Willen we brave Kamerleden?

Deze kabinetsperiode verlieten al zes parlementariërs hun fractie en begonnen voor zichzelf. Moet dat verboden worden?

Selçuk Öztürk en Tunahan Kuzu (r.) splitsten zich deze maand af van de PvdA en gaan samen als groep verder. Foto ANP

Tweede Kamerlid Joost Taverne heeft dé VVD-oplossing gevonden om ‘zetelroof’ uit te bannen. Na de afsplitsing van de Kamerleden Tunahan Kuzu en Selçuk Öztürk van de Partij van de Arbeid en de uitspraak van minister Ronald Plasterk (Binnenlandse Zaken, PvdA) dat zulke acties „niet gewenst” zijn, is er in Den Haag discussie over de mogelijke aanpak van politici die er met een zetel vandoor gaan. Deze kabinetsperiode waren dat er al zes. Daardoor telt de Kamer nu vijftien fracties. Overigens geen record, in de jaren 70 waren het er wel eens zestien.

Volgens sommigen moet geregeld worden dat een zetel niet persoonlijk aan een Kamerlid toekomt, maar aan de partij waarvoor hij of zij bij verkiezingen op de lijst stond. Dat vergt een grondwetswijziging, en die zou betekenen dat de fractie- en partijleiding op elk moment een Kamerlid naar huis kunnen sturen. Ieder lid zou zich dan naar de standpunten van de politiek leider moeten voegen als hij of zij niet ontslagen wil worden.

Dit is de suggestie van Joost Taverne: „Als de zetel van de partij is en iedereen in de fractie moet altijd hetzelfde stemmen, waarom hebben we dan 150 Kamerleden? Dan kunnen we ook toe met alleen de fractievoorzitters met een gewogen stem.” Met die oplossing is dan ook direct de VVD-wens van een kleinere Kamer vervuld.

Toch is Joost Taverne daar niet voor. Hij „ziet weinig in de plannen van Plasterk om eens eventjes lekker de Grondwet aan te passen en de positie van Kamerleden te veranderen”, zegt hij. „Juist omdat een Kamerlid de zetel op eigen titel heeft, is er countervailing power tegen de fractiediscipline.”

Die tegenmacht verdwijnt volgens Taverne als zetelroof verboden wordt. „Het middel is erger dan de kwaal.”

Een dociele applausmachine

Dat is ook wat verschillende deskundigen zeggen naar aanleiding van de huidige discussie. Zo’n grondwetswijziging is „als met een kanon op een mug schieten”, zegt Kristof Jacobs, politicoloog aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. „De schade is veel groter dan het probleem dat je oplost. Je zou van de Tweede Kamer een hele dociele applausmachine maken.” Hetzelfde zou gelden voor gemeenteraden.

Volgens Tom Louwerse, een Leidse politicoloog die nu lesgeeft aan de universiteit in Dublin, is het niet alleen onwenselijk dat de partij de volledige controle heeft, het is ook onduidelijk waar de macht dan ligt. „Wie bepaalt er dan dat een Kamerlid weg moet? De fractievoorzitter? Het partijbestuur? Dat heeft in de Kieswet niets te maken met de Kamerleden.” Vooral de breuk tussen Norbert Klein en 50Plus was een interessante casus geweest. Zou hij als fractievoorzitter zijn partijgenoot uit de fractie hebben kunnen gooien, of zou het partijbestuur juist hem hebben gedwongen zijn zetel op te geven?

Andere landen hebben wel manieren om dissidenten en afsplitsingen tegen te gaan. „In het Spaanse kiesstelsel doen voorkeurstemmen er totaal niet toe. Alle macht ligt bij de partij. Reken maar dat alle politici dan heel braaf zijn”, zegt Jacobs.

Als in het Verenigd Koninkrijk een politicus uit zijn partij stapt, kan er een nieuwe verkiezing komen. „Dat zie je nu met Conservatieven die overlopen naar UKIP”, zegt Louwerse. Maar de Britten hebben een districtenstelsel dat Nederland niet kent.

Geen Kamermeerderheid

Er zijn andere, grote hervormingen geopperd om de fragmentatie in de Nederlandse politiek te verkleinen. Het districtenstelsel is er een van, invoering van een kiesdrempel een andere. CDA-leider Sybrand van Haersma Buma heeft zich voor beide uitgesproken. Maar hij wil een kiesdrempel van twee zetels. Die ondergrens haalden alle partijen bij de laatste Kamerverkiezingen, en zo’n drempel doet niets tegen afsplitsingen. Het CDA wil zetelroof aanpakken, maar er lijkt geen Kamermeerderheid voor grondwetswijziging.

Volgens deskundigen zijn het overigens noch de kleine partijen, noch hun afsplitsingen die het land onbestuurbaar maken. „De versnippering komt vooral doordat er geen echt grote partijen meer zijn, maar heel veel middelgrote. Die maken formeren en besturen lastig”, zegt Tom Louwerse. Hoogstens zou het nuttig zijn om de splinterpartijen zelf minder spreektijd te geven – die is nu onevenredig ruim.

Volgens Kristof Jacobs is de huidige discussie ook een tikje opportunistisch. „Toen er bij Wilders zeven PVV’ers wegliepen, was er een zeker leedvermaak. Nu het bij de PvdA gebeurt, zou er opeens een systeemcrisis zijn. Zo zie ik het niet. Het is meer een kwestie van slecht personeelsbeleid. Verwacht niet dat een enorme stelselwijziging dat gaat oplossen.”