Waarom muziek zo ongelofelijk belangrijk is

Mariss Jansons, chef-dirigent KCO

De nieuwe film van regisseur Heddy Honigmann kreeg vorige week al veel aandacht, als de openingfilm van het documentairefestival IDFA. Vanaf morgen is de film ook in de bioscopen te zien.

Om de wereld in 50 concerten heeft een concrete aanleiding: Honigmann kreeg de commissie om een film te maken over de wereldtournee die het Koninklijk Concertgebouworkest vorig jaar maakte ter gelegenheid van het 125-jarig jubileum. Honigmann heeft al in veel eerdere films blijkgegeven van haar grote affiniteit met muziek: bij haar vooral een middel om het zielsleven van de hoofdpersonen van haar films bloot te leggen.

Ook in Om de wereld in 50 concerten gaat ze op die manier te werk. De film overstijgt de directe aanleiding en wordt een onnadrukkelijke zoektocht naar het wezen van muziek: waarom is muziek voor veel mensen zo belangrijk? Waarom hebben we muziek eigenlijk nodig? De regisseur stelt die vragen niet zo direct, dat zou botsen met haar kalme en ontspannen benadering, maar dat is wel waar de film over gaat. Dat leverde een aangename – niet per se heel spannende – film op. Honigmann raakt met haar omtrekkende bewegingen toch aan de kern van muziek – ook door veel randverschijnselen gewoon weg te laten.

Slechts een beperkt aantal reisbestemmingen, musici en luisteraars kreeg in de film een rol. Slagwerker Herman Rieken, fluitist Kersten McCall en contrabassist Dominic Seldis zijn stuk voor stuk sterke vertellers en open persoonlijkheden. Ook de verhalen en beelden van luisteraars zijn prachtig: een taxichauffeur in Buenos Aires die in zijn auto altijd naar klassiek luistert, een oudere man in Zuid-Afrika die kinderen in Soweto vioolles geeft, en een vereenzaamde Mahlerfan in Moskou. Muziek komt alleen in flarden voorbij – dat is al veelzeggend genoeg.