Biopic over ‘meest getalenteerde man van de 20ste eeuw’

Niet bij iedereen zal meteen een lampje zijn gaan branden, toen de Oscar-winnende regisseur Steve McQueen vorige week in New York zijn nieuwe filmplan bekendmaakte: een biopic van zanger, acteur en activist Paul Robeson (1898-1976). Toch was hij ooit een van de populairste sterren in de VS. Begin jaren 40 haalde hij in populariteitspolls steevast de Top Tien – een unicum voor een zwarte artiest. Maar begin jaren 60 trok hij zich om gezondheidsredenen terug uit de openbaarheid, en bij zijn overlijden was Robeson al een man van het verleden. In de jaren 50, op het hoogtepunt van de red scare, werd Robeson – een groot bewonderaar van Stalin – jarenlang achtervolgd en bestreden door de Amerikaanse overheid. Robeson vocht terug, maar wel ten koste van zijn gezondheid. Dat na de dood van Stalin diens misdaden niet meer te ontkennen vielen, zal ook niet hebben geholpen.

Niet alleen zijn miskleun over Stalin was kolossaal: alles aan Robeson – ‘Big Paul’– was groot en episch: zijn postuur, zijn diepe basstem, en ook zijn strijdbaarheid. Robeson, weleens ‘de meest getalenteerde man van de twintigste eeuw’ genoemd, blonk als de enige zwarte student aan Rutgers College niet alleen uit in football, maar ook als redenaar en student. Hij studeerde rechten aan Columbia University, maar zag af van een carrière als advocaat, toen bleek dat hij door racisme nooit de top van de professie zou kunnen bereiken: een secretaresse op zijn eerste kantoor weigerde zijn brieven uit te typen.

Met zijn imposante zangstem vulde hij Carnegie Hall met spirituals. Hij zong in twintig talen. Als acteur bereikte zijn carrière een hoogtepunt met zijn rol als Joe in de verfilming van de succesmusical Show Boat. Het lied Ol’ Man River begeleidde zijn loopbaan, maar hij veranderde de racistische tekst over de passieve Joe in een strijdlied.

Midden jaren 30 volgde zijn radicalisering. Hij zag in de Sovjet-Unie het enige antwoord op het fascisme. Robeson was diep onder de indruk van de grondwet van de Sovjet-Unie, die racisme verbood. Misschien moet je jurist zijn om zo gefocust te zijn op de letter van de wet. In 1949 verklaarde hij op een conferentie in Parijs dat hij „zich niet kon voorstellen dat zwarte Amerikanen ten strijde zouden trekken tegen de Sovjet-Unie”. De FBI vervolgde hem daarna meedogenloos, media zwegen hem dood, zalen weigerden boekingen.

Helemaal vergeten is Robeson niet; zijn liederen, films en docu’s over hem zijn snel te vinden op het web. Maar voor het brede publiek verdween hij lang geleden uit zicht. McQueen kan daar met zijn film verandering in brengen. Dat er een film zit in dit meeslepende levensverhaal, is duidelijk.