Amerikaanse droom: Made in China

In het vervolg op de succesvolle komedie Horrible Bosses (2011) zijn loonslaven Nick, Kurt en Dale voor zichzelf begonnen. Voor hun uitvinding de ‘shower buddy’, een cabine met douchekop waaruit automatisch shampoo komt, zoeken ze een financier. Ze lijken er een te hebben gevonden maar deze investeerder bedondert het nogal naïeve drietal. Uit wraak willen ze zijn zelfingenomen zoon kidnappen, waarna er natuurlijk van alles en nog wat misgaat.

De plot voorziet in wat oude bekenden uit het eerste deel: de op seks beluste tandarts (Jennifer Anniston), de creatief scheldende baas (Kevin Spacey) en de zwarte gangster Dean ‘Motherfucker’ Jones (Jamie Foxx).

Dat de beste scène van Horrible Bosses 2 er eentje is waarin niet gesproken wordt, zegt eigenlijk alles. Midden in een achtervolging wachten de drie kibbelende vrienden en chauffeur Jones op de politie die hen op de hielen zit maar voor een dichte spoorwegovergang staat – waarom ze wachten en niet keihard doorrijden hoort bij de plotverwikkelingen. Het wachten wordt tergend lang opgerekt, de passerende trein heeft eindeloos veel wagons. Het geeft de acteurs de gelegenheid om stilzwijgend een fraai komisch nummer op te voeren.

Meer van dit soort relatief subtiele pantomime was welkom geweest in een film die sterk leunt op verbale grappen en fysieke grollen die resulteren in een barrage van seksgrappen die steeds minder leuk worden naarmate de film vordert. Veel humor zoekt expres het randje op, van een vuilbekkende Jennifer Anniston tot racistische grappen over de Aziatische schoonmaakster van de ontvoerde rijkeluiszoon. Soms schiet je in de lach maar meestal treffen de grappen geen doel. De seksistische, racistische en homofobe ondertoon van veel moderne komedies mag dan inmiddels gemeengoed zijn, leuk is anders.

De beste momenten komen voor rekening van de nieuwkomers in het universum van Horrible Bosses: met zichtbaar veel plezier speelt Christoph Waltz de immigrant die slaagde in Amerika en inmiddels een pedante miljonair is die alleen nog maar golft.

Als zijn verwaande zoon Rex wordt gekidnapt, geeft hij daar geen zier om, tot groot verdriet van de naar goedkeuring van zijn vader hunkerende Rex. Rex (Chris Pine) is op zijn beurt onuitstaanbaar ijdel en zo glad als een aal. Maar hij geeft het stuntelende trio wel een gouden tip: produceer jullie uitvinding in China, dat is veel goedkoper. Dan spreekt hij de enige memorabele zin uit de film, de gouden oneliner: „The American dream is Made in China.”