Gutswerkje

In Ferguson zijn rellen uitgebroken, heviger dan in augustus, toen Mike Brown net doodgeschoten was. Maandag werd de blanke agent Darren Wilson vrijgesproken. Geen enkele getuige bood sluitend bewijs dat tiener Brown zijn handen in onschuld omhoog hield. Wilson vond dat Brown hem had belaagd en rapporteerde in bewoordingen waaruit bleek dat Wilson van Brown een halve hulk had gemaakt, die haast sterker werd met elke kogel die zijn lijf binnendrong.

Afgelopen vrijdag brak in Amsterdam-Oost een opstootje uit. Een vriendin van mij was erbij. Ze belde 112. De alarmcentrale vroeg wat de omvang van de vechtpartij was. Daarna: „Wat is de afkomst van de betrokkenen?”

Ze moet hebben geantwoord: ik kan nu even niet storen om te vragen waar ze vandaan komen.

In zijn boek De controle van marsmannetjes en ander schorriemorrie schrijft cultureel antropoloog Sinan Çankaya over de ‘proactieve’ criminaliteitsbestrijding van politie. De agent wil niet als brandjesblusser fungeren: hij wil aanwezig zijn voordat het fikt en potentiële brandhaarden onschadelijk maken. Een preventieve aanpak. Daarom werkt de politie met een selectieprofiel. Çankaya reed mee door Amsterdam, zat achterin de auto en noteerde hoe agenten risico’s inschatten en over mensen op straat spraken. Het mag geen verrassing zijn dat etniciteit een prangende rol speelt (van een afstandje is ‘etniciteit’ vooral een oordeel op basis van uiterlijk).

Als trainer voor de politie Amsterdam-Amstelland merkte Çankaya dat agenten (‘soms’ ) best bereid zijn om hun ‘raciale profilering’ bij te stellen. Maar de praktijk leert dat snelle beslissingen juist op stereotiepe beelden steunen. Die kunnen worden aangepast, maar dat gebeurt niet in the heat of the moment.

Toen Darren Wilsons vinger op de trekker lag, heeft hij vast niet gedacht: wat onbewust discriminerend dat ik me door Brown bedreigd voel.

Het veranderen van de profielen in je hoofd is lastig. Ik denk aan gutswerkjes zoals je die op de basisschool maakte. In linoleum sneed je lijnen uit zodat er een plaatje overbleef. Dat plaatje is als de patronen in ons brein. Wanneer we de lijnen die er nog staan elimineren, wordt het wel heel kaal. Het plaatje verdwijnt, een vlak verschijnt. Het is lastig te geloven dat we ons zonder helder uitgesneden patronen kunnen oriënteren. Maar of dat werkelijk onmogelijk is, kun je alleen uitzoeken als je voorbij die angst stapt.

Om onze onbewuste vooroordelen zo min mogelijk macht te geven, is het noodzakelijk om voldoende tijd te forceren tussen oordeel en beslissing. Het fijne voor de Amerikanen is: als je er heel slecht voor staat, is verbetering gemakkelijk. Doe iets aan de wapenwet die politie en burgers constant bedreigt en de causaliteitslijn tussen beeld (donker = crimineel) en daad (direct schieten) wordt wat langer.

In Nederland moeten we dieper snijden om te elimineren wat rot is.