Ik wil een toekomst. Wat moet ik met een moskee?

Steeds meer asielzoekers kloppen aan in Nederland. In Budel, in Oranje, in Rijs. En dat levert spanningen op. Gisteravond debatteerde de Tweede Kamer erover.

In de oude kazerne is zo weinig te doen dat mensen uit verveling heen en weer lopen tussen de kazerne en het dorp Budel. foto Merlin Daleman

Het oudste zoontje van Ermina lacht breeduit als zij vertelt waar hij graag mee speelt: plastic messen. Dan dreigt hij de ogen van zijn broertje uit te steken. Dat heeft hij gezien in zijn thuisstad Mosul, waar IS-strijders nu de dienst uitmaken, vertelt zijn moeder (27). Ze lacht verontschuldigend. Sinds hun vertrek uit Mosul in augustus zijn de kinderen ontregeld: de jongste valt pas om half drie ’s nachts in slaap, de oudste (8) weigert te eten.

Het Iraakse gezin woont sinds een paar weken met schoonmoeder in de oude Nassau-Dietzkazerne in het Brabantse Budel. Met nog 1.200 andere asielzoekers. Uit Syrië, Irak, Eritrea en nog wat landen. De bosrijke omgeving is prachtig, de kazerne is vies, kaal en vol. Zondag kwam het centrum in het nieuws omdat er een man was gearresteerd die een medebewoner had geslagen met een stok, wegens geluidsoverlast.

Vergeleken met Mosul valt de sfeer hier wel mee, zegt de Iraakse moeder die het bezoek rondleidt. Een kennis die Arabisch spreekt en in de regio woont, tolkt. Maar ontevreden zijn de meeste bewoners volgens de moeder wel. „In elke kamer staan vier bedden waar mensen slapen die elkaar niet kennen en soms elkaars taal niet spreken. Mannen en vrouwen slapen gescheiden, tenzij ze getrouwd zijn. Ze hebben niks te doen, ze vervelen zich. En sommigen wachten al twee maanden op een gesprek met de instanties over hun situatie. Dan krijg je eerder ergernissen.”

Gisteravond sprak de Tweede Kamer over de opvang van de groeiende stroom asielzoekers, die spanningen begint op te leveren. Met buurtbewoners én in de centra.

Ruim de helft is gevlucht voor IS

Het aantal nieuwe asielzoekers is sinds april maandelijks opgelopen – tot bijna 3.000 in september. In de eerste negen maanden van dit jaar kwamen 20.000 mensen binnen. Ruim de helft komt nu uit Syrië en is gevlucht voor IS, een forse groep is ‘statenloos’, anderen komen uit Irak of Somalië en in april en mei kwamen een paar duizend mensen uit Eritrea.

Er is één officiële noodlocatie, in Zwolle. In andere dorpen en steden worden oude asielzoekerscentra, kazernes, kloosters en vakantieparken opengesteld voor vluchtelingen. In het Brabantse Overloon was vorige week een grote vechtpartij tussen Eritreeërs en Syriërs waarbij vijftien mensen gewond raakten. Drankgebruik was de aanleiding. In het Drentse Oranje zijn bewoners bezorgd over de vestiging van duizend asielzoekers in hun dorp, in het Friese Rijs bleek gisteren dat bewoners de aangekondigde 500 asielzoekers te veel vinden.

De burgemeester was zo coöperatief om een half jaar geleden deze Budelse kazerne aan het COA beschikbaar te stellen, zegt de COA-woordvoerder in Rijswijk. In het dorp zelf is nog een azc, met 240 asielzoekers. „Sommige gemeenten bieden zelf locaties aan, omdat ze vinden dat dat hun maatschappelijke plicht is.”

Maar de omstandigheden in de kazerne zijn bar, vertellen bewoners. Het eten is om te huilen, zeggen Ermina en haar man. Ze tonen plastic bakjes met de opwarmmaaltijd die ze vandaag kregen. Ze hebben geen hap genomen. Deze mensen zijn niet gevlucht voor honger of armoede, maar voor onveiligheid. Ze hadden het vroeger goed in Irak. Haar man, die nu Eurosport zit te kijken, werkte voor het Amerikaanse leger. Zij was onderwijzeres. Maar IS veroverde Mosul en dreigde het ‘immorele’ gezin te vermoorden, waardoor het halsoverkop moest vluchten. Ze reisden via Koerdistan, Turkije, Italië en Frankrijk en werden in Eindhoven uit de vrachtauto gezet.

Gordijnen zijn er hier niet. Voor wat privacy hebben bewoners dekens voor de ramen van de kamers gepropt. In elk woongebouw delen honderd mensen zes stinkende wc’s.

In een oude kantine staat ’s middags een lange rij te wachten voor het uitgiftepunt van toiletspullen. Op vertoon van een bon krijgt iedereen een blauw plastic zakje met daarin één wc-rol, een scheermes, luiers (als die nodig zijn), een fles shampoo/douchegel en tandpasta.

Ze zijn hier in elk geval veilig, zeggen twee mannen uit Syrië die net hun zakje hebben afgehaald. In de kamers is het warm en er is per kamer een klein tv-toestel. Maar het is saai. En ze hebben geen idee wat er met ze gaat gebeuren. „Ik wacht al 75 dagen op een gesprek met de autoriteiten”, zegt een Syriër die vertelt dat hij dagenlang heeft gehuild. Om zichzelf bezig te houden wandelt hij heen en weer tussen het centrum en het dorp.

Vindt hij het jammer dat hij hier niet naar de moskee kan? „De moskee? Ik wil een toekomst, wat moet ik met een moskee?”