Vincent van Gogh eindelijk ster in zijn museum

Het Van Gogh Museum geeft in de nieuwe opstelling veel meer aandacht aan Vincent als persoon en bedt zijn werk in tussen tijdgenoten.

Boven de deuren tussen garderobe en eerste zaal van het opnieuw ingerichte Van Gogh Museum hangt nu een video-installatie waarin diverse kunstenaars hun visie geven op Vincent van Gogh. Foto Maurice Boyer

Een bezoek aan de vaste collectiepresentatie van het Van Gogh Museum was in de afgelopen vijftien jaar altijd min of meer hetzelfde. Op de begane grond hing de collectie negentiende-eeuwse schilderkunst, op de eerste verdieping hadden de werken van Vincent van Gogh een vaste plek, en op de bovenste etage hingen de impressionisten. Wie wilde vergelijken hoe anders Van Gogh zijn boerenfamilies schilderde dan bijvoorbeeld tijdgenoot Jozef Israëls, moest snel een paar trappen op en neer rennen.

Vanaf vrijdag is dat verleden tijd. Dan opent het Van Gogh Museum de nieuwe opstelling waarin leven en werk van Van Gogh als één doorlopend verhaal worden verteld. Voor het eerst hangen tussen de Van Goghs schilderijen van tijdgenoten als Georges Seurat en Charles Angrand. Ook tekeningen en brieven krijgen een vaste plek. Er zijn touchscreens voor wie meer wil weten over Van Goghs techniek. ‘Familiewanden’, met authentieke voorwerpen op kinderooghoogte, vertellen persoonlijke verhalen over Van Gogh.

Een opfrisbeurt was een lang gekoesterde wens, vertelt Maite van Dijk, conservator schilderijen. „Toen twee jaar geleden tijdens de verbouwing onze Van Goghs tijdelijk in de Hermitage hingen, konden we al een beetje experimenteren met de presentatie. Daar zagen we voor het eerst hoe heftig zijn werk het deed op een knalrode muur, en hoe mooi De aardappeleters hing tegen een donkere wand. Je zag veel meer details.”

Net als bij het naburige Rijksmuseum zijn ook in het door Gerrit Rietveld ontworpen Van Gogh Museum de witte muren nu allemaal overgeschilderd met warme tinten. „Dat druist wel in tegen het modernisme van Rietveld”, lacht Van Dijk. „Maar het is zo mooi om te zien hoe De zonnebloemen nu stralen tegen een achtergrond van diep nachtblauw. Als een visioen, zoals Van Gogh ze zelf ook zag.”

Van Dijk vertelt over de diverse brainstormsessies die voorafgingen aan het nieuwe plan. „We wilden weer terug naar de essentie van Van Gogh. Als onderzoeksinstituut hebben we de neiging om onze kennis tot in detail met het publiek te delen. We hadden een hele zaal bedacht over de korte tijd dat Van Gogh in Antwerpen zat. Maar die periode kun je ook met vijf schilderijen op één wand laten zien.”

Er wordt meer aandacht besteed aan de mythes die aan Van Gogh kleven (zoals zijn ziekte, zijn oor en zijn zelfmoord), maar diezelfde mythes worden ook ontkracht. Zo wordt vaak gedacht dat Van Gogh een gekke eenling was die in isolement leefde. Terwijl hij in werkelijkheid nauw betrokken was bij de kunst van zijn tijd en ook echt invloedrijk was. Hij had veel contact met Paul Gauguin en Henri de Toulouse-Lautrec en dankzij de kunsthandel van zijn broer Theo zag hij de werken van bijvoorbeeld Pissarro en Monet.

De zaal met zijn laatste werken, die vroeger Ziekte en vertwijfeling heette, is omgedoopt tot Bezielde natuur. „Van Gogh schilderde nooit als hij zich niet goed voelde”, zegt Van Dijk. „Dat blijkt uit de brieven die hij aan Theo stuurde. Ook toen hij in de inrichting in Zuid-Frankrijk zat, vond hij troost in de omgeving. Kijk maar hoe liefdevol hij de plantjes en de bomen in de tuin van de inrichting schilderde. De laatste twee maanden voor zijn dood schilderde hij iedere dag.”

Nieuw is dat het museum nu ook de impact van Van Gogh op kunstenaars na hem laat zien. In de laatste zaal op de bovenste etage van het museum komen wisselende bruiklenen van moderne en hedendaagse kunstenaars. Nu hangt er een vroeg werk van Francis Bacon, Study for a Portrait of Van Gogh VI (1957). Bacon baseerde zijn doek op Van Goghs De schilder op de weg naar Tarascon uit 1888, dat hij alleen kende van een plaatje omdat het origineel in de Tweede Wereldoorlog verloren ging. Bacon zag er een „gekwelde gedaante op de weg” in. Maar Van Dijk ziet vooral een vrolijke voorstelling. „Kijk naar die felle kleuren, het is duidelijk een mooie zomerdag. En Van Gogh is een blij mannetje dat met zijn schildersgerei op weg gaat naar zijn werk.”