‘We kunnen leren van Texas’

Gemeenten gaan straks nieuwe zorgtaken uitvoeren. Het geld daarvoor komt uit Den Haag. Maar wie controleert of dat goed besteed wordt? De Rekenkamer is bezorgd.

Zo kenden we de Algemene Rekenkamer niet. Die bedaarde controleur van rijksuitgaven uit het nabije verleden sprak ineens klare, bezorgde taal over de nabije toekomst. Het kabinet heeft geen idee hoe ver gemeenten zijn met hun voorbereiding op de grote decentralisatie van zorgtaken per 2015, zei Rekenkamer-president Saskia Stuiveling in mei dit jaar.

En een paar maanden eerder vertelde Rekenkamer-lid Arno Visser live op tv over de volledige onduidelijkheid omtrent het toezicht op de besteding van de extra miljarden die in 2015, met de overheveling van de nieuwe taken, extra naar gemeenten gaan.

En nu? Zesendertig nachtjes slapen vóór 1 januari? Een gesprek Arno Visser over – zoals hij het noemt – „de grootste stelselherziening sinds de Tweede Wereldoorlog”.

De Rekenkamer drong dit voorjaar aan op een meetmoment, om te zien of gemeenten op hun nieuwe taken zijn voorbereid. Dat meetmoment komt er niet. Hoe erg is dat?

„De bedoeling van zo’n meetmoment vóóraf was om te zien of gemeenten nog tegen onverhoopte problemen zouden aanlopen. Zo ja, dan zouden zij nog kunnen bijsturen. Dat is bij een ingrijpend transitieproces heel gebruikelijk. Het gaat om vragen als: is er voldoende geld? Is het toezicht goed geregeld? Maar ons voorstel werd door anderen geïnterpreteerd als een ‘go-no go’-moment. Alsof de decentralisatie had moeten worden stopgezet als gemeenten er niet klaar voor waren. Dat is nooit onze bedoeling geweest. Maar het vervelende is nu wél dat we niet kunnen beoordelen hoe gemeenten er voor staan.”

Daar hebt u vast een idee van.

„Ik kan dat als lid van de Rekenkamer echt niet beoordelen, want we hebben er geen informatie over. Ik kan hooguit afgaan op wat ik in kranten lees en wat ik van mensen uit m’n omgeving hoor.”

En wat is die indruk?

„Ik ga niet tussentijds iets roepen zonder de juiste of volledige informatie. Ik heb veel contact met gemeenten, maar dat gaat niet alleen maar om klachten.”

Wat is uw grootste zorg?

„De operatie is ondoorzichtig. Per definitie. Want de inkomsten van het rijk en de uitgaven op gemeenteniveau worden verder uit elkaar getrokken. De belastinginkomsten komen binnen in Den Haag en worden vervolgens via een ondoorzichtig verdeelmodel verdeeld over vierhonderd gemeenten. Er wordt dus centraal geïnd en decentraal uitgegeven. In totaal gaat het om 11 miljard euro extra, en de belastingbetaler kan niet volgen wat ermee gebeurt. Als hij naar z’n vertegenwoordiger in de Tweede Kamer gaat, zegt hij: ga maar naar de gemeente. En het gemeenteraadslid verwijst vervolgens naar Den Haag.”

U wilt meer gemeentelijke belastingen?

„Steeds meer partijen en adviesorganen roepen dat. Ook staatssecretaris Wiebes (Financiën, VVD) onderzoekt het. Nu heeft noch de belastingbetaler noch zijn lokale volksvertegenwoordiger invloed op het model waarmee Den Haag de miljarden verdeelt. Van de honderd euro belastinggeld zal de ene gemeente 95 krijgen, de andere misschien 103. Maar de verdeling is een black box. We zouden kunnen leren van Zweden. De belastingbetaler kan daar zien wat er lokaal met zijn geld is gebeurd. Of neem de Amerikaanse staat Texas. Daar staat op je belastingbiljet: 10 procent ging naar veiligheid, 15 procent naar jeugdzorg. De belastingbetaler kan daar z’n volksvertegenwoordiger dus op aanspreken.”

Hier krijgen gemeenten hun geld binnen via het gemeentefonds. Dan kunnen ze toch ook zeggen tegen hun inwoners: 10 procent ging naar veiligheid, 15 procent naar zorg, enzovoorts?

„Maar gemeenten kunnen niet beïnvloeden wat de 100 procent is. Dat bepaalt Den Haag. Stel dat een gemeentelijk zwembad dreigt te sluiten, omdat er geld voor jeugdzorg wordt vrijgemaakt. En stel dat de inwoners zich bereid tonen om méér belasting te betalen, om dat zwembad te redden. Dan kán dat dus niet, omdat daarvoor geen gemeentelijke belastingen bestaan.”

Heeft u het gevoel dat lokale politici berekend zijn op hun nieuwe taken?

„Niet flauw bedoeld, maar u vraagt naar gevoel. Daar kan ik niet van uitgaan.”

U kunt als oud-wethouder financiën toch wel inschatten, in hoeverre de financiële controle doenlijk is?

„Het is erg ongelukkig dat we net een verkiezingsjaar achter de rug hebben. Zo’n 30 procent van de raadsleden is nieuw. Ook vele wethouders zijn nieuw. En hun voorgangers hadden nog niet met die nieuwe taken te maken. Al die nieuwe lokale politici moeten dus het wiel uitvinden, voor het controleren van ongelooflijk ingewikkelde taken. Taken waar bovendien de hele samenleving bij betrokken is. Een mooi gezegde is: het riool zit niet op de publieke tribune. Het debat over geld voor het riool en wegen is heel anders dan het debat over geld voor huishoudelijke hulp. Dus die gemeenteraden moeten in enorm korte tijd heel moeilijke beslissingen nemen. Ga er maar aan staan.”

U als Algemene Rekenkamer moet de controle van gemeentelijke uitgaven overlaten aan de lokale rekenkamers. Zijn die daar voldoende op toegerust?

„Uit onderzoek van de landelijke vereniging van rekenkamers (NVRR) blijkt dat sommige gemeenten helemaal geen rekenkamer hebben. Maar een vaker voorkomend probleem is een tekortschietend budget. Neem Arnhem. Dat heeft de begroting voor de lokale rekenkamer gehalveerd. De leden van die rekenkamer hebben daarom onlangs besloten er vanaf eind 2015 maar helemaal mee te stoppen, omdat ze zo niet kunnen werken. Dan heb je het dus over een van de grotere steden, die met één pennestreek de helft van het budget wegstreept. Verbazingwekkend. De begroting van Arnhem neemt toe van 565 naar ruim 700 miljoen. En die heeft dan straks geen rekenkamer meer.”

Wat krijg je dan? Dat de gemeenteraad alleen maar op de hoogte raakt van misstanden als het college zo aardig is om er iets over te zeggen?

„Misstanden zijn de uitzondering op de regel. Hamvraag is: wordt geld voldoende doelmatig en doeltreffend uitgegeven? Dat is 90 procent van het controlewerk. Dat, zeg, een methode om mensen aan het werk te helpen niet helemaal deugt, terwijl ze drie gemeenten verderop een methode hebben die veel beter werkt. Hoe zie je dat? Hoe krijg je daar grip op? Een rekenkamer maakt het beleid zichtbaar. Zonder rekenkamer denkt een raadslid voor je het weet: ‘Nou, mijn wethouder hier heeft een geweldig verhaal over zijn succes. Dat zegt hij immers zelf!’”