Houdt het dan nooit op, die Tweede Wereldoorlog?

Zoals Carice van Houtens personage het zo treffend verwoordde in Paul Verhoevens speelfilm Zwartboek (2006) over de complexiteit van goed en kwaad in de Tweede Wereldoorlog: „Houdt het dan nooit op?”

Misschien is een minstens zo belangrijke vraag: kunnen we daarover denken en spreken in termen die geen clichés zijn? Mogelijk is Rudolf van den Bergs documentaire Hamartia - Om en Nabij Van Gasteren een moedige poging in die richting.

Voor filmer Louis van Gasteren houdt het zeker nooit op. In de week van zijn 92ste verjaardag ging op IDFA de film in première waarin hij eindelijk zelf gedetailleerd vertelt over wat hij in het voorjaar van 1943 had gedaan met de tijdelijk aan zijn zorg toevertrouwde Joodse onderduiker Walter Oettinger. Moord met voorbedachten rade, na overleg met zijn contacten in het verzet, omdat de doorgedraaide man iedereen in gevaar bracht. Dat werd in een onderzoek na de oorlog officieel vastgesteld.

Er werd desondanks eindeloos over gepraat door anderen. Van den Berg, aan wie Van Gasteren de zorg voor zijn archief van ruim tachtig (bijna altijd uitstekende) films had toevertrouwd, plus vele blikken nooit geopenbaard materiaal, probeerde de zaak nu eens buiten beeld te houden en het alleen over Van Gasterens bijzondere oeuvre te hebben. Vergeefs, want Louis begint er vaak zelf over, achtervolgd als hij zich voelt door wat hij „de kwaadsappigen” noemt.

Aristoteles doelt met de term hamartia op een misstap of beoordelingsfout, die een tragedie in gang zet. De vondeling Oidipous kon niet weten dat het zijn moeder was met wie hij het bed deelde en zijn vader die hij bij een verkeersruzie doodde. Maar hij moest wel de rest van zijn leven de consequenties dragen.

Het was een kolerestreek van Van den Berg om Van Gasteren op een rondvaartbootje mee te nemen naar de Boerenwetering, waar deze als 20-jarige een lijk dumpte. Maar het werkt wel als motor van de tragedie.

In de IDFA-wandelgangen bleef iedereen bij zijn vertrouwde standpunt. De vijanden van Van Gasteren vonden dat hij werd ontmaskerd als draaikont en antisemiet. Zijn vrienden achtten het een schande dat het weer zo weinig over het werk ging, en dat hij dat niet verdiende.

Iedereen kon gisteren zelf oordelen bij de uitzending door Het Uur van de Wolf (NTR). Ik denk dat je voor een goed begrip Freud nodig hebt. Als Van Gasteren de verschrikkelijke term „ontjoodsing” uitspreekt, dan heeft dat ook te maken met zelfhaat, want hij beschouwt zijn verknipte moeder als een Jodin, en dus ook zichzelf.

Clichés vind je niet veel in Hamartia, behalve dat een kunstenaar idealiter zijn demonen voor de wagen spant en zo sublimeert. Of het een goed idee is een zo pijnlijke film op scholen te vertonen als voorlichtingsmateriaal, dat is een andere kwestie.