Heeft OPEC nog wel wat te zeggen?

De olie exporterende landen zijn nerveus over de lage prijs en besluiten mogelijk tot productiebeperking.

Er wordt veel meer olie geproduceerd dan er vraag is, door onder meer de Verenigde Staten. Foto Thinkstock

Ouderwetse opwinding over olie. Besluit de in Wenen zetelende OPEC morgen, in een poging om de prijs op te drijven, om de productie in 2015 te beperken? Of heeft de groep van olie exporterende landen zijn greep verloren en blijft steeds goedkopere olie de markt overstromen?

De prijs van een vat Noordzee-olie (Brent) die als maatstaf geldt in de oliehandel, is sinds de zomer met bijna 30 procent gedaald: van 115 dollar (92,20 euro) naar nauwelijks 80 dollar per vat. Vier jaar lang was de prijs, op een enkele uitschieter na, ruim boven de honderd dollar blijven hangen.

Maar een paar maanden geleden begon de prijs gestaag te dalen. Eerst naar een niveau van rond de 90 dollar, en inmiddels dus naar rond de 80 dollar. Sommige analisten voorspellen een daling naar 70 of zelfs 60 dollar, als de OPEC niet ingrijpt.

Forse buffer

Olieproducerende landen als Rusland, Venezuela, Iran en Nigeria maken zich grote zorgen. De begrotingen van deze landen gaan uit van een olieprijs van minstens 100 dollar en vaak nog meer. Een lage olieprijs betekent een fors begrotingstekort en mogelijk zelfs sociale onrust als bijvoorbeeld de pensioenen niet meer op tijd betaald kunnen worden.

Zover is het in bijvoorbeeld Rusland nog lang niet. Dat land heeft een forse buffer opgebouwd. Maar de lage olieprijs kost Rusland nu op jaarbasis al 100 miljard dollar, maakte de Russische minister van Financiën, Anton Siloeanov, deze week bekend.

Geen wonder dus dat ook Igor Sjetsjin, baas van het Russische staatsoliebedrijf Rosneft én vetrouweling van president Poetin, deze week in Wenen werd gesignaleerd. Want hoewel Rusland geen lid is van de OPEC, probeert Moskou wel een productievermindering te bereiken.

Sjetsjin zou aan de Saoedische olieminister Ali al-Naimi, de belangrijkste man binnen de OPEC, hebben laten weten dat Moskou best wil meedoen aan een productiebeperking. De Russen zouden bereid zijn om 300.000 vaten per dag minder op te pompen. Als de olieprijs maar weer omhoog gaat.

Beperking van de productie

Het productiedoel van de OPEC, waarvan behalve de belangrijkste olieproducenten in het Midden Oosten, ook een aantal Latijns-Amerikaanse en Afrikaanse landen deel uitmaken, ligt nu op 30 miljoen vaten per dag. Dat is ongeveer 40 procent van de totale ruwe olieproductie in de wereld.

In het verleden was het oliekartel zo machtig dat de olieprijs meteen reageerde op een aanpassing van de productie. Als grootste en rijkste producent binnen de OPEC was Saoedi-Arabië traditioneel het land dat het evenwicht herstelde als dat nodig was, door minder olie op de markt te brengen. Een beperking van de productie met 1,5 miljoen vaten per dag zou nu al het verschil kunnen maken, menen analisten. Maar ondanks het eerder genoemde aanbod van de Russen, is het de vraag of die beperking er daadwerkelijk komt. Want het gaat niet alleen meer over de prijs van de olie, maar ook over het marktaandeel van de verschillende olie producerende landen.

Tegenvallende vraag

Over de dynamiek van dit moment lopen de meningen uiteen. Er is zelfs een complottheorie die zegt dat Saoedi-Arabië samenspant met de Verenigde Staten om president Poetin, wiens heerschappij gebaseerd is op olie- en gasdollars, op de knieën te dwingen.

Dat lijkt vergezocht. Feit is wel dat er sprake is van overcapaciteit die voornamelijk wordt veroorzaakt door de toenemende olieproductie in de Verenigde Staten, vooral uit schaliegesteente. Ook Libië en Irak hebben hun productie de afgelopen maanden – ondanks oorlogsgeweld – weten op te voeren.

Tegenover deze toenemende productie staat een tegenvallende vraag. De economische groei in Europa, maar ook in China, blijft achter bij de verwachtingen. Tot zover het spel van vraag en aanbod.

Maar uit het feit dat Saoedi-Arabië de VS inmiddels een korting geven, valt op te maken dat er meer aan de hand is. Saoedi-Arabië heeft juist een lagere olieprijs nodig om te kunnen concurreren met de schalie-olie die de Verenigde Staten zelf produceren.

Afzetmarkt is op dit moment belangrijker dan prijs. Hans van Cleef, energie-econoom bij ABN-Amro, verwacht daarom niet dat de OPEC-bijeenkomst van morgen grote veranderingen zal opleveren. Wellicht verzinnen de OPEC-landen een „cosmetische” oplossing. „Op dit moment wordt er namelijk in werkelijkheid meer geproduceerd dan is afgesproken”, zegt Van Cleef. „Een productieverlaging van 500.000 vaten per dag zou het feitelijke productieniveau weer terugbrengen tot de afgesproken 30 miljoen vaten per dag.”

‘Prijs blijft voorlopig laag’

De vraag is natuurlijk of dat voldoende zou zijn om de prijs weer omhoog te jagen. De kans is groot dat de prijs voorlopig op ten minste het huidige niveau blijft. Al verwacht Van Cleef tegen het einde van het jaar toch weer een lichte stijging. Hij denkt dat de Amerikaanse productie deels zal stilvallen als de prijs te lang op 80 dollar blijft staan. Dat is te laag om de productie van olie uit schaliegesteente rendabel te maken.

Een lage olieprijs kent veel verliezers, maar ook één winnaar: de wereldeconomie. Geld dat wordt bespaard aan de import van olie, kan aan andere zaken worden uitgegeven. Iedere 10 dollar prijsdaling betekent een economische groei van 0,3 procent. Zo bezien heeft de prijsdaling van de afgelopen maanden de wereldeconomie al een impuls van minstens 1 procent gegeven.