Bij Hugo Claus kon incest liefde zijn

Ze draagt een „mini-minirokje”, de bekoorlijke 17-jarige Christiane uit het toneelstuk Vrijdag (1969) van Hugo Claus. „En als dat opwaait is het net cinema.” Dat zei schrijver Claus (1929-2008) in 1969 bij de wereldpremière van zijn stuk in de Amsterdamse Stadsschouwburg tegen Kitty Courbois, die de rol van Christiane vertolkte. Claus regisseerde het stuk destijds zelf. Vrijdag, zijn meestgespeelde stuk, heeft een brisante strekking: vader Georges Vermeersch kan de bekoringen van zijn dochter niet weerstaan. Voor de incestueuze verhouding die hieruit voortkomt draait Vermeersch de gevangenis in. Bij zijn thuiskomst blijkt zijn vrouw Jeanne een baby van buurman Erik te hebben. Maar de liefde tussen Georges en Jeanne is niet voorbij. Controversieel aan Claus’ stuk is dat hij de incest niet veroordeelt, integendeel, hij ziet het als een zuivere vorm van liefde – passend bij de vrijheidsdrang van de jaren zestig.

Morgen, op een vrijdag, gaat bij het Nationale Toneel een nieuwe versie van Vrijdag in première, geregisseerd door Casper Vandeputte. Eerder dit seizoen regisseerden Eric de Vroedt bij het Duitse Schauspielhaus Bochum en Paula Bangels bij De Spelerij uit Gent het stuk. Wat spreekt deze makers zo aan in Vrijdag? Hoe vertalen zij de Vlaamse setting en explosieve thematiek naar het nu, en wat heeft Claus ons te zeggen over de samenleving van vandaag? Drie visies op Vrijdag.