De burgers mogen meepraten over wetenschap – maar hoe?

Bent u een betrokken burger? Dan mag u van minister Jet Bussemaker (PvdA) en staatssecretaris Sander Dekker (VVD) van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap meebeslissen over de richting die het wetenschappelijk onderzoek in Nederland op gaat. Gisteren kondigden ze in hun Wetenschapsvisie 2025 aan dat universiteiten, hogescholen en bedrijfsleven, samen met allerlei organisaties en betrokken burgers, komend jaar een korte lijst met maatschappelijke thema’s gaan opstellen waarop onderzoek zich sterker gaat richten.

Maar welke betrokken burgers worden geraadpleegd? Of waar kunnen mensen met ideeën zich melden? Dat staat nergens.

Grote vraag is in hoeverre overheid, bedrijfsleven en universiteiten die burgervoorkeuren straks serieus nemen. Wat als grote groepen pleiten voor meer onderzoek naar telepathie of buitenaards leven?

Begin jaren 80 keerde de bevolking zich, na een brede maatschappelijke discussie, tegen kernenergie. Maar het kabinet-Lubbers I maakte toch plannen voor een nieuwe kerncentrale. Er was een ramp in Tsjernobyl voor nodig om die te stoppen.

Dát de overheid de burger meer wil betrekken bij de wetenschap is een goed streven. In de vertechniserende internetsamenleving raken burgers steeds beter geïnformeerd, ze vormen hun eigen, eigenwijze mening en organiseren met een paar klikken een protest of tegenbeweging. Betrokkenheid kweekt begrip, en stemt milder. Hoewel het geen garantie is dat protesten dan uitblijven.

Bussemaker en Dekker willen vooral dat de wetenschap in Nederland in 2025 zo goed is als nu. Maar hoe, als de overheid de komende jaren alleen maar bezuinigt op onderzoek en ontwikkeling? Geen woord daarover. Is het daarom dat de visie vooral voornemens schetst? Er staat maar een handvol maatregelen in.

Wat wel goed is: ze benoemen een aantal perverse prikkels van het universitaire systeem. En doen daar wat aan. Zo zijn de universiteiten te veel gericht op het binnenhalen van promovendi. Elke afgeronde promotie levert 96.000 euro aan bonus op. Maar promovendi worden amper voorbereid op een carrière buiten de wetenschap, terwijl 70 procent van hen daar eindigt. Nu komt er een maximum aan het bedrag dat universiteiten kunnen binnenhalen aan promotiebonussen. Ook de publicatierace met wetenschappelijke artikelen, die in sommige gevallen fraude in de hand werkte, wordt aangepakt. Dit systeem leidde ook tot een onderwaardering van onderwijs – daar maak je geen carrière mee.

Probleem is wel dat de minister en de staatssecretaris voor veel van hun voornemens afhankelijk zijn van de universiteiten. Die genieten grote autonomie.