op je verzamel-cd te krijgen moet je toestemming regelen bij de rechthebbende van het nummer. Zo had ik graag Prince erop gehad met I Wanna Be Your Lover. Dat is niet gelukt. Pharrell Williams in eerste instantie ook niet. Toen zei ik: bel nog een keer, hij zit dinsdag bij me in de uitzending. En toen mocht het.”

Het vak van dj heeft hij nooit geambieerd. Wel maakte hij tussen zijn tiende en achttiende jaar cassettebandjes met radioliedjes, luisterend naar de Soulshow van Ferry Maat en de Disco Express van Mart van der Stadt. „Ik zal vijftien geweest zijn toen ik mijn eerste plaatje kocht. Air Supply: I’m All Out of Love uit 1980. Een popballade. Dat vond ik heel mooi.”

Ooit won hij een walkman op de radio. Singles en 12-inches van Chic en Earth, Wind & Fire werden gekocht. Zijn vijf jaar oudere broer Patrice kocht elpees en kende liedjes van het uitgaan. „Hij was toen achttien en ik dertien, zo leerde ik liedjes kennen. Neem Your Love van Lime. Dat draaide ik grijs door hem. Die spanning van een nieuwe plaat zal ik nooit vergeten. Ik hoor de eerste maten, en ik voel. Als ik niet wil bewegen, dan vind ik het niet goed.”

Let’s Dance is een laagdrempelige, no-nonsens danceclassics-box. Met het genietbaar biografische boekwerkje erbij is het te beschouwen als ‘soundtrack’ van Tans leven. Op zijn derde verhuisde hij, met zijn moeder, twee broers en een zus, van Suriname naar Nederland. Na haar scheiding zag zijn moeder hier een hoopvolle toekomst voor de ontplooiing van haar kinderen. Het gezin vestigde zich in de Amsterdamse Bijlmer, in de Grubbehoeve-flat. „Ik heb het er goed naar mijn zin gehad. We woonden in een mooi huis en er was veel gezelligheid. Mijn moeder was een heel sterke vrouw die ik nooit hoorde klagen. Zij heeft ons ook sterk gemaakt.”

In het soundbook vertelt Tan over zijn jeugd in de Bijlmer, midden en eind jaren zeventig en over de vrienden met wie hij uitging. Naar al die funky plaatjes luisteren in de platenzaak of op de slaapkamer was leuk, maar uiteindelijk draaide het maar om één ding: los gaan op de dansvloer in het centrum, met de laatste metro uit de Bijlmer. Om half een ’s nachts de dansvloer op en aan één stuk dansen met zijn vrienden tot half vijf in de ochtend. „Vooral als jongens met elkaar hoor. Maakte ons niet uit. Vroeg je een meisje, zei ze nee. Dat gezeur met die vrouwen zagen we niet zitten.”

Zijn liefde voor muziek is verbonden aan die periode. Hij is er bewust openhartig over. „Ik denk dat anderen zich daar aan kunnen optrekken.” Want ja, hij heeft bewust een positief verhaal. Het leven in Amsterdam-Zuidoost was zeker niet altijd rooskleurig. „Zelf heb ik altijd goed aangevoeld hoe ik uit de problemen op straat kon blijven. Want ik zag ze. Natuurlijk. En ik leerde snel. Wanneer stap je wel of niet in? Wanneer bemoei je je ergens mee? Het is snel inschatten, er ís geen tijd voor evaluatie en overweging. Wat doe je nú? (knipt met zijn vingers). Dát leer je op straat. Anders val je af. Zo simpel is het.”

Maar dit, benadrukt Tan, is een muziekverhaal. „De muziekherinnering van een liefhebber die op zoek is gegaan naar zijn liefhebberij. Wat er nog meer speelde kun je wel tussen de regels door lezen.”

Enkel triple A-artiesten

Anders dan de ‘beruchte’ muziekminuut bij De Wereld Draait Door kunnen artiesten bij hem in Late Night het hele nummer spelen. „Wij konden met ons nieuwe project het risico nemen”, verklaart Tan. „Laat op de avond klinkt er geen muziek, dus er viel wat te proberen. In de vooravond is het voor DWDD lastiger, kijkers zijn dan ongeduldiger.” DWDD presenteert vaak nieuw talent. Tan heeft in zijn programma niet dagelijks muziek – „maar enkel triple A-artiesten”. Dus grote internationale namen als Pharrell Williams, Stromae, Afrojack, Ed Sheeran. „Lenny Kravitz had ik ook graag gehad. Maar die wilde dat we het op zouden nemen in de Ziggo Dome.” Tan overweegt voor zijn programma een huisband zoals in The Tonight Show van Jimmy Fallon. Maar, somt hij direct de afwegingen op: „Wat doe je met gasten? Spelen ze mee? Is de band al bekend en vast te leggen voor een lange tijd? Hoe vindt het hotel waar de uitzending is een dagelijkse band?”

De leadermuziek van Late Night is gebaseerd op het nummer She’s a Superlady van Luther Vandross. Hij is een van de leidende zangers in Tans hommage aan disco en soul, inclusief de hit Never Too Much. „Ik ben sinds zijn debuutalbum een enorme fan van die man. Ik zag hem in Ahoy bij een concert. Maar ik heb bijvoorbeeld ook zijn uitvaart teruggekeken op YouTube. Vandross was een heel onzekere, gekwelde man. Loneyless is a sad affair, zong hij. In een mooie documentaire zag ik hoe hij met goede vriendin Patti Labelle uitgenodigd was voor iets belangrijks, maar haar plots afbelde. Labelle is naar zijn huis gereden en trof Vandross vol schaamte over hoe hij eruitzag, zó worstelend met zijn gewicht. Zij zei hem toen dat zijn fans hem toch vooral willen horen zingen.”

Dit soort anekdotes heeft Tan voortdurend paraat. ’s Nachts speurt hij YouTube af: sportdocumentaires, natuurfilms en muziek. Het verhaal achter liedjes, dat prikkelt zijn fantasie. „Geweldig toch, om te weten dat Quincy Jones de song Ain’t Nobody eigenlijk had bedoeld voor Michael Jacksons album Thriller?”

Of neem het verhaal over Sister Sledge en Kathy, de leadzangeres die He’s The Greatest Dancer op haar zestiende inzong en zwaar gelovig was. De song gaat over het oppikken van een erg goed dansende man in een discotheek en zoiets kon de piepjonge Kathy natuurlijk niet zingen. Tan: „Medecomponist Nile Rodgers vond het juist perfect voor de song. Want als zelfs zo’n jonge brave maagd een sterdanser mee naar huis zou nemen, moest het toch wel iets héél speciaals zijn?”