Waar zouden we zijn zonder witte redders

Gabriel Weinstein enRickson Tevez doen de vondst van hun leven inTrash.

De favelas van Rio de Janeiro dreigen een wat uitgekauwde achtergrond te raken. Regisseur Stephen Daldry (Billy Elliot, The Reader) ontsnapt ook niet aan die valkuil. In Trash spelen drie straatkinderen de hoofdrol en de film begint met een beeld dat we kennen uit andere favelafilms: een opgefokt jongetje richt een pistool op iemand. Cliché misschien, maar wel een pakkend beeld: wat is hier aan de hand?

In flashbacks laat Trash zien hoe het zover heeft kunnen komen. Daldry doet dat een beetje omslachtig. Hij gebruikt een videogetuigenis van de drie jochies, een voice-over en een montage die heen en weer snijdt tussen allerlei gebeurtenissen. Zo verknoopt Trash twee verhalen met elkaar. De boekhouder van een corrupt politicus beschikt over belastend materiaal dat zijn verkiezing kan fnuiken. De portemonnee waarin hij materiaal heeft verstopt, gooit hij uit het raam als hij door kwaadwillende handlangers van zijn baas wordt achtervolgd. Het ding landt precies op een vuilnistruck en komt zo terecht op de enorme vuilnisbelt waar de drie vrienden Rafael, Gardo en Rato elke dag het vuil sorteren, in de hoop op iets bruikbaars. Iets als een goed gevulde portemonnee. Maar waar dient het sleuteltje voor dat er ook inzit? En waarom staan er allerlei codes achterop een fotootje van een man en zijn dochter? Als de politie even later de vuilnisbelt bezoekt is duidelijk dat er meer aan de hand is. Een corrupte, nietsontziende politieman krijgt de vrienden in het oog, het begin van een wervelend avontuur.

En wervelend is het: de cameravoering is dynamisch, de montage energiek en de muziek opzwepend. Trash is in stijl en inhoud duidelijk een variatie op Slumdog Millionaire en Cidade de Deus, eveneens dynamische films over het treurige leven van minderbedeelden in sloppenwijken. Van politie en politiek hebben mensen niets te verwachten. Sterker nog, die schuwen het geweld niet en zijn allemaal omkoopbaar. Daldry gebruikt de componist van Cidade de Deus, de cameraman van vervolgfilm Cidade dos Homens en net als in Slumdog Millionaire wordt de jonge hoofdpersoon gemarteld; erg origineel is Trash al met al niet, hoe goed de film ook is bedoeld.

Ook die goede bedoelingen gaan een beetje storen. Trash, naar een boek van Andy Mulligan, heeft bijrollen voor twee westerlingen: een tegen de corruptie strijdende priester (Martin Sheen) en de vrijwilligster (Rooney Mara) die hem bijstaat en lesgeeft aan straatkinderen. En laat het nou net door de inspanningen van deze twee witten komen dat alles zich uiteindelijk ten goede keert. Zonder het Westen zou het door en door corrupte Brazilië vervallen in chaos en anarchie, is de boodschap. Het grote pluspunt van Trash is het overtuigende spel van de amateuracteurs die de drie zwerfkinderen spelen. Dat ze van straat zijn geplukt geeft de nogal gelikte film de broodnodige authenticiteit en rauwheid, ook al zijn de vieze vegen op hun gezicht dit keer overduidelijk nauwkeurig aangebracht door de make-upafdeling.