‘Zonder extra geld geen wetenschapsagenda’

Organisaties en burgers mogen van het kabinet meedenken over een Nationale Wetenschapsagenda. Tot veler verrassing.

De Nederlandse burger mag gaan meebeslissen over de richting van het wetenschappelijk onderzoek in Nederland. Een woordvoerder van de ANWB, die bijna 4 miljoen leden telt, reageert verbaasd. „Oh, goed dat je het meldt.” Bij Natuurmonumenten (zo’n 700.000 leden) en patiëntenkoepel NCPF (ruim dertig organisaties die alle patiënten in Nederland vertegenwoordigen) hetzelfde.

Minister Jet Bussemaker (PvdA) en staatssecretaris Sander Dekker (VVD) van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap brachten gisteren hun Wetenschapsvisie 2025 uit. Ze willen dat het wetenschappelijk onderzoek in Nederland zich sterker gaat richten op een beperkt aantal maatschappelijke thema’s. Welke, daarover gaan universiteiten en bedrijfsleven, in samenspraak met maatschappelijke organisaties en betrokken burgers, komend jaar discussiëren. Dat resulteert in een Nationale Wetenschapsagenda.

ANWB, Natuurmonumenten en NCPF kennen de visie geen van alle. Ze wisten ook niet dat het beleidsdocument eraan zat te komen. Maar meedenken over onderzoek, willen ze wel. „Onderzoek maar eens hoe vijftigers gezond 120 kunnen worden”, zegt een woordvoerder van de NCPF.

Barend van der Meulen van het Rathenau Instituut, dat al ruim 25 jaar het wetenschapsbeleid in Nederland bestudeert, vindt het meest opvallend dat de overheid weer zo duidelijk de regie neemt over het wetenschappelijk onderzoek. „Jarenlang hadden de universiteiten veel autonomie”, zegt hij. „Die vermindert nu.”

De universiteiten moeten in hun profilering rekening houden met de, op te stellen, wetenschapsagenda. NWO, de organisatie die jaarlijks 625 miljoen euro onderzoeksgeld verdeelt, moet dat ook bij het beoordelen van projectvoorstellen. Bussemaker en Dekker willen het onderzoek in Nederland stroomlijnen. Er moet duidelijker gekozen worden voor een beperkt aantal sterktes – een klein land kan niet alles. „Het is spannend om te zien of die wetenschapsagenda van de grond komt”, zegt Van der Meulen.

Zowel de Vereniging van Universiteiten (VSNU) als de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) laat weten teleurgesteld te zijn dat er in de visie geen extra geld wordt aangekondigd voor onderzoek. „Dat is onze enige echte kritiek”, zegt Karl Dittrich, voorzitter van VSNU. Volgens Hans Clevers, president van de KNAW, moet er minstens 20 procent bij het onderzoeksbudget, anders zal de Nederlandse wetenschap, die nu internationaal nog goed presteert, wegzakken. Maar de ministeries bezuinigen juist. Ook de industrie investeert minder in gezamenlijk onderzoek met universiteiten dan verwacht.

Enthousiast over de visie is Frank Miedema, een van de initiatiefnemers van Science in transition, de beweging die het wetenschapsbedrijf bekritiseert: „Er is goed naar ons geluisterd.” Zo werden onderzoekers vooral afgerekend op het aantal artikelen dat ze publiceren, waardoor onderwijs als minderwaardig werd ervaren. Intussen hebben universiteiten het beoordelingsbeleid van onderzoekers aangepast. Een onderwijscarrière zal beter beloond worden. Bussemaker en Dekker steunen dat. Ze kondigen verder aan dat er een plafond komt aan het bedrag dat universiteiten kunnen krijgen via promoties. Elke promotie levert de universiteit nu een bonus op van 96.000 euro. „Daardoor werd gepromoveerd alleen om het promoveren”, zegt Miedema.