Investeringsplan moet Europa vooral weerbaarder maken

Op papier ziet het er goed uit, het plan van de nieuwe voorzitter van de Europese Commissie, Jean-Claude Juncker, om de Europese economie met investeringen leven in te blazen. Al langer wordt door economen gezegd dat een soepel monetair beleid niet voldoende is om de vlakke lijn van de economische groei omhoog te buigen. En omdat de begrotingssanering in veel landen nog niet ten einde is, zijn extra overheidsuitgaven in een groot deel van de Europese Unie politiek lastig. Zie de discussie over Duitsland, dat begrotingsruimte heeft maar aarzelt die in te zetten.

Een investeringsimpuls, zonder dat nationale begrotingen daar al te zeer mee worden belast, is in dit verband een logische gedachte. In het plan van Juncker wordt daarvoor 16 miljard euro van de Europese begroting en 5 miljard euro van de Europese Investeringsbank ingezet als garantstelling. Op basis daarvan kan de EIB dan 63 miljard aan leningen initiëren. En daarop kunnen dan weer projecten worden gefundeerd die zo’n 250 miljard krediet aantrekken van de particuliere sector.

Zo komt Juncker uiteindelijk op een bedrag van 315 miljard aan financiering. In hoeverre dat ‘nieuw’ geld is, en of het dan genoeg is, kan onderwerp van discussie zijn. Maar het mag niet de bedoeling zijn dat de behandeling van het plan daarop blijft hangen. Dat heeft vooral te maken met de vaart die aan het initiatief wordt gegeven. En het hangt sterk af van de aard van de geplande investeringen.

De EU is ondanks decennia van integratie nog steeds een onvolmaakte interne markt. Dat geldt bijvoorbeeld voor de infrastructuur, de telecom- en de energiemarkt. De huidige fragmentatie voorkomt schaalvoordelen en werkt inefficiëntie in de hand. En zij maakt Europa kwetsbaar, hetgeen vooral bij de energievoorziening speelt. Met de winter voor de deur speelt de herinnering op aan vorige winters waarin de leverantie van Russisch gas voor grote onzekerheid zorgde.

Een investeringsimpuls is dus niet alleen goed voor de economie, maar ook goed voor Europa zelf. Het plan van Juncker kan nu twee kanten op. Of lidstaten en bedrijven katten al bestaande plannen om, om zo in aanmerking te komen voor de financieringssteun die nu wordt beloofd. Dat valt te verwachten: de race om projecten in te dienen en zoveel mogelijk te profiteren, is al begonnen. Beter zou het zijn als werkelijk pan-Europese ideeën zouden zegevieren. Dat vergt een bepaalde mate van regie vanuit Brussel en de bereidheid van de lidstaten om die regie ook te accepteren. En dat is misschien wel de grootste hobbel die de nieuwe Europese Commissie moet zien te nemen.