Hier kopen ze dan die ‘bloedkolen’

In het Colombiaanse Cesar maakt de kolenwinning inwoners ziek, mijnbedrijven zouden critici laten vermoorden. Nederland koopt veel Colombiaanse ‘bloedkolen’. Minister Ploumen en energiebedrijven committeerden zich aan betere leefomstandigheden in Cesar en gingen op missie.

De El Cerrejón-mijn in Colombia. Het Latijns-Amerikaanse land is de elfde producent van steenkool in de wereld. Daarvan gaat eenvijfde deel naar Nederland. Foto’s AFP, Wikimedia Commons

Ze moet na iedere stap op adem komen. De was ophangen is een onmogelijke opgave. Berta Setectina Barasa Suarez, een grijze vlecht langs elke wang, is 69 jaar. „Ik heb het aan mijn luchtwegen”, zegt ze. „Dat komt door de mijnen hier. Alles is vervuild.”

De dokter wil het niet erkennen. „Hij zegt wel dat ik een probleem heb”, zegt Suarez voor haar huis in El Hatillo, een kleine gemeenschap in het noordelijke departement Cesar. Het ligt ingeklemd tussen steenkoolmijnen. De lucht is zwaar, het is er heet en stoffig. „Maar over vervuiling spreekt hij met geen woord.”

De dokter wordt betaald door drie internationale mijnbedrijven, die mijnen exploiteren naast het dorp. Een gigantische berg mijnafval bepaalt het uitzicht, vijf jaar geleden bestond die berg nog niet. De mijnen zijn van het Amerikaanse concern Drummond, de Amerikaanse zakenbank Goldman Sachs en van Prodeco, onderdeel van het Zwitserse concern Glencore. Dat als gevolg van de intensieve mijnbouw in de regio sprake is van ernstige vervuiling, ontkennen de bedrijven al jaren.

Vervuiling en landjepik

Colombia is de elfde producent van steenkool ter wereld. Nederland is de grootste afnemer van de steenkool uit Cesar: in 2013 importeerde Nederland 15,4 miljoen ton. Daarvan verstookte het zo’n vier miljoen ton, de rest verkochten Nederlandse bedrijven door aan andere Europese landen.

Het maakt Nederland tot een invloedrijke partij in Colombia. Daarom bezocht minister Ploumen van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking (PvdA) Cesar afgelopen dinsdag. Samen met bedrijven bekijkt ze hoe via de handel de leefomstandigheden voor de plaatselijke inwoners kunnen worden verbeterd. Zij hebben te lijden onder vervuiling, landjepik en mensenrechtenschendingen. In het kielzog van Ploumen reisden de Kamerleden Jan Vos (PvdA), Sjoerd Sjoerdsma (D66), maatschappelijke organisaties en vertegenwoordigers van de vijf grootste energiebedrijven van Nederland mee. Die laatste groep doet graag zaken in Colombia. Het land gaat al vijftig jaar gebukt onder een bloedige conflict, maar de laatste jaren is het relatief rustig. De economie is aan een opleving bezig. In Cesar worden bovendien nog grote voorraden steenkool vermoed.

Moorden door paramilitairen

De delegatie bezocht de Pribbenow-mijn (van Drummond), een belangrijke handelspartner en de grootste steenkoolmijn van Colombia. Grote kranen laden er gigantische trucks vol met kolen. Daarna sprak de delegatie vakbondsleden en inwoners van de vervuilde gemeenschappen El Hatillo en het nabijgelegen Boquerón. Op last van de Colombiaanse regering moeten de mijnbedrijven de inwoners, zo’n 2.000 in totaal, andere woonruimte aanbieden, de omgeving is té vervuild. Dat besluit stamt uit 2010 maar verhuizingen zijn er nog niet geweest.

De Nederlandse missie ging niet zomaar naar Cesar. Die kwam tot stand onder druk van vredesorganisatie Pax en de Tweede Kamer. In juli publiceerde Pax een gedetailleerd rapport over mensenrechtenschendingen in Cesar. De internationale mijnbedrijven zouden paramilitaire groeperingen hebben betaald om zich te beschermen tegen ontvoeringen en aanslagen van guerrillabewegingen als de FARC. Diezelfde paramilitaire groeperingen zouden in opdracht van de mijnbedrijven echter 3.100 mensen hebben vermoord, onder wie vakbondsleiders die misstanden over de arbeidsomstandigheden aankaartten. Zeker 55.000 mensen zouden van hun land zijn verdreven: die grond is nu grotendeels in handen van de grote mijnbedrijven.

In het rapport van Pax staan verklaringen onder ede van paramilitaire leiders, na hun demobilisatie in 2006. Zij verklaren dat ze werden betaald door Drummond en Glencore. De kolen uit de regio zijn bekend komen staan als ‘bloedkolen.’

Ontvangst geweigerd

De bedrijven ontkennen stellig elke betrokkenheid. „Wij hebben nooit een paramilitair betaald of er zelfs maar een gesprek mee gevoerd”, zegt topman José Miguel Linares van Drummond in Colombia. „Wij hebben hier absoluut niets mee te maken.”

Pax en Drummond kwamen niet tot een gesprek. Dat blijkt wanneer Drummond weigert de delegatieleden van Pax te ontvangen op de mijn. „Pax komt alleen met ongegronde beschuldigingen”, zegt Linares desgevraagd. „Ze liegen en hebben geen enkele intentie met ons in gesprek te gaan.” Ploumen noemde de weigering „onverstandig”, maar besloot toch om zelf wel de mijn in te gaan. Na koortsachtige onderhandelingen verklaarden twee energiebedrijven zich uiteindelijk namens het collectief solidair met Pax. Ook zij gingen de mijn niet binnen.

„Een mooi gebaar”, zegt Marianne Moor van Pax. „Het is belangrijk dat we met één stem spreken”, vult Adriaan van der Maarel aan, die optreedt als gezamenlijke woordvoerder namens de energiebedrijven. Zo vormt zich eenheid in de delegatie onder druk van Drummond.

Voorafgaand aan de missie maakten de minister en de bestuursvoorzitters van E.ON, Essent, Nuon, EPZ en GDF Suez Energie Nederland vorige week afspraken die moeten leiden tot meer maatschappelijk verantwoorde mijnbouw. Ploumen zal zich inspannen voor een dialoog tussen de slachtoffers van het geweld in de regio en de Colombiaanse regering. De bedrijven zullen onafhankelijke inspecties bij hun leveranciers doen. Dat doen zij via Bettercoal, een Europees organisatie van energiebedrijven die beoogt meer duidelijkheid te geven over de herkomst van steenkolen. Tot voor kort gaven de Nederlandse energiebedrijven daar geen inzicht in.

‘Energiebedrijven hebben gewonnen’

Ploumen is tevreden met het convenant, het eerste in een reeks dat zij wil ondertekenen met dertien ‘risicosectoren’, zoals de kledingindustrie die na de instorting van een fabriek in Bangladesh in de aandacht kwam. „Maar dit convenant voldoet nog niet aan alle eisen”, gaf ze na afloop van de missie toe.

Ze doelde daarmee deels op de checklist die adviesbureau Berenschot in opdracht van Pax had opgesteld. Volgens die lijst voldoet het document maar aan een kwart van de criteria voor internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen. Zo is niet geanalyseerd of de steenkoolmijnbouw mogelijk inbreuk maakt op mensenrechten of het milieu.

Die kritiek uiten ook andere non-gouvernementele organisaties. „De energiebedrijven hebben dik gewonnen met dit convenant”, zegt Joseph Wilde-Ramsing van Stichting Onderzoek Multinationale Ondernemingen (SOMO). „Op basis hiervan kunnen de bedrijven alsnog niet op fundamentele thema’s worden aangesproken.”

De energiebedrijven zijn juist zeer te spreken over de afspraken. „Er zijn weinig sectoren die zich op papier zo committeren aan maatschappelijk verantwoord ondernemen, getuige dit document”, zegt Van der Maarel.

Bezoek uit Nederland biedt hoop

Of de maatregelen zullen helpen om echt iets te veranderen in de regio, is zeer de vraag. Het bloedige en onrechtvaardige verleden bepaalt nog altijd de verhoudingen. Daarvoor is de Colombiaanse overheid verantwoordelijk. Maar de regering deed nooit onafhankelijk onderzoek naar de kwestie, slachtoffers kregen geld noch erkenning voor hun leed. Ook gaat het convenant niet in op het grootste actuele probleem: gezondheidsklachten als gevolg van de mijnbouw. In Cesar zijn duizenden mensen zoals Berta Suarez. „Ze hebben zuurstofmaskers nodig om te ademen, zitten onder de uitslag, hebben longkanker of kampen met onverklaarbare aandoeningen”, vertelt Omar Contreras, ombudsman van Valledupar, de hoofdstad van Cesar.

Een convenant en een inspectie van een Nederlandse minister, het lost de problemen van de inwoners van het steenkolengebied niet op. Maar dat verwachten de Colombianen ook niet. Het Nederlandse bezoek biedt wel hoop. „Nu gaat er echt wat veranderen”, fluistert Berta Suarez, nadat Ploumen de gemeenschap El Hatillo heeft toegesproken. „Dat moet wel”, zegt ze. „Deze Nederlandse functionaris lijkt een stuk betrouwbaarder dan onze overheid.”