Column

Goud maakt meer kapot dan je lief is

O nder De Nederlandsche Bank, in de Grote Kluis, kun je er zelf een vasthouden: een staaf goud. Zwaar is ie. Verrassend zwaar. Zelfs als je er rekening mee hield dat hij vast zwaarder zou zijn dan je dacht, dan nóg. En hij doet iets met je. Mocht er zoiets bestaan als een ‘reli’-gen, een natuurlijke menselijke hang naar godsdienst, dan moet er ook een goud-gen zijn: een waan rond het edelmetaal waar veel mensen acuut gevoelig voor blijken.

Kijk maar naar de aantrekkingskracht die goud heeft, de verhalen, de samenzweringen die nooit ver zijn als het over het monetaire systeem wordt gesproken. De ratio maakt daar razendsnel plaats voor het geloof. In complotten van vrijmetselaars, tempeliers, de Amerikaanse Federal Reserve. Geloof in hogere machten op de achtergrond die per definitie niet kenbaar zijn, met duistere machinaties.

Waar goud gaat is het complot niet ver. En dat complot geeft orde aan een wereld die onuitstaanbaar chaotisch is. De samenzwering vervangt het ondraaglijke toeval door moedwil en door schuld. Zij is fast food voor het brein. Goud is daarbij het enige dat te vertrouwen valt, en daardoor juist het ideale materiaal voor de manipulaties waarvoor moet worden gewaakt.

De hang naar goud is dan ook vaak een uiting van wantrouwen. De huidige roep om de terugkeer naar de Gouden Standaard, waar het geld is gedekt door goud, is in wezen een verlangen naar objectiviteit, naar een mechanisch monetair systeem waarin menselijk handelen niet of nauwelijks telt. En als er al een inmenging is, dan bij voorkeur uit eigen land en niet van ver over de grens, in oncontroleerbaar gebied.

Vorige week maakte De Nederlandsche Bank bekend dat er onlangs 122 ton goud is verscheept vanuit opslag in de Verenigde Staten naar de eigen kluizen in Nederland. Dat is iets meer dan zes kubieke meter goud, en twintig procent van de totale goudvoorraad van 612 ton. Daardoor ligt nu 31 procent van de totale goudvoorraad van 612 ton in Nederland opgeslagen, 31 procent in de VS, 20 procent in Canada en 18 procent in het Verenigd Koninkrijk.

De reden: ‘een evenwichtiger verdeling’ van de locaties waar het goud ligt opgeslagen en ‘het vertrouwen van het publiek’. Meer centrale banken ondernemen zulke acties. De Duitse Bundesbank bijvoorbeeld. En de Zwitsers stemmen aanstaande zondag over repatriëring van het goud dat elders opgeslagen ligt.

Die repatriëringsgolf van goud doet denken aan de jaren dertig, toen er een soortgelijke beweging was. Het is een daad tegen de globalisering, een blijk van internationaal wantrouwen en een knieval voor de groeiende achterdocht tegen de boze buitenwereld – die ook de Tweede Kamer heeft bereikt. Want daar werd de roep om de terugkeer van het goud al in 2012 geformuleerd door Pieter Omzigt (CDA).

Het is te begrijpen dat DNB zich er toe over heeft laten halen. De bank is publiek bezit, en het rentebeleid mag dan strikt onafhankelijk zijn, maar er moet voor het overige wel een oor zijn voor verlangens van de samenleving. Maar toch: het past in de tijdgeest waar de internationale en Europese saamhorigheid afneemt.

En dat in Nederland, met een buitenlandse handel die meer dan de helft van de economie uitmaakt en recordoverschot op de betalingsbalans van een procent of tien. We zouden de laatsten moeten zijn om die geest van internationale achterdocht uit de fles te laten. Kan hij er nog in? Dat valt te betwijfelen.

Want het terughalen van het goud tempert het wantrouwen bij het publiek niet, het wakkert dat juist verder aan.