Hulpclubs leren van elke ramp

Bij elke tv-actie klinkt de vraag: komt het geld goed terecht? In een intern rapport zijn ook de hulporganisaties zelf kritisch.

Niet eerder hield Giro555 een Nationale Actie vanwege een epidemie. En nog nooit was de uitbraak van ebola zo groot. Een grote uitdaging dus voor de Samenwerkende Hulporganisaties, die de miljoen geschonken euro’s de komende tijd effectief moeten gaan besteden.

Noodhulpcoördinator Dick Loendersloot van hulporganisaties ICCO en Kerk in actie loopt al dertig jaar mee in de noodhulp, maar dit type ramp, op deze schaal, is nieuw voor hem. „We leren elke dag bij”, zegt Loendersloot. „Maar de slechte informatievoorziening vanuit de VN en de overheden van Liberia, Sierra Leone en Guinee, de door ebola getroffen landen, speelt ons parten. Deze landen zijn slecht georganiseerd, er heeft jarenlang een burgeroorlog gewoed en lokale bewoners wantrouwen de overheid. De vraag is: hoe gaan we het geld daar inzetten waar het het hardst nodig is? Maar dan moet je wel weten waar dat is.”

Bij elke actie klinken dezelfde kritische vragen: komt het geld wel terecht op de plekken waar de nood het hoogst is? Krijgen de hulporganisaties met de meeste expertise over de ramp de meeste middelen ter beschikking? In een intern adviesrapport dat vrijdag uitlekte via de journalistieke site De Correspondent is de conclusie; nee, die verdeling van gelden moet anders.

De commissie van overwegend externe adviseurs schrijft dat de directeuren van de deelnemende hulporganisaties, die samen het bestuur vormen, te veel „hechten aan de profilering van de eigen organisatie”. Er is nooit genoeg geld en het risico bestaat dat de organisaties de Giro555-middelen gaan beschouwen als een „extra subsidiekanaal” voor hun eigen werk. De verdeling van het geld is daarom gevoelig. Bij elke ramp – of het nu Syrië, Haïti of de Filippijnen is – wordt dezelfde verdeelsleutel toegepast. De organisatie die wereldwijd de meeste humanitaire hulp biedt en de meeste fondsen werft, krijgt het grootste aandeel.

Dat is niet aan de buitenwereld uit te leggen, vindt de commissie. Iedere ramp is immers anders. Je kunt er niet zomaar vanuit gaan dat iedere organisatie in elke ramp voldoende adequaat hulp kan verlenen, aldus de commissie.

Daar is René Grotenhuis, voorzitter van de SHO, het niet mee eens. „Wij selecteren onze hulporganisaties al aan de poort op hun kennis en expertise op het gebied van noodhulp. Of het nu om honger in Afrika of een aardbeving in Midden-Amerika gaat, alle tien de organisaties zijn in staat om snel en deskundig te handelen.”

En die verdeelsleutel wordt niet zo „machinaal” toegepast als gesuggereerd, vindt Grotenhuis. „Organisaties zeggen zelf ook regelmatig: wij zitten niet in het rampgebied, dus geef het geld maar aan een andere club. Organisaties hebben zelf die verantwoordelijkheid, en die nemen ze ook.”

Wel gaat SHO aan het begin van de nationale actie een ‘instaptoets’ invoeren. Die moet inzichtelijk maken of een organisatie zijn netwerk en logistiek in het rampgebied op orde heeft om effectief te werken. „Deze toets wordt meteen openbaar op onze site en dan weten we waar de ‘ik kan in dit gebied aan de slag’-claim van organisaties op gebaseerd is”, zegt Grotenhuis.

Van het geld dat voor de ebola-actie binnenkomt, gaat bijna 20 procent naar het Rode Kruis en minder dan 2 procent naar de organisatie World Vision.

„Wij wisten van de verdeelsleutel toen we instapten, dus we gaan er niet over zeuren”, reageert een woordvoerder van World Vision. De organisatie heeft in Sierra Leone een eigen kantoor met ruim 300 medewerkers, van waaruit de hulp wordt gecoördineerd. De kritiek dat er organisaties miljoenen mogen besteden in gebieden waar ze niet of nauwelijks aanwezig zijn, gaat deze keer niet op. Alle tien zijn actief in ten minste één van de ebolalanden en vaak in meerdere.

Vaak genoeg ging het mis. Noodhulpcoördinator Loendersloot noemt de Hoorn van Afrika-actie, in 2012. „Het geld is destijds niet besteed waar de nood het hoogste was, omdat Somalië moeilijk toegankelijk was voor hulpverleners. Maar we hebben van de Hoorn van Afrika geleerd en bij de Syrië-actie vorig jaar ging het al goed.”

Lees vandaag ook in NRC Handelsblad: Niet elke ramp past in de spotlights (€)