Hoe een dorpje uitgroeide tot bluesmekka

De opkomst en ondergang van Paramount Records, een van de belangrijkste labels van Amerika, wordt beschreven in een luxe boxset, met lp’s en 800 liedjes.

Bluesdeskundige Alex van der Tuuk bij hem thuis met een oude grammofoon uit de jaren 20. Foto Bram Budel

De schooljongens uit Wisconsin die in 1942 de Chair Factory No 2 in Port Washington leeghaalden, kregen 25 dollarcent per uur. Ze sleepten duizenden metalen ‘masters’ van 78-toerenplaten van Paramount naar beneden. Het platenlabel had tien jaar eerder de deuren gesloten en het metaal was nodig in de oorlogsindustrie. De bijbehorende administratie ging mee als oud papier. De waarde van het materiaal zou nu, ruim zeventig jaar later, astronomisch zijn.

Een Amerikaanse verzamelaar biedt alleen al 25.000 dollar voor de tip die leidt tot één van de verdwenen opnames. Een plaat van bluesmuzikant Tommy Johnson die onlangs opdook, leverde 37.000 dollar op. De Paramount bluesplaten, maar ook hun jazz, gospel en country, behoren tot de meest gezochte platen van Amerika.

Op geen ander label kun je zo goed horen hoe de ‘Great Migration’ klonk, de massale volksverhuizing van zwarte Amerikanen uit het zuiden naar noordelijke steden als Chicago en New York. Die geschiedenis is nu te boek gesteld en op te plaat verschenen in twee peperdure, maar prachtige boxen die uitkomen op het Third Man Records label van Jack White.

White (van de White Stripes) is een toegewijde bluesfanaat. Toen hij met het verhaal van Paramount aan de slag ging, stuitte hij op het boek Paramount’s Rise and Fall van de Nederlander Alex van der Tuuk, in het dagelijks leven verpleegkundige. Onder Van der Tuuks supervisie en in samenwerking met de Nederlandse bluesonderzoeker, Guido van Rijn, docent Engels, verschijnt nu het verhaal van Paramount, dat biografieën, discografieën, grafisch materiaal en soundtracks bevat.

Hoe kon een meubelfabriek in het onbeduidende dorpje Grafton, Winsconsin, uitgroeien tot de plek waar platen werden geperst, en later opgenomen, van legendarische bluesmannen als Blind Lemon Jefferson, Skip James en Charley Patton, van diva’s als Ma Rainey en Ethel Waters, van jazzgrootheden als Louis Armstrong, King Oliver, Fats Waller en vele anderen?

Het was deels toeval, zegt Van der Tuuk. „In 1914 brandde een fabriek van Edison af en ze benaderden de Winsconsin Chair Compagny in Grafton voor het fabriceren van fonografen.” Twee jaar later bedacht het bedrijf dat het handig was om vulling voor die ‘talking machines’ te maken. Van der Tuuk: „In de eerste jaren werden platen vaak gratis meegegeven.”

Er was geen muzikale kennis aanwezig in het meubelbedrijf. Ze begonnen met contractvrije artiesten en openden in 1918 een studio in New York. Andere labels hadden franchisezaken, maar Paramount ontbeerde een distributiesysteem. De plaatverkoop begon met bestellingen per post, onder meer via de Chicago Defender, de meest gelezen krant onder de zwarte bevolking die noordwaarts kwam voor werk.

Met grote ster Ma Rainey rolde Paramount min of meer per ongeluk in de grotendeels genegeerde markt voor zwarte muziek. Die bleek lucratief. Zeker toen Paramount in 1923 ook in Chicago een studio opende, onder leiding van Mayo Williams. Van der Tuuk: „Een belangrijke man. Hij is de eerste zwarte talentscout die voor een blank label werkte. Williams schuimde de South Side van Chicago af, op zoek naar ruwe diamanten.” Zangers en zangeressen meldden zich ook spontaan aan de deur aan. Dit beleid leidde ertoe dat Paramount de artiesten wist te vinden die aansloegen bij het zwarte publiek.

De platen uit die gloriejaren van Paramount werden in grote hoeveelheden gedrukt. Maar na de beurskrach in 1929 stort de verkoop in, terwijl Paramount net in Grafton zelf een studio had geopend en zijn werkterrein naar Mississippi had uitgebreid, waar opmerkelijk bluestalent rondliep. Een zet die historisch blijkt.

Sommige Mississippians, zoals Charley Patton, verkopen dan nog redelijk. Maar de opnames die nu worden gezien als de beste bluesplaten uit die tijd, kwamen vaak niet verder dan enkele testpersingen die werden rondgestuurd naar platenzaken. Er komen geen orders meer binnen en Paramount sluit de deuren. De inboedel wordt opgeslagen en het metaal tien jaar later omgesmolten.

Van der Tuuk en Van Rijn berekenden dat van de legendarische serie zwarte muziek uit de jaren 1929-1932 nu 56 procent boven water is. Wat opduikt, wordt doorgaans snel heruitgebracht. Van de 800 liedjes die Third Man Records nu uitbrengt, waren sommige lang niet beschikbaar of verloren gewaand.

Daar doe je twintig jaar lang reserach voor, zegt Van der Tuuk. „Ik ben trots op een gospelpreek van Reverend Emmett Dickinson, die we hebben kunnen achterhalen.” Ze vonden ex-medewerkers en muzikanten, van in de negentig. „Die geven geweldige informatie. Het liefste zou ik terug in de tijd gaan om te zien hoe die studio eruitzag.” Van de meubelfabriek vond hij in Grafton alleen de fundamenten.