‘Veel gemeenten niet in staat tot goede controle uitgaven’

Arno Visser, lid Algemene Rekenkamer. ANP / Bart Maat

Lokale rekenkamers zijn lang niet altijd toegerust om de besteding te controleren van de extra miljarden die in 2015 naar gemeenten gaan. Dat zeggen collegelid Arno Visser van de Algemene Rekenkamer en Jan de Ridder, voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Rekenkamers en Rekenkamercommissies (NVRR) in gesprekken met NRC Handelsblad.

Gemeenten krijgen volgend jaar elf miljard euro op hun rekening voor de uitvoering van nieuwe taken zoals de jeugdzorg en langdurige zorg. Dat is – afhankelijk van hoe je rekent – een uitbreiding van de lokale begroting met eenvijfde tot eenderde.

Maar op lokale rekenkamers, die bedoeld zijn voor de controle op de doelmatigheid en rechtmatigheid van uitgaven, bezuinigen gemeenten juist sterk: 10 procent in de afgelopen jaren. Sommige lokale kamers moeten hun werk doen met een budget van 5.000 euro per jaar, zegt De Ridder. De verhouding tussen budget en toezicht is “20 à 30 cent voor onafhankelijke controle per 1.000 euro op de begroting.”

Arnhem heeft straks geen rekenkamer meer

Arno Visser van de Algemene Rekenkamer noemt het voorbeeld van Arnhem, dat het budget van zijn rekenkamer heeft gehalveerd. De leden van die rekenkamer hebben nu hun vertrek aangekondigd: zo kunnen ze niet werken. Dus Arnhem, vijftiende stad van Nederland en met een budget dat volgend jaar groeit van 565 naar ruim 700 miljoen euro, heeft straks geen rekenkamer om de besteding van al die miljoenen te controleren.

Dan resteert – naast eventueel controlewerk door de gemeentewerk – alleen de accountant. Visser:

“Maar die kijkt alleen naar het jaarverslag, terwijl de lokale rekenkamer het hele jaar door controleonderzoeken kan beginnen, bijvoorbeeld op basis van signalen uit de gemeenteraad.”

Lees het interview met Arno Visser in NRC Handelsblad van vandaag.