Het Manhattan van de oudheid

Ruim tweeduizend jaar geleden was Carthago een machtige, rijke stad. In het Rijksmuseum van Oudheden opent vandaag een tentoonstelling over die verloren stad uit de Punische tijd.

Staand op de heuvel Byrsa waarop nu het Nationale Museum van Carthago is gebouwd, met de Middellandse Zee aan je voeten, kun je alleen maar trachten een voorstelling te maken van de verwoestingen die hier ruim tweeduizend jaar geleden hebben plaatsgevonden. Kijk je naar het westen dan zie je de rijke buitenwijken van Tunis die tot aan de voet van de berg reiken, met witte villa’s in een oase van palmbomen. In zuidwaartse richting kijk je neer op de restanten van de antieke, cirkelvormige haven van Carthago. In de Punische tijd konden daar zo’n tweehonderd oorlogsschepen geherbergd worden in overdekte dokken. Nu liggen er alleen nog wat vissersbootjes voor anker.

Daar, aan de voet van de heuvel, braken de Romeinse soldaten in het jaar 146 voor Christus door de stadsmuur. Systematisch trokken ze door de straten van Carthago, destijds een metropool met zo’n 300.000 inwoners, en verwoestten alles op hun pad. Huis voor huis gingen ze af, verdieping na verdieping staken ze in brand. Ze vermoordden iedereen die ze tegenkwamen. En toen na tien dagen van hel en verdoemenis Carthago in puin lag, walsten ze de restanten met ploegen plat en strooiden er zout op om de grond onvruchtbaar te maken. Een eeuw lang was Carthago verboden terrein, totdat Julius Caesar opdracht gaf om op de resten een nieuw, Romeins Carthago te bouwen.

Nu is Carthago een naam uit een ver verleden. Het Rijksmuseum van Oudheden, dat vanaf vandaag een ambitieuze tentoonstelling wijdt aan Carthago, deed onlangs een klein onderzoekje onder zijn publiek. Waar denkt u aan bij de naam Carthago, was de vraag. „Vrijwel niemand wist dat de stad in het huidige Tunesië lag”, vertelt Tanja van der Zon, projectleider van de tentoonstelling. „Sommigen dachten dat Carthago een persoon uit de oudheid was. En een paar wisten dat Hannibal er iets mee te maken had, de Carthaagse krijgsheer die met zijn olifanten over de Alpen trok om de strijd aan te gaan met de Romeinen.”

Aan die onbekendheid moet de tentoonstelling Carthago een eind maken. De expositie vertelt aan de hand van ruim driehonderd archeologische topstukken de geschiedenis van de eens zo machtige hoofdstad. Daaronder prachtige bruiklenen uit het Louvre en het British Museum, maar vooral veel objecten uit Tunesië zelf. Van de wenslijst met driehonderd kunstvoorwerpen die Van der Zon inleverde bij het Nationale Museum van Carthago werd 90 procent goedgekeurd, vertelt ze. „Ze hebben echt hun meesterwerken uitgeleend, zoals een marmeren sarcofaag die normaal gesproken de blikvanger is van hun vaste opstelling.”

Lange tijd werd gedacht dat er niets van het Carthago uit de Punische tijd was overgebleven. Totdat een Nederlandse ingenieur en amateurarcheoloog, die in 1796 naar Tunis kwam om er in opdracht van de lokale heerser een nieuwe haven aan te leggen, er ging graven. Deze Jean Emile Humbert (1771-1839) had zijn zinnen gezet op het vinden van de precieze locatie van het oude Carthago. Van der Zon: „Hij maakte schetsen en kaarten van de heuvel waar volgens hem de stad gelegen moest hebben. En toen hij in 1817 op vier grafstèles stuitte met Punische inscripties, wist hij dat hij goed zat.”

Op de tentoonstelling is een aparte ruimte gewijd aan deze Nederlandse herontdekker van Carthago. Een groot deel van zijn collectie heeft het Rijksmuseum van Oudheden namelijk aan hem te danken. Terug in Nederland kwam Humbert in 1820 in contact met de directeur van het net opgerichte Rijksmuseum in Leiden. In opdracht van de Nederlandse overheid ging Humbert terug naar Tunesië om er antiquiteiten te verzamelen voor het nieuwe museum. In totaal nam hij 65 kisten vol kunstschatten mee terug. Van der Zon: „99 procent van onze Tunesische collectie is door Humbert verzameld. Veel van die stukken liggen al bijna tweehonderd jaar in ons depot, en kunnen op deze tentoonstelling eindelijk getoond worden.”

Hannibalwijk

Wat Humbert niet wist, was dat onder de Romeinse resten op de heuvel Byrsa, zes meter onder het maaiveld, nog de ruïnes lagen van een Punische woonwijk uit de derde eeuw voor Christus. Die werden pas in de jaren zeventig van de twintigste eeuw ontdekt door een team van Franse archeologen. Lopend door de nauwe straatjes van deze zogenaamde Hannibalwijk – dit deel werd gebouwd toen Hannibal stadsbestuurder was – is het alsof je 2.500 jaar teruggaat in de tijd. Met een beetje fantasie kun je je de bedrijvigheid voorstellen die hier heerste. Je ziet hetzelfde fraaie uitzicht op de baai dat de Carthagers destijds ook hadden.

Gelegen op een smal schiereiland moet Carthago een soort Manhattan geweest zijn, met een kaarsrecht stratenplan en appartementengebouwen van soms wel vijf verdiepingen hoog. De rijtjeshuisjes waren klein, maar hadden wel al stromend water en afvoerpijpen voor de riolering. Mustapha Khanoussi, de Tunesische conservator van de opgraving, wijst naar een diep gat in een binnentuin die overwoekerd is door klimop. „Dat is een cisterne waarin het regenwater werd opgevangen en via een ingenieus waterleidingsysteem naar de verschillende appartementen werd geleid.” In de hoek van een van de woonkamers is nog een stukje mozaïekvloer te zien, met ingelegde stukjes wit marmer en bruin terracotta. Volgens Khanoussi is de mozaïektechniek een Punische uitvinding. „De Puniërs hebben dit gebied echt verlicht vanuit de duisternis en allerlei nieuwe dingen gebracht. Zoals het alfabet en een democratisch bestuur.”

Door deze smalle straten zijn de Puniërs omhoog gevlucht toen de Romeinen de stad binnenvielen. Zes eeuwen van cultuur werden in 146 voor Christus in één klap weggevaagd. Nu lopen we letterlijk over de resten van hun beschaving. Het heeft zojuist geregend, en in de zachte modder zijn overal terracotta scherven bloot komen te liggen. In de afgegraven grond zijn mooi de verschillende lagen van de geschiedenis te zien. In de onderste, Punische helft steken niet alleen scherven maar ook botten uit het leem. Zo ziet een wereldstad eruit als hij met inwoners en al verpulverd is.

Nu woont de Tunesische elite op het schiereiland, inclusief de president. Hun villa’s en paleizen maar ook talloze luxehotels zijn soms pal naast, of zelfs op de ruïnes van de oude stad gebouwd. Dankzij de Unesco-campagne Save Carthage, die in de jaren zeventig begon, zijn de belangrijkste sites inmiddels beschermd. Er is op dit kleine schiereiland nu een indrukwekkende lijst monumenten te bezichtigen. Verscholen in de bossen ligt een imposant Romeins amfitheater dat ruimte bood aan 40.000 toeschouwers. Er zijn nog resten te zien van het 132 kilometer lange aquaduct dat dagelijks miljoenen liters water vanuit de bergen naar Carthago leidde. En op de rotsen langs de kust liggen de funderingen van een reusachtig Romeins badhuis, waar gezwommen kon worden onder dertig meter hoge gewelven en waar verwarmd water door de leidingen stroomde.

Een van de mooiste plekken van Carthago is de Tophet, een Punische begraafplaats vlakbij de haven. Hier brachten de Puniërs offers aan hun goden. In de urnen zijn verbrande botresten gevonden van zo’n twintigduizend kinderen, sommigen van nog geen twee jaar oud. Wetenschappers zijn het er nog steeds niet over eens of die peuters geofferd zijn of dat het gaat om vroeggestorven kinderen. Hoe dan ook is de Tophet een mysterieuze plek, met grafstèles die schots en scheef tussen de palmbomen staan, sommige met de voeten in het water. Het is een plek die aangenaam en naargeestig tegelijk is – een oase voor de doden.

Koerier

De mooiste grafstenen vonden via Franse archeologen hun weg naar het Louvre. Eén daarvan, de bijna twee meter hoge Stèle van Amrit, zal de bezoekers van de Carthago-expositie bij de entree verwelkomen. In het Rijksmuseum van Oudheden wordt de grafsteen daags voor de opening op zijn plek gehesen door een hijsinstallatie. Het beeld is met zijn persoonlijke begeleider in een vrachtwagen vanuit Parijs naar Leiden gereisd. Die koerier houdt nauwlettend in de gaten of het beeld wel stevig verankerd wordt op zijn podium. „Je zou niet willen dat een bijna drieduizend jaar oud kunstwerk hier omver geduwd wordt door een bezoeker”, zegt hij.

De tentoonstellingsmakers hebben hun best gedaan de sfeer van het oude Carthago op te roepen. De twee grote expositiezalen zijn bekleed met vloerbedekking in de kleur van de Middellandse Zee. In beide ruimtes – beneden is de Punische zaal, boven de Romeinse – herinneren de cirkelvormige vitrines aan de architectuur van Carthago’s militaire haven. Achter het glas staan wonderlijke Punische beeldhouwwerkjes, waarvan haast niet te geloven is dat ze al bijna drieduizend jaar oud zijn. De kalkstenen figuurtjes doen haast modern aan – zo slank als een Giacometti en zo gestileerd als een Henry Moore. Carthago was een multiculturele samenleving, zo blijkt uit hun beeldhouwkunst. Sommige koppen hebben duidelijk Griekse trekken, andere hebben Egyptische, Cypriotische of Afrikaanse invloeden.

Het zijn vooral de alledaagse voorwerpen die het verhaal van de Carthagers tot leven wekken. De poederdoosjes van parelmoer waarin nog restjes vermiljoen aangetroffen zijn die als rouge en lippenstift dienden. De bronzen scheermesjes, met handvatten in de vorm van een eendenkop, waarmee de Carthagers hun doden scheerden. Het babyflesje in de vorm van een kattenkopje, met een gaatje op de plek van de neus. Of de gouden sieraden waaruit blijkt hoe rijk de Carthagers moeten zijn geweest.

Een van de topstukken op de tentoonstelling is een bronzen Punische stormram, die in 2010 gevonden is voor de kust van Sicilië, op een diepte van 81 meter. Ooit zat dit loodzware gevaarte voorop een houten schip dat in de Eerste Punische Oorlog vocht tegen de Romeinen. In het gebied van de zeeslag bij Egadi, ten westen van Sicilië, zijn tot nu toe elf scheepsrammen gevonden, dit is de enige Punische in de wereld. Aan de voorkant is nog duidelijk de inkeping te zien die een frontale botsing met een Romeins schip – ram tegen ram – heeft veroorzaakt.

Achter die ene deuk schuilen vele drama’s. Het drama van de honderden roeiers die met het schip naar de zeebodem gezonken zijn. Het drama van de enorme nederlaag die de Carthagers bij Egadi leden. En, uiteindelijk, het drama van de ondergang van hun imperium.