Column

Burgerinspraak verhindert revolutionaire wetenschap

De minister van Onderwijs wil dat burgers meer inspraak krijgen in de agenda. Niet doen, waarschuwt Christiaan Weijts.

Moeten burgers meebeslissen waarnaar wetenschappers onderzoek doen? Dat klinkt billijk. Universiteiten zijn toch een soort collectieve voorzieningen, gestut door belastinggeld? Laten we het plan van de regering, deze week naar buiten gebracht, eens serieus doordenken.

Stel: je vraagt de bevolking naar de belangrijkste wetenschappelijke ontdekkingen van de laatste 150 jaar. Ongetwijfeld scoren de geneeskundige wonderen dan hoog. In de top tien zouden in elk geval eindigen: röntgenstraling, penicilline en radiotherapie. De ironie wil dat juist die drie levensreddende uitvindingen niet waren gedaan als destijds de bevolking had mogen meebeslissen over de wetenschappelijke koers.

De ontdekkers waren er namelijk niet naar op zoek. Ze deden hun ontdekkingen toevallig, tijdens het opruimen van proefopstellingen waarmee ze naar iets anders zochten.

Röntgen, Fleming en Becquerel waren domweg nieuwsgierige en creatieve geesten, die wilden weten hoe het universum in elkaar stak, en voldoende alert waren op iets onverwachts. Dat je er levens mee kon redden, bleek pas jaren later en was bovendien bijzaak.

Hadden universiteitsbesturen en regeringen die onderzoekers toen al vastgeketend aan strenge onderzoeksprogramma’s vol maatschappelijk en economisch nut, dan hadden we nu geen röntgenfoto’s gemaakt en geen tumoren bestraald.

En het volk zelf? Dat wilde destijds helemaal geen onzichtbare straling. Dat wilde wat het volk altijd wil. Naar Heel Holland Bakt kijken op breedbeeld-tv’s.

Neem een theezakje, een fles champagne, en een stapel post-it’s. Drie ingrediënten voor een onvergetelijke achternamiddag. Allemaal per toeval ontdekt, door mensen die daar helemaal niet naar op zoek waren. Werkelijk geniale ideeën zijn als schuchtere dieren in het bos die hun kopjes pas oprichten als je de andere kant op kijkt.

De ontdekker van aspartaam deed dat. Die zocht een stof tegen maagzweren, morste wat, likte aan zijn vingers om een bladzijde om te slaan, en… Coca cola light break. Dat proces deelt de wetenschap met de kunsten, en in allebei die werelden wil onze overheid meer maatschappelijke relevantie en publieksgerichtheid. Met het aanwijzen van de ‘topsectoren’ werd de universitaire creativiteit al ingedamd door de verstikkende vaargeulen van het economische gewin. Nu moet de burgermassa het laatste restje geestelijke bewegingsvrijheid insnoeren. De onderzoeker in loondienst van het volk.

Dat vraagt, zij draaien. Geef ons een middel om gezond oud te worden! Beveilig onze big data!

Het kabinet maakt met deze keuze een historische vergissing. Alles wat ertoe doet, is buiten de officiële parcoursen aangetroffen, in de nutteloze schemerzones van zinderende irrelevantie. Zolang onze ministers en universiteitsbesturen niet begrijpen dat wetenschap dichter bij de poëzie staat dan bij de industrie, gaan we nooit tot de internationale top behoren.