Volwassen worden: moet het echt?

We kunnen het niet, we willen het niet of we stellen het zo lang mogelijk uit. Susan Neiman schreef over volwassen worden.

Ergens is het begrijpelijk dat Thierry Baudet bij De Wereld Draait Door ging zitten om een man te verdedigen die vrouwen het liefst als een spies aan zijn totempaal rijgt. De remedie klopt niet, maar hij legt wel een onderliggend probleem bloot. Hoe word je man?

De Randstedelijke twintiger is een jongensman met dons op de kaak en een knot op het achterhoofd die slalommend op zijn longboard door de straten beweegt van scharrel naar date, van start- up naar koffietent. Helemaal de weg kwijt. Ik praat hier over mannen, maar voor vrouwen geldt het probleem net zo hard – al dwingt de biologische klok hen rond hun dertigste jaar om na te denken over hun romantische beslissingen.

Volwassen worden lijkt steeds moeilijker. We verwarren volwassenheid met schrikbeelden over hangende vellen, Viagra-seks, Kukidentzoenen en borsten waar je zo een balpen onder klemt. Maar volwassen zijn is niet hetzelfde als geketend zijn door hypotheek of de beperkingen van een almaar slinkende AOW. Volwassen worden is een continu proces waaraan je het liefst begint voordat het lichamelijke verval intreedt. En het is bovendien een benijdenswaardig ideaal, betoogt de Amerikaanse schrijfster Susan Neiman in haar laatste boek Why Grow Up? (Waarom zou je volwassen worden?) aan de hand van excerpten uit het werk van denkers als Immanuel Kant, Jean Jacques Rousseau en Simone de Beauvoir. Zo beweerde Kant al dat een kind nooit te lang in de kinderwagen moet zitten, omdat het zonder blauwe plekken niet leert lopen.

Je mag blijven dromen, dat wel

Opvallend vaak definiëren mannen volwassenheid met materiële parameters, vrouwen denken aan het stichten van een gezin. Beide zijn bewijs noch voorwaarde voor volwassenheid. Opgroeien betekent dat je leert leven met onzekerheden, maar dat je desondanks niet stopt met het streven naar zekerheden, betoogt Neiman. Dat je de permanente kloof accepteert tussen het leven zoals dat is en zoals dat zou moeten zijn, zonder al je dromen en idealen op te geven. Volwassen worden gaat over het overzien van de gevolgen van je handelingen en het nemen van verantwoordelijkheid daarvoor, zou ik willen toevoegen. En als je dat punt bereikt, is dat een benijdenswaardige toestand. De bandeloosheid waar vrijheid vaak mee wordt verward – het aangaan van geen enkele verplichting, in wonen, werk en de liefde – leidt tot een leven waarin je een speelbal bent van de grillen van je omgeving en je eigen emoties. Als je niet zelf kiest vanuit een weloverwogen plan, overkomt het leven je terwijl je doorgaat met skaten. Denk je van tevoren na over wat je doet, dan herneem je een gevoel van controle. Als je jezelf leert te verhouden tot de regels in de maatschappij, dan win je daar zelfvertrouwen mee, het gevoel dat de maatschappij logisch is. Natuurlijk zijn er verschrikkelijke zaken als dood of verlies, of zijn er mensen die onder een totalitair regime leven, maar zelfs dan is het nog prettig om inzichtelijk te hebben waar je zelf wel invloed op uitoefent. Wie verlangt er ooit terug naar de tijd dat je baby was? Niemand, volgens Neiman, want je was voor alles afhankelijk van anderen.

Waak voor het ideaalbeeld

Het beeld van de eeuwige jeugd wordt geïdealiseerd, via Sloggibillen op billboards, tot veertienjarige modellen in tijdschriften en de botoxcultuur die in Hollywoodfilms wordt gepropageerd. In haar boek verwerpt Neiman nadrukkelijk het idee dat de mooiste tijd van je leven het decennium tussen 18 en 28 is. „Als jonge mannen hun spieren krijgen en de huid van jonge vrouwen nog glanst.” Het is misschien de beste tijd voor biologische reproductie, maar niet per se de meest gelukkige. Reclame en media leggen ons een gevaarlijk ideaalbeeld op, zegt ze. „We zeggen daarmee tegen jongeren dat het leven één grote neergang is waarvan ze vooral niet te veel moeten eisen. Door ‘volwassen’ te definiëren als ‘aftakeling’ houd je jongere generaties in feite klein.”

In haar boek voert Neiman de Samoacultuur als tegenvoorbeeld op. Daarin krijgen jonge kinderen al vanaf hun vijfde de zorg voor een jonger broertje of zusje. Zo krijgen ze steeds meer taken toebedeeld totdat ze geslachtsrijp zijn, waarna ze volledige seksuele vrijheid genieten. Die zullen niet zo snel terugverlangen naar hun vroege jeugd.

Laat de eeuwige jeugd toch maar los

We moeten volwassenheid nastreven, geen eeuwige jeugd, zegt Neiman. Maar dat is lastiger vandaag dan zeg vijftig jaar geleden. Veel mensen blijven steken in het moeras van de adolescentie. Sinds de Verlichting zijn er nog maar weinig natuurlijke grenzen over. Er is geen dienstplicht meer. Het salaris van babyboomouders en het vangnet van de verzorgingsstaat maken dat je tot ver tegen de dertig kan aanmodderen. Een groot deel van de twintigers nu is opgevoed door jarentachtigouders die de wensen van het kind voorop hebben gesteld. Consumentisme verlamt ons. De enorme stroom aan prikkels (WhatsApp, Twitter, reclame) maakt dat we verzadigd raken en tobben over futiliteiten (een iPhone 5S of een Samsung Galaxy X) terwijl we anderen laten beslissen over wezenlijke zaken (financiën, inspraak in politiek).

Het is nu te laat om je ouders te vragen alsnog grenzen te gaan stellen. Accepteer je beperkingen zonder je idealen te verliezen. Denk na over de gevolgen van je handelen. Volwassen worden betekent niet dat je nooit meer tot zondagmiddag mag afteren; neem wel de maandag vrij. En vergeet nooit dat alles (seks, liefdesverdriet, het kopen van een huis) de tweede keer gemakkelijker wordt.

Kant noemde het laf en lui om niet volwassen te worden. Dus boys: man up! Maar houd de Blanc-brutaliteit buiten de deur.