Knetterende ruzie met Turkije

Verhard Nederlands integratiedebat raakt verhouding met Ankara. Koenders poogt te sussen.

Hoeveel averij kan een „goede” diplomatieke relatie hebben? Het knetterde gisteren tussen Ankara en Den Haag naar aanleiding van zware Turkse kritiek op Nederland waarbij woorden als „racistisch” en „discriminatie” vielen. Ministers boos, Kamerleden boos. Aanleiding: een rapport in opdracht van het ministerie van Sociale Zaken over de discutabele rol van Turkse organisaties in de Nederlandse samenleving.

Aan het eind van de avond kwamen al de eerste sussende woorden van Bert Koenders, de Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken (PvdA). Volgens Koenders had zijn Turkse ambtgenoot Cavusoglu tijdens een telefonisch gesprek met hem „afstand” genomen van „enige kritiek op de Nederlandse overheid of politiek”.

Maar de keiharde verklaring aan het adres van Nederland op de site van het Turkse ministerie van Buitenlandse Zaken, waarmee de ophef gisteren begon, is ongewijzigd gebleven. En zal volgens woordvoerder Tanju Bilgiç ook niet worden aangepast. „We hebben gezegd wat we denken. Het is heel duidelijk en ik geloof dat het begrepen is”, zei hij vanmorgen.

Dit is weer onaanvaardbaar voor bijvoorbeeld het Tweede Kamerlid Han ten Broeke (VVD). Hij roept Koenders in vragen op zich er sterk voor te maken dat de omstreden Turkse verklaring van de website wordt verwijderd.

‘Ongepaste aantijgingen’

De jongste rel tussen Turkije en Nederland vertoont veel overeenkomsten met die van vorig jaar maart. De constante is de Turkse bemoeienis met Nederlands beleid. Ook toen kapittelden de Turken Nederland. Anderhalf jaar geleden ging het over het van Turkse ouders afkomstige negenjarig jongetje Yunus die door de Nederlandse jeugdzorg bij een lesbisch pleeggezin was ondergebracht. Turkije vond dat het kind was „weggerukt uit de Turkse cultuur”.

Ook toen reageerde minister Lodewijk Asscher (Sociale Zaken, PvdA) getergd. Hij noemde deze kritiek „volstrekt ongepast” en „aanmatigend”. Nu heeft hij het wederom over „ongepaste aantijgingen” van Turkije.

Integratiedebat

Asscher kiest voor confrontatie, gedreven door binnenlandse politiek. Het is een uiting van de hardere toon die de PvdA over integratie aanslaat. In een debat in de Kamer sprak hij vanochtend over een „ongewenste tweedeling”.

De scherpere houding van de partij leidde twee weken geleden tot het vertrek van de twee van oorsprong Turkse PvdA-Kamerleden Kuzu en Öztürk. Zij waren het niet eens met de stelling van Asscher dat Turkse maatschappelijke organisaties zich te veel laten leiden door de Turkse overheid.

De studie naar de vier organisaties in opdracht van zijn ministerie is genuanceerd. Maar het begeleidende schrijven van de minister was dat een stuk minder, stelden de onderzoekers zelf vast. Een onderzoek van Motivaction naar de steun voor terreurclub Islamitische Staat onder Turkse jongeren wordt gezien als wetenschappelijk onder de maat, maar is toch door Asscher als bewijsmateriaal aangehaald.

NAVO-lidstaat Turkije is een machtig land en een belangrijke opkomende economie met een zelfbewuste regering. Een land waar Turken in Nederland trots op zijn en zich aan optrekken. De conservatieve islamitische regering van premier en nu president Erdogan moedigt die houding aan en streeft naar een een mondige assertieve diaspora.

Vanuit diplomatieke kringen wordt al enige tijd met zorg aangezien hoe Asscher een harde toon kiest richting Turkije. Zo werd het idee om te vieren dat het dit jaar vijftig jaar geleden is dat beide landen een verdrag tekenden over gastarbeid, door Sociale Zaken resoluut afgewezen. In Brussel daarentegen werd de Grote Markt omgetoverd in een Turks tapijt van bloemen.